Meest recent

    Zaakvoerder over inval politie: "Zitten in vleeskippensector, niet in legkippensector"

    De zaakvoerder van één van de bedrijven waar de politie vandaag binnengevallen is in het kader van het fipronilschandaal, benadrukt dat hij niets met de zaak te maken heeft. "Wij zitten in de vleeskippensector, niet in de legkippensector. Ik had voordien zelfs nog nooit van fipronil gehoord", getuigt de man anoniem in "Terzake".
    Design Pics / Scott Sinklier

    Op 11 plaatsen in ons land heeft de federale politie vandaag huiszoekingen uitgevoerd in het kader van het fipronildossier. Een zaakvoerder van een desinfecteerbedrijf in de Kempen, waar de politie deze ochtend binnengevallen is, getuigt anoniem in "Terzake". Hij snapt niet hoe de politie bij hem terechtkwam. 

    "Er is vanmorgen een huiszoeking gebeurd in het kader van de fipronilzaak. Wij zitten in de braadkippensector, ik heb geen enkele klant in de legkippensector. We hebben met deze zaak niets te maken. Dat is zo simpel als één en één twee is."

    Hij vertelt dat zijn bedrijf niet in de legkippensector zit. "Als de onderzoekers vanmorgen twee minuten de administratie nagekeken hadden, hadden ze meteen kunnen constateren dat we geen enkele klant in de legkippensector hebben. Wij zitten volledig in de vleeskippensector en bloedluizen komen in onze sector niet voor. Ik had vóór deze zaak nog nooit van fipronil gehoord."

    Hij vermoedt dat de speurders bij hem terechtgekomen zijn, omdat het bedrijf Poultry-Vision, een van de hoofdrolspelers in de zaak, vlakbij gelegen is. 

    Zes weken

    Bloedluizen kom je tegen bij legkippen, maar niet bij braadkippen, zegt Anne-Marie Vangeenberghe, de woordvoerster van de Boerenbond.

    Een legkip zit 13 maanden in het leghenbedrijf, tot ze uitgelegd is. In die tijd kunnen de bloedluizen zich wel degelijk ontwikkelen. 

    Braadkippen zijn binnen de zes weken volgroeid, en na die zes weken wordt de stal ontsmet. Een snellere rotatie dus, en bij bedrijven die braadkippen kweken, komt de bloedluis niet voor, en is een behandeling dus ook niet nodig, aldus Vangeenberghe.

    Bekijk hier het intervieuw in "Terzake"