Meest recent

    100 jaar geleden tijdens WO I: 11e Italiaanse offensief bij de Isonzo

    In deze reeks brengen we de grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog deze week 100 jaar geleden. De Italianen gaan voor de 11e keer in de aanval bij de Isonzo, bij Ieper gaan ook de Britten weer in het offensief en de Fransen bij Verdun. Een enorme brand verwoest een groot deel van Griekse stad Saloniki.

    Het Italiaanse leger heeft voor de 11e maal een aanval ingezet aan het front te hoogte van de rivier de Isonzo. Dit offensief is wel veel zwaarder dan de tien vorige. De Italiaanse opperbevelhebber Cadorna zou driekwart van zijn troepen inzetten om eindelijk de gehoopte doorbraak naar Triëst te bekomen.

    Liefst 52 divisies, met 5.200 kanonnen, zijn ingezet op een front dat loopt van Tolmino (Tolmin) tot de Adriatische Zee.

    De voorbije gevechten hebben aangetoond dat het Karstgebergte langs de Isonzo een vrijwel onneembare vesting vormt. De voornaamste aanval is ditmaal echter meer naar het noorden gericht, bij het Bainsizza-plateau.

    De Italiaanse artillerie in actie tijdens de nacht

    De flanken van het plateau frontaal aanvallen, zou zelfmoord zijn, maar het tweede leger onder generaal Luigi Capello slaagt erin de rivier over te steken op een plaatsen die zich wel lenen tot een bestorming. Via snel aangelegde bruggen is een deel van het plateau in Italiaanse handen gekomen.

    Pontonbrug over de Isonzo

    Nieuwe Britse aanval bij Ieper

    De Britten hebben een nieuwe aanval bij Ieper ingezet. De aanval gebeurt nadat het weer aanzienlijk is verbeterd. Intussen wordt de Duitse artillerie ten volle ingezet. De Duitse kanonnen schieten meer dan 200.000 granaten per dag af.

    Ten noordwesten van Ieper zijn twee divisies erin geslaagd het dorp Langemark te veroveren. Ze wisten even voorbij Langemark de tweede Duitse verdedigingslinie of "Wilhelm-Stellung" te doorbreken (de eerste linie was al bij het begin van het offensief doorbroken). Maar verder raakten ze niet.

    Tegelijk voeren twee Ierse divisies opnieuw aanvallen uit ten oosten van Ieper. Dat wordt een mislukking. De Duitsers houden stand in het Polygoonbos. Na meer dan twee etmalen zware gevechten is ook deze aanval stopgezet.

    Meer naar het noorden houden de Fransen stand op het gebied bij Bikschote dat ze eerder wisten te veroveren.

    Gecamoufleerde Britse artilleriepost in de omgeving van Boezinge. Als een granaat inslaat, zoeken 3 mannen bescherming tegen het rondvliegend schrapnel achter de knotwilgen, 17 augustus 1917 (IWM Q 5889)

    Franse aanval bij Verdun

    Op 20 augustus zijn de Fransen een nieuwe aanval bij Verdun begonnen, waar vorig jaar al zo hevig gevochten werd.

    Het is een offensief op beperkte schaal, waar slechts vijf divisies aan deelnemen. De Franse opperbevelhebber Pétain heeft grote offensieven geschrapt zolang zijn legers niet over meer tanks beschikken en hij wil ook wachten op de komst van de Amerikanen.

    Doel is de herovering van twee heuvels die vorig jaar door de Duitsers na extreem zware gevechten werden veroverd: Côte 304 en de beruchte Mort-Homme.

    Franse observatieballon wordt terug naar beneden gehaald (Albums Valois, BDIC)

    Zoals gewoonlijk wordt de aanval voorafgegaan door hevig artillerievuur. 610 kanonnen treden in actie langs een frontlijn van 18 km. De zeer zware kanonnen (tot 400 mm) viseren twee tunnels die de Duitsers onder de Mort-Homme hebben aangelegd.

    Om de kanonnen te richten worden liefst 21 kabelballons opgeladen. De dagen daarvoor zijn een tot dan toe ongekend aantal luchtfoto’s genomen.

    Soldaten van het 51e Franse infanterie-regiment, die deelnemen aan de aanval, tijdens een periode rust. De mannen in het midden dragen buitgemaakte Duitse petten (Albums Valois, BDIC)

    Roemenen slaan Duits-Oostenrijkse aanval af

    Het Roemeense leger is erin geslaagd een Duits-Oostenrijkse aanval af te slaan. Dat gebeurt nabij Mărășești, een stadje aan de rivier de Siret. Die rivier scheidt het onbezette noordoosten van Roemenië van het grootste deel van het land, dat door de Centralen bezet is.

    Het Roemeense succes komt vrij onverwacht. De Roemeense troepen zijn immers geringer en minder goed uitgerust dan hun tegenstanders. Bovendien zijn de laatste Russische legers van het Roemeense front teruggetrokken. De Roemeense legerleiding vertrouwt de Russische troepen niet meer.

    De Roemeense koning Ferdinand geeft eretekens aan 3 militairen die zich hebben onderscheiden

    Saloniki door brand verwoest

    De Griekse stad Saloniki (of Thessaloniki), die nog altijd onder geallieerde controle staat, is getroffen door een enorme brand.
    Het vuur ontstaat in een woning in het oude centrum. Door de felle, droge wind slaat het vuur snel over naar de vele houten huizen daar.

    De nauwe straten in de binnenstad maken brandbestrijding moeilijk. Saloniki beschikt ook niet over een officiële brandweer. Er zijn enkele privé-brandweerploegen in dienst van verzekeringsmaatschappijen.

    Maar er is vooral een tekort aan bluswater, doordat een groot deel van de watervoorzieningen zijn opgeëist voor de meer dan 100.000 man geallieerde troepen die buiten de stad bivakken.

    De brand gezien vanop de kaai in de haven

    Franse en Britse troepen zijn wel ter hulp geschoten en hebben het vuur kunnen tegenhouden. De Franse generaal Sarrail waarschuwt dat plunderende soldaten ter plekke zouden worden doodgeschoten.

    De schade is niet te overzien. Zowat een derde van de stad is in vlammen opgegaan. Daaronder het stadhuis, het postgebouw, verscheidene grote banken, 3 kerken, 12 moskeeën en 16 synagogen. Meer dan 2/3 van alle winkels zijn verwoest.

    Liefst 72.000 inwoners zijn hun woning kwijt. Daaronder zijn er 50.000 joden, de grootste bevolkingsgroep van deze veelkleurige stad. De meeste daklozen worden ondergebracht in tentenkampen die de Britse en Franse troepen aanleggen.

    De Griekse regering heeft meteen laten weten dat de afgebrande huizen niet mogen worden heropgebouwd zoals ze waren. Er zou in plaats daarvan een nieuwe stad moeten komen volgens moderne urbanistische principes.

    Foto van de brandende stad vanuit de lucht

    Congres Russische bolsjewieken

    In Petrograd hebben de bolsjewieken hun eerste partijcongres op Russische bodem gehouden. Officieel gaat het om het zesde congres van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Deze marxistische partij is al meer dan tien jaar verdeeld in “die van de meerderheid” (‘bolsjeviki’) en “die van de minderheid” (‘mensjeviki’). De bolsjewieken nemen een veel radicalere houding aan onder invloed van Lenin.

    Een kleinere partijfactie, de groep rond Trotski, is bij deze gelegenheid opgegaan in de bolsjewieken. Trotski zelf zit intussen in de gevangenis, net als andere prominente partijleden, zoals Kamenev. Ook Lenin is afwezig. Hij is sinds de revolutionaire Julidagen voortvluchtig.

    Het congres verloopt eerst in een privé-zaal in de arbeiderswijk Vyborg. Op de derde dag verbiedt de voorlopige regering de bijeenkomst als een gevaar voor de staatsveiligheid, maar het congres wordt verplaatst naar een arbeiderslokaal in de wijk Nava.

    Links, Lenin zonder baard, een foto gemaakt toen hij ondergedoken was in Finland. In het midden Trotski, rechts de jonge Stalin.

    Lenins stellingen worden op het congres verdedigd door Sverdlov en Stalin. Hij gaat ervan uit dat sinds juli de kans op een vreedzame machtsovername door de sovjets van arbeiders niet meer mogelijk is.

    Volgens Lenin streeft de regering van Kerenski nu naar “bonapartisme”, het dictatoriaal regime van een sterke man als middel om de revolutie te breken.

    Het congres roept dan ook op te strijden voor “de totale liquidatie van de dictatuur van de contrarevolutionaire bourgeoisie”.

    De partij is er sinds het begin van de revolutie sterk op vooruitgegaan. Ze zou nu meer dan 200.000 leden tellen.

    "In het nieuwe Rusland mag je onder de rode vlag net zo goed op de vlucht slaan". Karikatuur uit het Duitse Simplicissimus, 21 augustus 1917

    Weer nieuwe Hongaarse premier

    In Hongarije is Sándor Wekerle tot minister-president benoemd. Hij vervangt graaf Móric Esterházy, die amper twee maanden aan het bewind was. Esterházy nam ontslag toen hij in het parlement geen steun kreeg voor zijn hervorming van het kiesrecht.

    Sándor (of Alexander) Wekerle (68) behoort tot de Duitstalige minderheid in Hongarije. Hij heeft al twee keer eerder een regering geleid en was de eerste Hongaarse premier die niet tot de adel behoort. In het verleden heeft hij enkele krachtige hervormingen doorgevoerd. Zo kregen de Hongaarse joden volwaardig burgerrecht en werd het burgerlijk huwelijk ingevoerd, ondanks verzet van de Kerk.

    De aanhangers van oud-premier Tisza verzetten zich tegen de voorgestelde hervormingen, maar keizer-koning Karel van Oostenrijk-Hongarije wil ze absoluut doordrukken.

    Vlaamse administratie onderwijs slaat toe in Brussel

    De gevolgen van de “bestuurlijke scheiding” (onder Duits bevel) en de instelling van aparte Vlaamse administraties, geleid door Vlaamse activisten, laten zich steeds meer voelen. Zeker in Brussel.

    Zo is de directrice van de Vlaamse Rijksnormaalschool voor meisjes in Laken ontslagen, onder meer omdat ze de factuur van een leverancier in het Frans zou hebben aanvaard. De directrice gold nochtans als Vlaamsgezind en was onder de bezetting benoemd.

    De nieuwe Vlaamse administratie voor onderwijs heeft twee bijzondere commissarissen naar de Brusselse gemeentebesturen gestuurd om de lijsten van leerlingen in de gemeentescholen op te vragen. Ze willen nazien of er geen leerlingen met Vlaamse ouders in Franstalige scholen zitten.

    Wanneer de twee commissarissen – beiden overtuigde activisten – zich bij de Brusselse waarnemende burgemeester Louis Steens melden, spreekt die enkel Frans met hen. “Ik ben Vlaming, ik spreek Vlaams, maar ik gebruik het recht dat de wet me toekent om een van beide landstalen te gebruiken”, zegt hij. “Overigens spreek ik geen Vlaams meer sinds de oprichting van de Raad van Vlaanderen”.

    De liberaal Steens (vervanger van de weggevoerde Maurice Lemonnier, die zelf de gedeporteerde burgemeester Adolphe Max verving) verwijst de commissarissen door naar de directeur van het stadsonderwijs. Die directeur laat weten dat hij van het schepencollege verbod heeft gekregen lijsten van leerlingen door te geven.

    Later gaan de bijzondere commissarissen naar het gemeentehuis van Elsene, waar ze ontvangen worden door de liberale schepen Adolf Buyl. Die weigert de lijsten te geven, omdat hij zoiets onwettig noemt. Hoewel hij bekend staat als een flamingant (hij is medestichter van het Liberaal Vlaams Verbond), spreekt ook Buyl enkel Frans met de activisten.

    De Rijksnormaalschool in Laken

    lees ook