Meest recent

    De gestoorde procedure

    VRT-journalisten Dirk Leestmans en Caroline Van den Berghe maakten een reconstructie van de dag waarop een 26-jarige man in een politiecel in Mortsel overleed. Ze reconstrueerden het verhaal op de grens van psychiatrie en ordehandhaving, het verhaal van een jongeman die zorg nodig had maar slaag kreeg en stierf. 

    Jonathan Jacob staat op 6 januari 2010 op een druk kruispunt in het Antwerpse. Hij gedraagt zich erg vreemd: hij krabt nerveus aan zijn lichaam en kijkt onrustig om zich heen. Jonathan is erg sjofel gekleed, bij -7 graden valt dat op.

    Een politiepatrouille pakt Jonathan op en neemt hem mee naar het commissariaat van de zone MINOS. De politie contacteert ook de vader. Van hem krijgen ze te horen dat Jonathan amfetamines neemt. Een opgeroepen huisarts onderzoekt hem en het parket beslist op basis van dat verslag Jonathan te laten colloqueren. Maar bij de uitvoering van die beslissing loopt het verkeerd.

    In het nabijgelegen psychiatrisch ziekenhuis gaat Jonathan Jacob compleet door het lint zodra hij doorheeft dat hij opgesloten zou worden in een isolatiekamer. Jonathan, een amateur bodybuilder, slaat wild om zich heen. De begeleidende politieagenten kunnen hem niet de baas, laat staan de psychiatrische verplegers. Een agent ziet zich zelfs verplicht zijn vuurwapen te trekken. Bij de inderhaast opgeroepen bijstand is er ook een patrouille met een politiehond. Vooral die laatste maakt indruk op Jonathan en daardoor kalmeert hij.

    Maar de psychiater en de directeur van de instelling weigeren Jonathan op te nemen. Hun instelling is niet voorzien op dergelijke agressieve patiënten, zo zeggen ze. Dat ze daarmee een collocatiebevel van een magistraat negeren, weten ze maar nemen ze erbij. Wij hebben ook een verantwoordelijkheid te nemen t.a.v. de andere patiënten en het eigen personeel, zo redeneren ze.

    En dus wordt Jonathan teruggestuurd naar het politiecommissariaat. De parketmagistraat aanvaardt de weigering van het psychiatrisch ziekenhuis niet en stuurt de politie voor een tweede keer met Jonathan Jacob terug naar het psychiatrisch ziekenhuis. Maar opnieuw wordt hem de toegang ontzegd. En dus belandt Jonathan opnieuw op het politiecommissariaat.

    De parketmagistraat beveelt de politie Jonathan Jacob "plat te spuiten" waardoor hij voor een derde keer zou kunnen aangeboden worden aan het ziekenhuis. De magistraat ontkent achteraf zo’n bevel gegeven te hebben maar de politie zegt dat het bevel er wel degelijk was. En om het bevel uit te voeren, vragen ze de bijstand van het Bijzonder Bijstandsteam, een speciale eenheid van de Antwerpse politie.

    Het BBT overmeestert Jonathan Jacob, die naakt opgesloten zit in een politiecel, met veel geweld. Zo veel geweld dat Jonathan eraan overlijdt, zo staat het in het autopsierapport.

    "Mijn zoon is geëxecuteerd", zo zegt Jan Jacob, de vader van Jonathan. "Hij had zorgen nodig en kreeg dodelijke slagen."

    En daarmee raakt hij aan de kern van de zaak: waar eindigt de rol van de politie en waar begint de rol van de hulpverlening? Hoe moet de psychiatrie reageren op gevaarlijke patiënten? Is dat een taak voor hen of is dat iets voor de sterke arm der wet? En mag men van politiemensen dan verwachten dat ze ook psychiatrisch verplegers zijn? Hoe ver kan de politie gaan in het gebruik van geweld ten aanzien van psychiatrische patiënten?

    Want dat laatste is ook duidelijk: Jonathan Jacob was geen misdadiger, hij was hulpbehoevend. En toch, ’s morgens stond hij nog op een kruispunt, ’s namiddags lag hij dood in een politiecel... Het is een zaak die veel vragen oproept. Laat het maatschappelijk debat beginnen opdat dergelijke incidenten zich niet herhalen.