Meest recent

    Het is van de hond

    Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke woensdag met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij.  Deze week heeft hij ongewenst bezoek.

    opinie
    Louis Van Dievel
    Louis Van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke woensdag met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij. Deze keer krijgt hij ongewenst bezoek.

    Ik kwam terug van een wandeling en zag een hond op het gras voor mijn huis, een grote zwarte hond. "Die zit daar toch niet te sch***!" was mijn eerste, niet geheel onbegrijpelijke reactie. Hondeneigenaars vinden doorgaans dat hun huisdier het overal mag doen, als het maar niet voor hun eigen deur is.

    Maar nee hoor, de hond lag daar gewoon te liggen. En bij hem gehurkt zat zijn bazin, een mij onbekende jonge vrouw met een neusring. Neusringen zijn weer in, heb ik de indruk. Of zijn ze nooit uit geweest? Ik ben wat onzeker in dat domein.

    De jonge vrouw aaide de hond over zijn bol, sprak hem bemoedigend toe, zo leek het toch. Ik liep langs hond en vrouw, groette vriendelijk - zo ben ik - en ging naar binnen.

    Lebber, lebber, lebber

    Nieuwsgierig als ik ook ben, keek ik door het raam. Daar lag de hond nog steeds. Was hij ziek of moe of oud? Zijn bazin was overeind gekomen en nodigde de hond duidelijk uit om de wandeling verder te zetten. Zonder dwang, zonder gevloek, zonder rukken aan de leiband. De hond keek naar de vrouw en bleef liggen.

    Misschien heeft het dier dorst, dacht ik. Ik voelde een aandrang om mij met de zaak te bemoeien. "Zal ik wat te drinken brengen?" riep ik vanuit het deurgat naar het duo op het gras voor mijn huis. De jonge vrouw met de neusring antwoordde iets wat ik niet goed verstond maar dat neerkwam op "als ge wilt".

    Ik zette een grote kom met fris water voor de neus van de hond, die mij geïnteresseerd opnam en dankbaar - zij het niet gulzig - begon te drinken. Lebber lebber lebber.  Maar overeind komen deed hij niet.

    De jonge vrouw zag mijn vragende blik. "Hij heeft maar drie poten," zei ze. 'Hij gaat graag wandelen maar hij houdt het niet lang vol." Ik hurkte op mijn beurt neer bij de zwarte hond die zich goedmoedig achter de oren liet krabbelen. Ja, als je het wist kon je het zien. De linker achterpoot ontbrak. Vandaar.

    Maar overeind komen deed hij niet.

    "Een ongeluk," legde de jonge vrouw uit, zonder in detail te treden.

    Ik hield de hond nogmaals de kom met fris water voor. Hij dronk nog wat, maar meer om zijn goede wil te tonen dan uit dorst.

    "Kom nu," zei zijn bazin, "we moeten nog ver."

    Er lag nog steeds geen ongeduld in haar stem. Wel integendeel. Ze hield de leiband losjes in haar handen. De hond liet zich overtuigen, kwam traag overeind, rekte zich uit, en hinkte met de jonge vrouw mee. Het was een ontroerend gezicht, echt waar. De jonge vrouw draaide zich nog even om. "Goeie avond en bedankt," zei ze.

    "Geen moeite," antwoordde ik. Of zoiets. Ik ging naar binnen, spoelde de kom uit. Ik zette mijn pc aan. Las over imams en terroristen en geradicaliseerde kleuters en geschorste pastoors en zonsverduisteringen, maar ik kon er mijn hoofd niet bijhouden. Er ontbrak iets.

    Verdorie! Ik sloeg mijzelf met de vlakke hand op het voorhoofd, rende naar buiten, naar de straatkant. Maar de jonge vrouw en de hond op drie poten waren in geen velden of wegen meer te bespeuren.

    Ik was vergeten te vragen hoe hij heette, de hond.

    VRT NWS wil een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen, publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.