Meest recent

    Waarom dragen hockey­speelsters broekjes die eruitzien als rokjes?

    Waarom dragen de Belgische hockeyvrouwen nog steeds
    rokjes en geen shorts zoals hun voetbalcollega’s? Terwijl de hockeyrok toch niet meer is dan een short met een stukje wapperend stof errond. “Een en al traditie”, zegt hockey­speelster en ex-Red Panther Charlotte De Vos in “De wereld vandaag” op Radio 1.

    Morgen spelen de Red Panthers hun halve finale in het EK tegen Duitsland in hun vaste hockey-outfit: truitje met rok, maar in die rok is een gewone short genaaid.  “De rok is een traditie, net als bij het tennis. Ik heb het nooit anders geweten. Ik heb er ook geen enkel probleem mee.”, zegt Charlotte De Vos. Tennis en hockey zijn niet toevallig de vrouwensporten waarin nog rokjes worden gedragen. Beide begonnen als rijkeluissport in kringen waar zedigheid hoog werd geacht.

    De geschiedenis van de vrouwelijke hockeykleding is behoorlijk lang. In 1911 bepaalde de Nederlandse hockeybond bijvoorbeeld dat hockeyrokken hoogstens 20 cm van de grond mochten reiken. In Engeland brak in de jaren 30 een heftige discussie uit over de introductie van de broekrok in het hockey. Nederland had na de oorlog opnieuw problemen met de gespleten rok, de wat wijdere rok die blote knieën toonde.

    Strikte kledingregels

    “Vroeger waren dat ook in België lange driekwartsrokken. Dat was heel onpraktisch voor hockeyspeelsters. Het belemmerde gewoon het spelen.
    Nu is het gelukkig aerodynamischer.” De Belgische hockeybond (KBHB) heeft
    strikte kledingregels, maar dan gaat het enkel om veiligheidsvoorschriften en
    bepalingen rond reclame. Een hockeyspeelster enkel in short zou dus mogen.
    “Maar ik heb het nog nooit iemand zien doen”, constateert Charlotte De Vos.

    Is extra lapje stof niet overbodig?

    Volgens De Vos niet, "ik vind net dat wij er met dit rokje mooi gestroomlijnd uitzien. Het is natuurlijk goed dat er een stevig broekje onder zit. Anders zou het niet prettig zijn. Het is net het broekje dat de bewegingsvrijheid geeft. Ook voor een sporter is het belangrijk dat je er goed uitziet. Als je je goed voelt, presteer je beter.”