Meest recent

    © 2017 Bloomberg Finance LP

    Hoe zou jij nu onderhandelen over de brexit?

    Als de Big Ben weer slaat, zou het Verenigd Koninkrijk wel eens het minst vrije land in de wijde omtrek kunnen zijn.

    opinie
    Hendrik Vos
    Hendrik Vos en Rob Heirbaut schrijven om de twee weken beurtelings een opinietekst, respectievelijk analysetekst, over Europese politiek. Vos is hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij directeur is van het Centrum voor EU-studies. Heirbaut is VRT-journalist, gespecialiseerd in de EU.

    Groot nieuws in Groot-Brittannië. De Londense Big Ben ligt stil voor een grote onderhoudsbeurt. Geen probleem, vertelden de brexiteers.  Als de geliefde klokken weer beieren en klepperen, is het Verenigd Koninkrijk een vrij land. Dat is althans wat die brexiteers beloofden in hun campagne, en wat de regering van Theresa May aankondigde te zullen realiseren. Ook het grootste deel van de oppositie heeft er zich bij neergelegd: het referendum kan niet ongedaan worden gemaakt.

    Het valt nog te bezien wat dat is, een ‘vrij land’. Als het betekent dat de overheid zelf de keuzes maakt, zonder zich veel aan te moeten trekken van andere landen of van bredere internationale economische, culturele of andere dynamieken, dan komt Noord-Korea vermoedelijk het dichtst in de buurt.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Eindelijk

    Het referendum waarin de Britten kozen om uit de Unie te stappen, ligt al meer dan een jaar achter ons. De onderhandelingen zelf zijn opgestart in maart toen de Britse regering het fameuze artikel vijftig uit het Europees verdrag activeerde. Ze duren in principe twee jaar.

    Om de regelingen in de praktijk te brengen en ze tijdig door alle besluitvormingsmachines te krijgen, moeten de gesprekken volgend jaar rond deze tijd in de eindfase zitten. Maar ver staan we nog niet. Na de lancering van artikel vijftig kwamen er nog Britse verkiezingen, de regering werd herschikt en de eerste poten werden weggezaagd van onder de stoel van eerste minister May.

    Volgende week vindt in Brussel de tweede officiële onderhandelingsronde plaats. Sedert enkele dagen druppelen er nu eindelijk Britse position papers binnen. Dat zijn teksten waarmee de Britse regering naar de gesprekken stapt en die aangeven hoe ze zelf de toekomst ziet.

    Eerst koud blazen ...

    Het is hallucinant dat die visie er nu pas komt. De referendumcampagne draaide langs de beide kanten op slogans, tweets, kreten en leugens. Een doordacht brexitplan is er nooit geweest en vele brexiteers van het eerste uur zochten na hun referendumwinst al rap de achterdeur.

    Opperbrexitboegbeeld Nigel Farage trok naar de Verenigde Staten om er de campagne van Donald Trump te ondersteunen. De brexit in de praktijk brengen, dat liet hij aan anderen over. 

    Die anderen, dat zijn de Britse Conservatieven. Die maken al zeker een halve eeuw ruzie met elkaar over hun houding tegenover Europa. Dat er uit de regering van May de voorbije periode erg verwarrende signalen kwamen, moet dus niet verwonderen.

    Uiteindelijk hakte May zelf de knopen door: het zou een harde brexit worden. De Britten zouden voortaan hun eigen regels maken, ze zouden het vrij verkeer van werknemers stopzetten, ze zouden geen uitspraken van het Europese Hof van Justitie meer aanvaarden en zelf handelsakkoorden sluiten met de rest van de wereld.

    Intussen is het zo stilaan tijd om dit concreet uit te werken. In haar position papers zegt de regering hoe ze de zaken ziet. Dat blijkt toch minder radicaal te zijn dan ze liet uitschijnen. Hard of zacht? 

    De regering blaast warm en koud tegelijk. 

    Samengevat:

    - de Britten willen in de douaneunie blijven en de bestaande Europese afspraken over internationale handel alvast nog tijdelijk naleven,

    - ze willen een open toegang tot de Europese markt behouden, ze zullen de grens met Ierland niet bijkomend controleren,

    - ze gaan de Europese regels rond productcertificatie en gegevensbescherming blijven volgen en ze zijn bereid om uitspraken van Europese rechtbanken te blijven erkennen, zeker als het gaat om grensoverschrijdende familiale kwesties en om commerciële disputen.

    - directe rechtspraak van het Hof van Justitie willen ze niet meer aanvaarden, maar er kan wel een systeem worden uitgewerkt dat er hard op lijkt. Koen Lenaerts, de grote baas van het Hof van Justitie, had in het begin van de zomer in een interview met het VRT-journaal al een concreet voorstel. De Britten zouden zich kunnen beroepen op een aparte rechtbank, zoals die nu bestaat voor landen die samen met de Europese Unie de Europese Economische Ruimte vormen. Die rechtbank stemt haar uitspraken echter helemaal af op die van het Hof van Justitie, waardoor ze er in de praktijk een soort onderafdeling van is.

    De internationale pers pikte het voorstel op, en nu lijkt het ook zijn weg te vinden in de Britse position paper.

    En dan een beetje warm?

    Of er van de harde brexitbeloften veel in huis zal komen, valt dus nog te bezien. Er zit tegenspraak tussen de stoere woorden en de concrete voorstellen.

    Bijvoorbeeld: je kan niet zeggen dat je én de grens met Ierland ongecontroleerd openhoudt én tegelijk ook de migratie wil stopzetten. Als het Verenigd Koninkrijk werkelijk de Polen en de Roemenen uit het land wil houden, dan moet ze al haar grenzen permanent in de gaten houden. Want als de grens met Ierland open blijft, dan reist een Pool of een Roemeen naar Dublin, om vandaar probleemloos de grens met Noord-Ierland over te steken.

    Of nog: als het Verenigd Koninkrijk de Europese regels naast zich neer wil leggen waaraan bedrijven op het continent zich wél moeten houden, dan is het uiteraard uitgesloten dat ze tot de douaneunie of de interne markt blijven behoren. Andere Europese landen zouden wel gek zijn om de Britten een gratis toegang te geven terwijl ze zich niets meer aantrekken van de regels.

    Als de Big Ben weer slaat, zou het Verenigd Koninkrijk wel eens het minst vrije land in de wijde omtrek kunnen zijn.

    Prullerige brexit

    Anders gezegd:

    het lukt de Britse regering niet om van de harde brexitsleuzes ook werkbare onderhandelingsvoorstellen te maken. Dus grijpen ze terug naar bestaande regelingen die ze, minstens tijdelijk, willen blijven volgen.

    Het heeft er alle schijn van dat de volgende position papers die trend zullen bevestigen. We lijken bijgevolg af te stevenen op een prullige brexit. In de praktijk zullen de Britten ook straks nog heel dicht bij de Europese Unie staan en op allerlei manieren onderworpen zijn aan de regelingen, wetten, vonnissen en afspraken die in Brussel, Straatsburg of Luxemburg worden bedacht en uitgewerkt.

    Alleen:

    Ze zullen daar zelf niet veel meer over te zeggen hebben, want ze verlaten de instellingen.

    Als de Big Ben weer slaat, zou het Verenigd Koninkrijk wel eens het minst vrije land in de wijde omtrek kunnen zijn.