Meest recent

    AFP or licensors

    Wordt het Merkel of Merkel?

    Over exact een maand is het zover: op 24 september mogen de Duitsers een nieuw parlement kiezen. Na Nederland en Frankrijk het derde buurland dat dit jaar naar de stembus trekt.
    Jeroen Reygaert volgt de campagne voor VRT NWS en kijkt al even vooruit naar 24 september.

    analyse
    Jeroen Reygaert
    Jeroen Reygaert is VRT-buitenlandjournalist en volgt Duitsland en Nederland op de voet.

    Buurland nummer 3 dat dit jaar naar de stembus trekt, maar met een totaal ander beeld, dit keer. In tegenstelling tot Frankrijk en Nederland, draait het in Duitsland wel om de traditionele partijen. Het wordt een klassieke strijd tussen de “Union” enerzijds, dat zijn de christendemocraten van CDU en CSU, en de SPD anderzijds, de sociaaldemocraten. Een strijd tussen Angela Merkel en Martin Schulz. Hoewel 'strijd' een groot woord is als je de peilingen mag geloven. En die zouden er al heel ver naast moeten zitten om het nog echt spannend te maken. Al weet je natuurlijk nooit wat er in de laatste maand nog kan gebeuren.

    De Duitsers zijn Merkel nog niet beu

    Voorlopig laat de kanselier uitdager Schulz op ruime afstand door de campagne spartelen. Afhankelijk van peiling tot peiling ligt Merkels CDU/CSU 15 tot 20 procent voor op de SPD. De christendemocraten zouden tussen de 35 en 40 procent behalen, de sociaaldemocraten tussen de 20 en 25. De andere partijen volgen op ruime afstand en hangen allemaal tussen de 5 en 10 procent. In volgorde zijn dat Die Linke, de liberale FDP, de rechtse AfD en dan de Groenen, die met de kiesdrempel flirten. 

    Het succes is een samenloop van verschillende factoren. Merkel is geen groot ideologisch visionair, noch een swingend campagnebeest. Maar net dat lijkt haar sterkte te zijn. Merkels succes is de ultieme uiting van de Duitse mentaliteit: “never change a winning team”, speel op zeker waar het kan. Je weet wat je aan Merkel hebt.

    Het is de Duitsers namelijk nog nooit zo goed gegaan als nu, na 12 jaar Merkel. De economie swingt, de werkloosheidscijfers zijn verbluffend goed, de Duitsers hebben geen economische crisis gezien en de grootste crisis waar ze de laatste jaren tegenop keken – de vluchtelingencrisis – lijkt behoorlijk geschafft.

    Een makke campagne over vanalles en niets

    Het zal je dan ook niet verwonderen dat de campagne niet onmiddellijk de meest opwindende ooit is. Er zijn de obligatoire verkiezingsprogramma’s op radio en tv, met - zeer Duits - slechts één debat en voor de rest wat kabbelende talkshows, en wie deze zomer door Duitsland reed, zal hier en daar wel een verkiezingsplakkaat hebben zien hangen. Voor de rest trekken de topkandidaten het land door, van bijeenkomst naar bijeenkomst, voor een portie “preken-voor- eigen-kerk”. In het geval van Merkel kwamen daar in Saksen ook wat extreemrechtse betogers op af, om de kanselier uit te fluiten. Maar de gemiddelde Duitser blijkt weinig wakker te liggen van de campagne, dat bleek onlangs nog uit een peiling.

    Alles kan beter

    Het moet een vreemde campagne zijn voor Martin Schulz, de leider van de SPD. Toen hij in januari zijn kandidatuur bekendmaakte als kandidaat voor de SPD, gingen de peiligen door het dak. Een al jarenlang ongeziene schokgolf ging door politiek Duitsland. Maar het duurde maar een aantal weken en intussen is de voorsprong alweer helemaal gesmolten. In talkshows en meetings klinkt hij nog strijdbaar, maar wat kan hij anders? Vooral omdat je moeilijk kan zeggen dat hij echt een slechte campagne voert. Ze is niet bruisend, wat onhandig soms en het zit de sociaaldemocraten nergens in Europa mee momenteel, maar echte fouten heeft Schulz niet gemaakt. Alleen pareert Merkel alles in een handomdraai en komt ze daardoor en door haar ervaring wel geloofwaardiger over. 

    Centraal thema van Schulz’ campagne lijkt “het kan allemaal nog een beetje beter” te zijn. Als coalitiepartner van Merkel kun je natuurlijk moeilijk beweren dat alles slecht gaat. Dus is het zoeken naar een onderscheid. 

    “Merkel zou feller tegen Trump kunnen zijn” is daar een mooi voorbeeld van. “Merkel zou zich feller kunnen afzetten tegen de auto-industrie” ook, wat Merkel simpel pareert met de honderdduizenden jobs binnen de branche en het daarom beter zoeken naar oplossingen met de industrie: een win-win voor de Duitse kenniseconomie. Of Schulz’ “staatsinvesteringsquota”: er is geld genoeg, er zou moeten vastliggen dat een deel van het geld naar overheids­investeringen gaat: wegenbouw, scholenbouw, etc. Er valt in Duitsland heus wel wat te investeren. Het antwoord van Merkel: graag, maar het gaat gewoon te traag. Overal waar we een werf opstarten, komt een of andere burgerbeweging op die naar het gerecht stapt. En dus krijgen we dat geld toch niet op. Dan krijg je “investeringsfiles”. 

    Zo kabbelt de campagne rustig verder richting 24 september. Het lijkt alsof de almacht van Merkel sowieso een feit is. Het toonaangevende praatprogramma “Anne Will”, op ARD, had zondag een eerste thema-uitzending over de verkiezingen. De titel vatte de campagne samen: “Merkel oder Merkel, hat Deutschland nur diese Wahl?”