Meest recent

    Waarom de Noren vijftig keer meer elektrische auto's kopen dan wij

    In Noorwegen zijn de laatste maanden bijna evenveel elektrische als klassieke auto's verkocht. In amper vijf jaar tijd is de verkoop gestegen van zogoed als niks naar zo'n twintig procent van de markt. Vooral in Oslo is de trend duidelijk merkbaar want daar krijgen ze een voorkeursbehandeling met voorbehouden rijbanen en meer parkeerfaciliteiten.

    Hoe staat het met de elektrische auto's in ons land?

    Uit de cijfers van Febiac blijkt dat we nog een hele weg af te leggen hebben. Ons wagenpark is bijna dubbel zo groot als het Noorse, maar toch rijden er in België in absolute cijfers ruim 20 keer minder elektrische personenauto’s rond als in Noorwegen. Amper 0,11% van de auto’s ingeschreven in België rijdt zuiver elektrisch. In Noorwegen is dat 5,10%, bijna 50 keer meer.

    Nochtans zijn er sinds een paar jaren ook fiscale stimuli om de aankoop van elektrische auto’s aan te moedigen. Want hoe je het ook draait of keert: in vergelijking met een diesel- of benzine-auto blijft een elektrische wagen duur.

    Maar als hij gevoelig minder belast wordt, kan dat aardig wat schelen. En onze overheden doen wel degelijk inspanningen: zo is er geen federale belasting op in verkeersstelling meer voor zuiver elektrische auto’s. En ze zijn ook vrijgesteld van de jaarlijkse Vlaamse verkeersbelasting. Bovendien kan een onderneming een elektrische auto voor 120% aftrekken van de belastingen. Allemaal aanmoedigingen die ervoor zorgen dat er vorig jaar meer dan 2000 elektrische auto’s in ons land werden verkocht.

    Ook de infrastructuur moet volgen

    De verkoop zit in de lift, maar ook de infrastructuur moet volgen. Dat betekent laadpalen. Want het rijbereik van een elektrische auto blijft nog altijd vrij beperkt: de nieuwste modellen zitten gemiddeld aan 300 kilometer. Dan heb je best wat oplaadpalen in de nabijheid. In Vlaanderen zijn er volgens het kabinet van minister Bart Tommelein momenteel 65 publieke laadpalen geïnstalleerd. Maar de uitrol wordt gevoelig versneld: tegen eind september moeten er 200 palen staan.

    In Noorwegen zijn dat er al meer dan 7500. Noren kunnen dus gerust hun elektrische auto nemen zonder al te veel angst dat ze onderweg stilvallen met een platte batterij: er is altijd wel een laadpaal in de omgeving. Zeker in de grote agglomeraties zoals Oslo is de infrastructuur voor elektrische auto’s al behoorlijk uitgebouwd.

    Het verklaart mede het succes van het Noorse verhaal: goede infrastructuur, allerlei voordelen voor elektrische auto’s, zware belastingen op diesel- en benzinewagens én een overheid die duidelijk de bakens uitzet. Tegen 2025 wil Noorwegen geen enkele nieuw diesel- of benzinevoertuig op zijn wegen zien verschijnen. Alle nieuw aangekochte auto’s moeten dan CO2-vrij zijn. Zero-emission voertuigen, zonder uitstoot dus. En de elektrische auto’s met batterijen zullen in die nieuwe groene autovloot vermoedelijk het leeuwendeel voor zich nemen. Naast de elektrische auto’s op waterstof die sneller opladen en verder rijden dan hun concurrenten op batterijen. Maar die het moeten afleggen in infrastructuur: want waterstoftankstations zijn er amper. Ook in Noorwegen. Terwijl iedereen wel thuis een stopcontact heeft waarmee hij de batterij van zijn elektrische auto kan opladen.