Meest recent

    BELGA

    Waarom mag de fiscus sommige dingen niet weten?

    Het is vreemd dat de fiscus de eigenaar van binnenlands geld niet kent, maar de eigenaar van buitenlands geld wél. 

    opinie
    Michel Maus
    Michel Maus is hoogleraar (VUB) en advocaat gespecialiseerd in fiscaal recht.

    Vorige week raakte bekend dat oppositie-partij SP.A een wetsvoorstel gaat indienen dat inkomsten uit vermogen transparant moet maken. In de persmededeling werd gesteld dat als de inkomsten uit vermogen transparant worden gemaakt, het fraudeniveau gevoelig zal dalen en de ongelijke behandeling tussen inkomen uit arbeid en inkomen uit vermogen kan worden weggewerkt.

    Hoewel verwacht kan worden dat de regeringspartijen zich fel tegen dit voorstel zullen kanten, vraagt het voorstel toch minstens een fundamenteel debat.

    De fiscus int belastingen zonder te weten wie de genieter van het inkomen is. En net dat is vreemd. 

    Het is inderdaad vrij vreemd dat de Belgische fiscale administratie op vandaag totaal geen zicht heeft op de inkomsten die belastingplichtigen halen uit hun roerend vermogen. Dat is het gevolg van de zogenaamde bevrijdende roerende voorheffing.

    Wie interesten op een Belgische bank- of effectenrekening verkrijgt of wie dividenden van een Belgische vennootschap ontvangt, moet op deze inkomsten een roerende voorheffing als belasting betalen. Deze roerende voorheffing wordt echter aan de bron afgehouden en aan de fiscus doorgestort door de instelling of vennootschap die het inkomen heeft uitgekeerd.  Als dat is gebeurd, is de belastingplichtige “bevrijd” van zijn aangifteverplichting en hoeft hij de ontvangen roerende inkomsten niet meer aan te geven in zijn jaarlijkse fiscale aangifte.

    Dat lijkt een mooi systeem, maar het impliceert wel dat de fiscus belastingen int zonder echt te weten wie de genieter van het inkomen is. En net dat aspect is vreemd. 

    Andere 'genieters' van inkomsten kent de fiscus wel

    Voor alle andere types van inkomen bestaat er een wel een aangifte­verplichting en wordt de fiscus vaak ook nog door middel van fiscale fiches van het toekennen van het inkomen aan een bepaalde belastingplichtige op de hoogte gesteld. Van iedereen die gaat werken bijvoorbeeld weet de fiscus in principe perfect hoeveel loon er werd betaald door de werkgever en ook van alle eigenaars van onroerende goederen is de fiscus perfect op de hoogte van de inkomstensituatie.

    Alleen voor roerende inkomsten is dat dus niet het geval, althans niet voor Belgische roerende inkomsten. Wat buitenlandse roerende inkomsten betreft, is er vanaf dit jaar een volledige transparantie voorzien.

    Dit is het gevolg van de zogenaamde Common Reporting Standard van de OESO, die landen ertoe verplicht voor fiscale doeleinden de bankgegevens van belastingplichtigen met elkaar uit te wisselen.

    Wel geld het buitenland

    De Common Reporting Standard voorziet dat de fiscale administraties van de deelnemende landen elkaar jaarlijks moeten inlichten over de identiteit van buitenlandse rekeninghouders, ook van de waarde van de financiële activa die deze personen aanhouden in het buitenland en van de inkomsten die deze activa hebben opgeleverd.

    Op basis van deze regeling zal de Belgische fiscale administratie vanaf september van dit jaar van 54 landen financiële informatie over Belgische belastingplichtigen ontvangen en in 2018 zullen dit reeds 94 landen zijn.

    Niet voor geld uit het binnenland

    Niettegenstaande ons land dit OESO-initiatief reeds van in het begin sterk heeft ondersteund, blijkt de regering echter op nationaal vlak geen voorstander te zijn van een transparantieverplichting voor roerende inkomsten. De persoonlijke gegevens van buitenlandse bankrekeningen worden spontaan aan de Belgische administratie meegedeeld, maar de persoonlijke gegevens van Belgische bankrekeningen blijven voor de fiscus verborgen, tenzij in geval van aanwijzingen van belastingfraude.

    En die vreemde situatie creëert toch wel een aantal juridische problemen. 

    Belgische banken hebben een voordeel

    Vooreerst kan al worden gewezen op een soort van bankprotectionisme en de vraag is of dit in overeenstemming is met de Europese verplichting van vrij kapitaalverkeer. Wanneer bijvoorbeeld een Luxemburgse bank probeert Belgische rekeninghouders aan te trekken, dan bevindt die bank zich in een concurrentieel nadeel ten opzichte van Belgische banken.

    De Luxemburgse bank zal immers verplicht zijn om jaarlijks de bankgegevens van de Belgische klant aan de Belgische fiscus over te maken, daar waar de Belgische bank nog steeds concurrentieel kan uitpakken met fiscale discretie en de bankgegevens van de klant voor de fiscus verborgen kan houden.

    De ene Belg wel, de andere niet

    Daarnaast is er ook sprake van onderlinge discriminatie tussen enerzijds Belgische belastingbetalers die een transparante buitenlandse bankrekening bezitten en anderzijds Belgische belastingbetalers die een niet-transparante Belgische bankrekening bezitten.

    Dus het invoeren van transparantieverplichting voor Belgische roerende inkomsten zal op termijn niet zozeer een kwestie zijn van politiek willen maar wel van juridisch moeten.

    Het is een gulden wetmatigheid in de fiscaliteit dat wat zichtbaar is, tastbaar is en wat tastbaar is, belastbaar is. Daar knelt het schoentje.

    En zou dat nu een goede zaak zijn, die transparantie voor Belgisch roerend vermogen? Wel alleszins zal dit meer controle op fraude mogelijk maken.
    Vooreerst uiteraard fiscale fraude waarbij de fiscus niet zozeer de inkomsten van het vermogen zal willen controleren, maar vooral zal willen nagaan of het kapitaal een rechtmatige herkomst heeft.

    En daarnaast kan er uiteraard ook gerichter onderzoek gebeuren naar fraude met sociale uitkeringen, wanneer zou blijken dat de betrokkene zijn roerende inkomsten voor de overheid heeft verzwegen.

    Dus goed nieuws? Wel ja voor de fraudebestrijding, maar de vrees bij heel wat belastingplichtigen is echter dat met een transparantieverplichting het vermogen wel volledig zichtbaar wordt voor de fiscus.

    En laat het nu net een gulden wetmatigheid zijn in de fiscaliteit dat wat zichtbaar is, tastbaar is en wat tastbaar is, belastbaar is. Daar knelt dus het schoentje.