Meest recent

    © BSIP / Reporters

    Tien jaar later… krijgen we een nieuwe economische crisis?

    Vandaag, zo’n tien jaar na het leeglopen van de zeepbel op de Amerikaanse huizenmarkt, horen we steeds meer stemmen die waarschuwen voor nieuw economisch onheil. Hoe terecht is die vrees?

    opinie
    Hans Bevers
    Hans Bevers is hoofdeconoom bij Bank Degroof Petercam

    De vraag stellen is ze beantwoorden, luidt het. Maar er is vooralsnog te weinig bewijs dat er een grote crisis voor de deur staat. Eerst en vooral, het is gemakkelijk en enigszins verleidelijk om volmondig 'ja' te antwoorden op deze vraag. Want, hoe je het ook draait of keert, we zijn altijd onderweg naar een volgende recessie. Recessies zijn nu eenmaal eigen aan het kapitalistische economische systeem.

    Verder zullen sommige waarnemers zich met grote waarschuwingen willen profileren als een nieuwe Cassandra, een onheilsprofeet, om nadien te kunnen zeggen hoe perfect voorspelbaar het allemaal wel was. Draaide het anders uit, dan is er vaak geen haan meer die er naar kraait. Dat is best handig. 

    Voorspellen is moeilijk

    Het bijhorende verhaal is niet moeilijk te verzinnen: het beleid van de centrale banken heeft de rentevoeten zo laag geduwd en de aandelenmarkten zo hoog dat een serieuze crash en diepe recessie niet meer te vermijden vallen.

    Voeg daarbij dat de Chinese staatsbedrijven de voorbije jaren massaal geld geleend hebben om snelwegen naar nergens, spooksteden en andere megalomane projecten op touw te zetten en je hebt een perfect recept voor nakende economische rampspoed.

    Bovendien kent de Amerikaanse economie sinds begin 2009 één van de langste expansies in zijn naoorlogse geschiedenis. Dat moet toch stoppen, niet?

    Mijn huidige inschatting is dat het niet zover zal komen, althans niet in 2017 of 2018. De meeste indicatoren wijzen er vooralsnog op dat de Amerikaanse economie zijn lang uitgesponnen herstel verderzet, dat de Europese economie een forse inhaalbeweging maakt en dat de Chinese economie eerder geleidelijk zal vertragen.

    Toegegeven, ik schuifel ook al eens ongemakkelijk op mijn stoel bij het analyseren van de geldinjecties van de centrale banken of de Chinese kredietvolumes. Of kijk naar de waardering van de huizenprijzen in bepaalde delen van Canada of Zweden, toch even de wenkbrauwen fronsen.

     

    Toegegeven, ik schuifel ook al eens ongemakkelijk op mijn stoel bij het analyseren van de geldinjecties van de centrale banken of de Chinese kredietvolumes.

    Maar, er is nog een verschil tussen het goochelen met grote getallen enerzijds en zeggen dat de volgende crisis voor de deur staat. We kunnen op bepaalde risico’s wijzen maar we zijn maar beter bescheiden wanneer het aankomt op voorspellen, en al helemaal wanneer het over de exacte timing gaat. 

    Vogelpik gooiende chimpansee

    Moest het toch zover komen, dan zal je al snel menig expert in de val van de ‘hindsight bias’ zien lopen. Dat komt erop neer dat we beginnen te geloven dat we een bepaalde gebeurtenis juist hadden ingeschat terwijl we er in feite naast zaten. De nieuwe overtuiging is dan dat de uitkomst voorbestemd was, alsof het niet anders had kunnen verlopen.

    Op die manier lijkt het verleden meer voorspelbaar en wordt ook het vertrouwen gesterkt dat de toekomst voorspelbaarder is dan in werkelijkheid het geval. Zo menen nogal wat experts zich te herinneren dat ze de Grote Recessie van 2008-2009 hadden zien komen. Hetzelfde geldt voor de verkiezingsoverwinning van Trump of de vertrekstem in het Brexit-referendum.

    Het heeft dus geen zin om de zogenaamde experts op een voetstuk te plaatsen. Anderzijds is het evenmin fair om ze allemaal over dezelfde kam te scheren of ze op gelijke hoogte met de vogelpik spelende chimpansee te zetten.

    De Canadees-Amerikaanse politicoloog Philip Tetlock vond in een uitgebreid onderzoek tussen 1984 en 2004 inderdaad dat de gemiddelde expert op een hele resem vragen gaande over economie, aandelen, verkiezingen, oorlogen, … niet beter scoorde dan puur giswerk. Maar de gemiddelde expert is uiteraard niet dezelfde persoon als de goede expert. Uit Tetlock’s studie bleek dat er wel degelijk voorspellers zijn die erin slagen om consistent beter te doen dan lukraak gokken.

    Waarvoor dienen economen dan wel?

    Niemand heeft ooit gezegd dat economen altijd en overal goede voorspellers van economische recessies zouden zijn. Anders dan soms beweerd wordt, is dat ook niet hun eerste taak. Economen doen het met modellen. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier over een theoretische abstractie van de realiteit of een set van variabelen bedoeld om economische fenomenen zoals groei, inflatie of werkloosheid te verklaren. Niet over de vrouwen of mannen op de catwalk.

    Verschillende omstandigheden vragen om andere modellen. Zorgt een minimumloon voor meer of minder jobs? Zorgen kapitaalstromen naar opkomende landen voor meer of minder economische groei? Wordt de economische activiteit gefnuikt of gestimuleerd wanneer de overheid actie onderneemt om het tekort op de begroting terug te dringen? Het enige juiste antwoord op al deze vragen is dat het afhangt van de exacte omstandigheden. Bijvoorbeeld, is er veel of weinig concurrentie op de arbeidsmarkt? Bevindt de economie zich in een recessie of niet? Kan het monetaire beleid voldoende tegenwicht bieden?

    Met andere woorden, andere assumpties leiden tot een andere uitkomst. Er bestaan uiteraard wel recessiemodellen, zoals dat van de Amerikaanse centrale bank bijvoorbeeld. Dat model schat de kans op een recessie in de VS in de volgende twaalf maanden op 10%. Dat is eerder weinig. Maar het verleden leert dat ook dit snel kan veranderen. Tot nader order is er geen enkel uniek model dat in staat is om de wereldwijde complexiteit van het financiële systeem en de reële economie te vatten. Geen enkel model kan bovendien het menselijk denken en handelen feilloos capteren. De toekomst blijft boven alles onzeker.