Meest recent

    Reporters

    “Zo lang consumenten alleen de laagste prijs willen, zal er een probleem zijn”

    Een boer die z'n Limousinkoeien laat grazen tussen de hoogstamfruitbomen. Een veeteler die oregano toevoegt aan het voer van zijn koeien opdat ze minder methaan zouden uitstoten. Een stadsboerderij boven op de daken. Er beweegt heel wat in de Vlaamse land- en tuinbouw, er worden veel inspanningen gedaan om te innoveren en duurzamer te gaan werken. Het programma Bonus op Radio 1 probeerde die inspanningen deze zomer in kaart te brengen.

    Aardbei-automaten en buurderijen

    “Dit IS de Vlaamse landbouw,” vindt Anne-Marie Vangeenberghe van de Boerenbond: “Een grote veelzijdigheid, veel familiale bedrijven die erg van elkaar kunnen verschillen.” Er was bijvoorbeeld veehouder Ronny Aerts uit Herselt. Hij zaait grasklaver voor zijn koeien, omdat die prima is voor de bodem (hij spaart er kunstmest mee uit) en hij heeft geïnvesteerd in een biogascentrale om elektriciteit op te wekken uit de mest.

    “Het is zowel economisch als ecologisch interessant,” zegt hij. “Alleen, als landbouwer wil je sommige stappen wel zetten, maar kun je niet, doordat de prijzen die je voor je landbouwproducten krijgt zo laag zijn.” Sommige melkveeboeren hebben de afgelopen jaren gewerkt voor minder dan 5 euro per uur, zegt hij. Alleen door 80 uur per week te werken, kunnen ze het hoofd boven water houden.

    Maar veel innoveren zit er dan niet meer in. Zelf lukt het hem wel doordat hij zijn zuivelproducten rechtstreeks aan de consument verkoopt in zijn boerderijwinkel: de zogenaamde korteketenverkoop. Ook enkele collega-landbouwers die we spraken, slagen er op die manier in om te innoveren.

    “Die korteketenverkoop groeit inderdaad,” zegt Anne-Marie Vangeenberghe. Al plaatst ze wel een paar kanttekeningen: “Het grootste deel van de landbouwproducten wordt nog altijd verkocht via de traditionele distributiekanalen. En er zijn voorbeelden van rendabele korteketenbedrijven, maar er zijn er ook andere. Net zoals er ook in de gangbare landbouw boeren zijn die winst maken en boeren die kopje-onder gaan. Maar de korteketenverkoop groeit wel nog steeds.

    Hoeveel rek er nog op zit, dat wordt bepaald door u en mij: de vraag van de consumenten zelf. Je ziet wel de afzetkanalen veranderen: vijf of tien jaar geleden had je alleen de hoevewinkel of de boerenmarkt. Nu zie je bijvoorbeeld ook aardbei-automaten opduiken. Of er ontstaan ‘buurderijen’: netwerken van boeren die lokaal produceren, verwerken en verkopen op stadsmarktjes. Of de lokale supermarkt verkoopt zelfgemaakte bio-yoghurt van de boer. Er zijn veel meer alternatieve afzetkanalen bijgekomen.”

    Als landbouwer wil je sommige stappen wel zetten, maar kan je niet, omdat de prijzen die je voor je landbouwproducten krijgt zo laag zijn.

    Neerwaartse spiraal

    Maar of dit een terugkeer betekent naar meer kleinschalige landbouw, betwijfelt Vangeenberghe. “We hébben hier geen grootschalige landbouw in Vlaanderen. De grootste boer hier is een kleintje als je hem vergelijkt met zijn collega’s in Frankrijk en Duitsland, laat staan die in Amerika.” 

    De fipronil-crisis deze zomer legde wel de kwetsbaarheid van landbouwbedrijven bloot. Zowel grote als kleine bedrijven, zowel bioboeren als legbatterijen kunnen het slachtoffer worden van fraudeurs. Maar het model waarbij er steeds weer gestreefd wordt naar meer grootschaligheid om lagere prijzen te kunnen genereren voor de consument, dat zorgt wel voor een neerwaartse spiraal: “Consumenten willen altijd de laagste prijs, zowel voor eten als voor kleren en reizen. Kijk maar naar de staking bij de bagageafhandelaars op de luchthaven. Zolang wij ons als consument alleen laten leiden door de laagste prijs, zal er een probleem zijn.” 

    We hébben hier geen grootschalige landbouw in Vlaanderen. De grootste boer hier is een kleintje als je hem vergelijkt met zijn collega’s in Frankrijk en Duitsland, laat staan die in Amerika

    Reclamefolders scannen

    Dat sluit dan weer aan bij de aanklacht van architecte Carolyn Steel, bekend van het boek ‘Hungry City’. Zij vindt dat ons voedsel té goedkoop is geworden: “De industrialisatie heeft de illusie van goedkoop voedsel gecreëerd. We besteden nu minder dan ooit aan ons eten, en we waarderen het niet meer echt. Maar dat komt doordat een heleboel externe kosten niet worden doorgerekend.” 

    Vangeenberghe is het daar helemaal mee eens: “Er zijn inderdaad verborgen kosten die niet in kaart worden gebracht, bijvoorbeeld CO²-uitstoot. De laatste jaren is er daar gelukkig wel meer aandacht voor en worden er oplossingen gezocht. Maar dat de boeren hun kosten amper vergoed krijgen, dat is toch ook een belangrijke reden om te zeggen: de prijs is te laag.

    Het is natuurlijk een uitdaging voor elke ondernemer om zijn producten zo goedkoop mogelijk proberen te maken. En het is belangrijk dat goed, gezond voedsel binnen bereik is voor iederéén. Maar je kan die prijs niet blijven drukken. Een oproep dus aan de consument om niet langer alle reclamefolders te scannen op zoek naar de állerlaagste prijs.”

    We roepen de consument op om niet langer alle reclamefolders te scannen op zoek naar de állerlaagste prijs