Meest recent

    Vierdagenwerkweek, hoezo onrealistisch?

    Het voorstel van PS-voorzitter Elio Di Rupo voor een vierdagenwerkweek -met loonbehoud- verdient volgens Olivier Pintelon "beter dan de goedkope platitudes van de voorbije dagen".  De geschiedenis bewijst volgens hem dat een kortere werkweek wel tot de mogelijkheden behoort. 

    opinie
    Olivier Pintelon
    Olivier Pintelon is politicoloog en kernlid van de denktank Minerva. Hij werkt aan een boek over de kortere werkweek.

    PS-voorzitter Elio Di Rupo bepleit in zijn nieuw boek Nouvelles conquêtes de vierdagenwerkweek. De reacties lieten niet lang op zich wachten. “Ultralinks”, kopte De Tijd. N-VA’er Peter De Roover stelde kort: "Linkse voorstellen PS zijn zelfs in Venezuela moeilijk te verkopen". De grootspraak wordt niet gespaard. Toen Femma, PVDA en Ecolo gelijkaardige voorstellen deden, was het oordeel al even vernietigend. Gaande van “te gek voor woorden” tot “van een andere planeet”.

    Laat je echter niets wijsmaken. Ook in 1837 leek een kortere werkweek onrealistisch. Het ging de geschiedenisboeken in als één van een grootste economische blunders. Een fout die we niet mogen herhalen.

    Ook in 1837 leek een kortere werkweek onrealistisch. Een fout die we niet mogen herhalen.

    Het laatste uur van Senior

    1764. De Brit James Hargreaves ontdekt de ‘Spinning Jenny’, een spinmachine. Het ontketende een revolutie in de katoen- en wolindustrie. Latere modellen lieten arbeiders tot 130 draden tegelijk spinnen, de droom van elke kapitalist. Het was één van die uitvindingen die het startschot gaf voor de eerste industriële revolutie. Een grote sprong in de ontwikkeling van de mensheid. De productiviteitsgroei swingde de pan uit, net als de bedrijfswinsten.

    Maar de revolutie kwam met een schaduwzijde. Gestaag groeide in Engeland een verpauperde arbeidersklasse. 70 urenweken waren de norm, kinderarbeid schering en inslag. In de eerste decennia van de 19e eeuw kwam gestaag een tegenbeweging op gang. Het voorstel van een 10 urendag zag het daglicht.

    Dat was niet naar de zin van Nassau William Senior, een gerenommeerd econoom. Begin 19e eeuw adviseerde hij opeenvolgende Britse regeringen op het vlak van economische en sociale politiek. Hij bekleedde tevens een leerstoel aan de universiteit van Oxford: The Drummond Professorship of Political Economy. Na hem vielen drie Nobelprijswinnaars deze eer te beurt. Kortom, Senior was een economisch zwaargewicht.

    Senior waarschuwde in zijn Letters on the Factory Act voor een economisch armageddon. Een 10 urendag was onbespreekbaar voor de econoom en betekende zonder meer het einde van de Engelse katoenindustrie. Via een ingewikkeld econometrisch model ‘toonde’ hij ‘aan’ dat een arbeider minstens 10,5 uur per dag moet werken, zo niet was hij ‘onrendabel’.

    De theorie ging de geschiedenis is als Senior’s laatste uur. Alle winst zou worden geboekt in het laatste werkuur van de arbeider. Eén van de grootste blunders in de economische geschiedenis. Hij weigerde in te zien dat een kortere werkdag ook een besparing oplevert voor de textielbaron. Minder onderhoud voor machines, langere levensduur ervan. Zijn theorie leidde later tot hoongelach.

    In 1847 zag de Ten Hours Act het daglicht. Maximaal tien uur werken voor vrouwen en tieners in de katoenindustrie.  En wat bleek?  De katoenindustrie ging niet failliet. Integendeel. Enkele jaren later dwong een Australische vakbond zelfs de eerste 8 urendag af. Het startpunt van een lange historische strijd.

    Nassau William weigerde in te zien dat een kortere werkdag ook een besparing oplevert voor de textielbaron. 

    30 urenwerkweek ligt in het verschiet

    Mensen zijn van nature eerder behoudsgezind. Dat geldt evenzeer voor intellectuelen. Sommige opiniemakers getuigen van een gebrek aan inspiratie en weinig historisch bewustzijn.

    De werkdag evolueerde van 12 naar 8 uur in slechts enkele decennia. Het betaald verlof zag in de jaren 30 het daglicht en tot na de Tweede Wereldoorlog was zaterdagwerk schering en inslag. Pas op het einde van de jaren 50 werd het weekend stilaan een institutie. 

    Voor dertigers als ik moeilijk te bevatten. Waarom zou een vierdagenwerkweek of een 30 urenweek dan nu onrealistisch zijn?

    De werkdag evolueerde van 12 naar 8 uur in slechts enkele decennia. Waarom zou een vierdagenweek dan nu onrealistisch zijn? 

    Een manier om die kortere werkweek te realiseren: de stijgende productiviteit. We worden als samenleving steeds beter in het maken van goederen en het leveren van diensten. Altijd efficiënter. Denk maar aan de typmachine en de pc. Een managementassistent levert anno 2017 veel meer output af. Niet zozeer omdat hij / zij harder werkt, maar omdat de technologie dat toelaat.

    Ook de komende decennia zal de productiviteit gestaag verder groeien. Sommige prognoses gaan uit van 1% per jaar. Binnen enkele decennia ligt zo een vierdagenwerkweek of een 30 urenweek in het verschiet. Als we ervoor kiezen om die stijgende productiviteit om te zetten in tijd voor onszelf.

    En dat is broodnodig. Een cruciale reden? De spectaculaire arbeidsverkorting op individueel niveau heeft zich niet volledig doorgezet op gezinsniveau. De norm voor voltijds werk in België bleef sinds het midden van de jaren 70 nagenoeg stabiel: 38 tot 40 uur per week.

    Opmerkelijk, want toen deden de vrouwen hun grote (her)intrede op de arbeidsmarkt. Mannen klopten in de jaren 50 weken van gemakkelijk 55 uur, maar de vrouw was in de regel huismoeder. De werkweek moet nu aangepast worden aan de realiteit van het tweeverdienersmodel.

    Zo niet dwing je heel wat jonge moeders tot een tweederangsrol in de arbeidsmarkt: deeltijds werk, deeltijds loon, deeltijds pensioen, minder carrière. Dat kan en moet anders. De kortere werkweek verdient beter dan de goedkope platitudes van de voorbije dagen. Laten we twee keer nadenken vooraleer we het idee wegzetten als onrealistisch.

    De werkweek moet nu aangepast worden aan de realiteit van het tweeverdienersmodel.