Meest recent

    De Rohingya, het volk dat niemand wil

    Terwijl Europa worstelt met een vluchtelingencrisis in de Middellandse Zee is in Zuidoost-Azië een even dramatische stroom van bootvluchtelingen op gang gekomen: die van de moslimminderheid van de Rohingya uit Myanmar (Birma). De meesten van die mensen zijn statenloos en weinig landen in de regio willen ze opnemen.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    De Rohingya zijn soennitische moslims en wonen in noordelijk Arakan (Rakhine), een gebied in het westen van Myanmar tegen de grens met Bangladesh. Ze spreken overigens een taal die verwant is aan het Bengalees. Hoe dan ook was er in die streek in de 15e eeuw al een moslimsultanaat, maar dat werd eind de 18e eeuw samen met de rest van Arakan ingelijfd bij het overwegend boeddhistische Birmaanse rijk.

    Na de verovering van Birma door het Brits-Indische rijk in de 19e eeuw werden steeds meer mensen uit Bengalen naar Arakan gestuurd als landarbeiders in de rijstvelden. Die toename leidde tot spanningen en geweld over en weer met de boeddhistische bevolking van Arakan.

    Tijdens de Japanse bezetting plunderden beide gemeenschappen elkaars dorpen en bij de onafhankelijkheid van Birma in 1948 vroegen de Rohingya de aansluiting van noordelijk Arakan bij Pakistan (dat toen nog Bangladesh omvatte), wat geweigerd werd. Daarop kwam er een opstand tegen het Birmaanse leger die tot 1978 zou blijven duren. De spanningen werden nog groter toen honderdduizenden Bengaalse vluchtelingen tijdens de bloedige onafhankelijkheidsoorlog van Bangladesh in 1971 een toevlucht zochten in Birma en daar de moslimminderheid versterkten.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Statenlozen die niemand wil

    In 1982 heeft de vroegere Birmaanse dictator Ne Win de nationaliteit afgenomen van de Rohingya, die nu in principe stateloos zijn. Ze worden door de regering beschouwd als "Bengali's". Enkele jaren geleden omschreef een hoge ambtenaar in de regering de Rohingya nog als "lelijke fabelwezens" en "vreemden in Myanmar".

    In 2012 barstte dan een nieuwe golf van gewelddaden uit tussen islamitische Rohingya en boeddhistische Arakanezen en werden opnieuw mensen vermoord en verkracht, en dorpen in brand gestoken. Het leger van Myanmar trad hard op, vooral tegen de Rohingya, en sloot niet minder dan 140.000 van hen op in kampen. Er zijn ook sterke beperkingen opgelegd aan wat het regime beschouwd als "vreemdelingen". Zo mogen de Rohingya in Myanmar niet vrij rondreizen zonder een speciale toelating (die ze moeilijk krijgen), moeten ze toestemming vragen om te trouwen en mogen ze niet meer dan twee kinderen hebben.

    Die onderdrukking zet velen aan om het land te verlaten, maar niemand zit op hen te wachten en hun "statenloze" positie maakt de situatie niet gemakkelijker. Bangladesh -waar al 300.000 Rohingya wonen- is zelf enorm overbevolkt en straatarm, en heeft al duizenden onder hen teruggestuurd naar Myanmar.

    Daarom zoeken velen hun heil nu in vluchten naar het andere buurland Thailand, maar ook daar zijn ze niet welkom. Het Thaise leger zou hard optreden tegen Rohingya en hun boten terugslepen naar volle zee. Wat er daarna mee gebeurt, laat zich raden. Wie de kust wel haalt, is ook daar niet veilig. Onlangs werd in Zuid-Thailand nog een kamp ontdekt waar Rohingya werden vastgehouden en mishandeld door mensensmokkelaars en werden er massagraven gevonden in de buurt. Een Thaise rechtbank heeft daar onlangs wel forse straffen voor de verantwoordelijken daarvoor uitgesproken en ook een hoge generaal kreeg een lange celstraf.

    Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

    Grootste stroom vluchtelingen sinds Vietnam

    Nu het Thaise leger hard optreedt, zowel tegen de Rohingya als tegen de mensensmokkelaars, worden veel van die mensen gewoon door de smokkelaars vastgehouden op boten nabij de zeestraat van Malakka, meestal zonder voldoende voedsel of water.

    Die proberen dan de kust van Maleisië te bereiken, waar regelmatig uitgehongerde vluchtelingen zijn gestrand op het eiland Langkawi. Maleisië is overwegend een moslimland, maar tegelijk ook relatief welvarend, wat het aantrekkelijk maakt voor Rohingya.

    Ook in de provincie Aceh, in het noorden van het Indonesische eiland Sumatra, komen af en toe bootjes met Rohingya aan. Daar zouden ze op wat sympathie kunnen rekenen van de erg islamitische inwoners. Er zouden ook nog enkele duizenden Rohingya ronddobberen op boten in de Indische Oceaan en nu de overheden de kusten scherper bewaken, zullen mensensmokkelaars velen van hen wellicht aan hun lot overlaten. Er zijn de voorbije maanden overigens al tal van boten met Rohingya vergaan in de streek.

    Hoe dan ook lijkt -ver weg van de Middellandse Zee- een nieuwe vluchtelingencrisis in de maak, nu de Rohingya zo goed als nergens welkom zijn. Sommigen spreken over "de meest vervolgde bevolkingsgroep ter wereld", anderen over de grootste bootvluchtelingencrisis in Zuidoost-Azië sinds honderdduizenden mensen in de jaren 80 in bootjes wegvluchtten uit de communistische staten Vietnam en Cambodja.