Meest recent

    Merlijn Doomernik

    De 5 boeken die het leven van Ignaas Devisch hebben veranderd

    Zondag, rustdag. Een ideaal moment om u in de zetel te nestelen met een uitstekend boek. Daarom polsen we iedere zevende dag van de week naar het favoriete leesvoer van een bekend gezicht. Vandaag vertelt filosoof Ignaas Devisch over zijn 5 lievelingsboeken.  

    Ignaas Devisch, professor wijsbegeerte aan de Universiteit Gent, is zelf (mede-)auteur van een tiental boeken. “Rusteloosheid”, zijn jongste, gaat over problemen waar we allemaal mee worstelen: drukte, gejaagdheid en onrust, de rusteloosheid van het leven zeg maar. Die immer knagende onrust is volgens Devisch geen probleem dat we moeten amputeren. Het is de motor van een rijk, waardevol leven, en die motor kunnen we maar beter koesteren.

    Devisch herkent die rusteloze gedrevenheid ook in zijn eigen leven. Is hij geen les aan het geven, dan is hij waarschijnlijk op congres of werkt hij aan zijn volgend boek. Lezen staat dan ook vaak in het teken van een concreet project. “Als ik lees, dan is het meestal wel in het teken van een boek dat ik later zal schrijven. Af en toe lees ik nog eens een boek puur voor het plezier, maar niet vaak.”

    Devisch leest altijd met een potlood en een notitieboekje in de aanslag, klaar om interessante passages te markeren. “In zowat elk boek dat ik lees, ook in romans, staan er dingen genoteerd,” vertelt hij. “Bij het begin van het boek, op een witte bladzijde, noteer ik meestal de bladzijde waar iets mij is opgevallen met een kernwoord erbij. Zo kan ik passages achteraf makkelijk terugvinden. Altijd met in het achterhoofd van misschien kan ik dat ooit nog eens gebruiken in een boek.”

    Met science fiction of een detective-roman zal je Devisch niet betrappen. Hij houdt vooral van stevige kost, boeken die wel wat denkkracht en doorzettingsvermogen vergen. Op zijn lijstje met favoriete boeken: één Vlaamse klassieker, twee filosofische werken en twee complexe, vuistdikke romans.

    1. "De duivelsverzen" van Salman Rushdie

    “De duivelsverzen” van Salman Rushdie is vooral berucht om de controverse die het veroorzaakte. De roman verscheen in 1988 en leidde meteen tot commotie onder fundamentalistische moslims. Ayatollah Khomeini noemde het boek “een belediging voor de islam” en zette een premie van drie miljoen dollar op het hoofd van de auteur. Terwijl wereldwijd tegen zijn boek werd betoogd, dook Rushdie onder. De Japanse vertaler van “De duivelsverzen” werd vermoord, een Noorse uitgever raakte gewond bij een aanslag.

    Devisch betreurt dat het boek overschaduwd werd (en wordt) door die controverse. “Het gaat enkel nog om wat het politiek heeft teweeg gebracht, niet meer om het boek zelf. En ondanks de hetze hebben weinigen “De duivelsverzen” gelezen. Dat is jammer, want het is een schitterend boek dat veel beter verdient. Het is speels en grappig, met een ongelofelijke taalvirtuositeit. En dan nog met een vleugje theologie erbij.”

    Maar net dat vleugje theologie maakt het boek zo controversieel. “De duivelsverzen” verwijst naar de duivel, die een aantal valse verzen zou hebben ingefluisterd in het oor van de profeet Mohammed. “Die beruchte duivelsverzen zijn in de islam een ernstige theologische kwestie, maar Rushdie behandelt het thema op een speelse manier, met veel zin voor humor. Ik denk trouwens dat vooral die combinatie van humor en religie in slechte aarde is gevallen. Tenminste: voor zover we mogen aannemen dat degenen die tégen het boek zijn het boek ook gelezen hebben, wat ik zeer betwijfel.”

    2. "De zee van de vruchtbaarheid" van Yukio Mishima

    "De zee van de vruchtbaarheid” is eigenlijk geen boek, maar een vierdelige reeks. Shigekuni Honda, het hoofdpersonage, is een getormenteerde rechtenstudent die zich doorheen de romans ontwikkelt tot rechter. Honda vertelt over de vier opeenvolgende reïncarnaties van zijn jeugdvriend Kiyoaki Matsugae: als jonge aristocraat, als gewelddadige nationalist, als gezapige prinses en als sadistisch en manipulatief weeskind. Een van de achterliggende thema’s is de afbrokkeling en teloorgang van de Japanse traditie, één van Mishima’s vele obsessies.

    “De vier delen heb ik na elkaar gelezen en ik ben er enkele weken niet goed van geweest,“ zegt Devisch. “De omzwervingen van het hoofdpersonage, de lange tocht langs de filosofische en religieuze wortels van de Japanse en de westerse cultuur, de tormenten in de liefde, het zorgde ervoor dat ik helemaal was opgezogen door Mishima’s universum.“

    Devisch worstelde zich door de vier boeken. Soms met moeite, want makkelijk leest Mishima niet. “Het is een enorme hap om in te bijten en er passeert ook veel filosofie. Je hebt best veel kennis nodig om er vlot doorheen te lezen.”

    Vandaag herinnert Devisch zich vooral de diepe indruk die “De zee van vruchtbaarheid” op hem maakte. Hij leefde zo sterk mee met de personages, dat hij bij momenten moeite had om door te lezen. ”Het was alsof ik alles zélf meemaakte. Die zelfkwelling, dat getormenteerde, dat zijn dingen die ik ook bij mezelf herken. In die zin was het zeker geen pretje om te lezen. Het is geen boek waarvan je daarna zegt: "Dit was fantastisch". Het is veeleer een boek waarvan je zegt: "Wow, hier ben ik helemaal ondersteboven van"."

    3. "Metafysica" van Aristoteles

    Ook het derde werk op het lijstje van Devisch is allesbehalve een snelle hap. De “Metafysica” van Aristoteles is een complex en moeilijk leesbaar werk, zeker geen vrolijke strandlectuur.  “Het is het eerste filosofie-standaardwerk dat ik helemaal heb doorploeterd. Toegegeven: Aristoteles is nooit makkelijk en zijn metafysica zeker niet. Tegelijk staat het werk symbool voor de hele ontstaansperiode van de Griekse filosofie: de zoektocht naar de grondoorzaken en basismechanismen van onze wereld, de vraag naar hoe de dingen in beweging zijn gekomen, de plaats van alles op deze wereld.”

    Devisch neemt de “Metafysica” nog regelmatig ter hand. Telkens raakt het boek een gevoelige snaar. “Voor niet-filosofen is dat misschien vreemd om horen maar ik kan nog altijd oprecht ontroerd raken als ik dat boek herlees. Niet dat ik zit te huilen, maar mijn bewondering voor Aristoteles is enorm. Hoe hij alles zo grondig analyseert, dat is zeer spannend en vooral niet droog. Aristoteles’ denkvermogen is werkelijk enorm geweest.”

    Filosofische boeken als “Metafysica” leest Devisch het liefste aan zijn bureau. “Een roman zal ik eerder lezen in de zetel.  Maar bij een filsofieboek moet je echt alle finesses begrijpen, zeker als je er later iets over wilt schrijven. Dat is echt bureauwerk.”

    4. "Le sens du monde" van Jean-Luc Nancy

    Jean-Luc Nancy is in Vlaanderen minder bekend. Slechts drie van zijn boeken zijn naar het Nederlands vertaald. In Frankrijk geldt Nancy nochtans als een van de grote hedendaagse filosofen. Hij schreef (mee aan) meer dan honderd boeken en werd beïnvloed door denkers als Martin Heidegger, Friedrich Nietzsche en Georges Bataille.

    “Le sens du monde”, een van Nancy’s meesterwerken, verscheen in 1993 en gaat over het absurde karakter van de wereld. “De wereld op zich heeft volgens Nancy totaal geen zin, het is een volstrekt zin- en betekenisloos gegeven,” vat Devisch samen. “Als mens worden we in die zinloze wereld geworpen. Het enige dat we volgens Nancy kunnen doen, is ons tot die zinloosheid verhouden.”

    Devisch geeft toe dat het wat abstract klinkt. “Toen ik “Le sens du monde” voor het eerst las, begreep ik er zelf ongeveer niets van. Mijn basiskennis van een aantal filosofen – Heidegger, Hegel, Kant – volstond toen niet om dat boek te ontrafelen. Na veel studiewerk is me dat wel gelukt en was de basis gelegd voor wat later de kern van mijn doctoraat zou uitmaken: een analyse van het thema gemeenschap in het werk van Nancy.”

    Franse filosofen zijn wel vaker moeilijk te lezen. Sommige critici vinden het verbale hocuspocus zonder substantie, intellectueel bedrog zelfs. Devisch is het daar niet mee eens. “Ja, Franse filosofen schrijven soms onnodig moeilijk, maar zij die het gewauwel vinden hebben het meestal niet of nauwelijks gelezen. Of, erger nog:  ze slagen er niet in met voldoende basiskennis een werk te ontrafelen, wat toch de competentie van een filosoof zou moeten zijn.”

    5. "Kaas" van Willem Elsschot

    Toch een vlot leesbaar boek op het lijstje: “Kaas” van Willem Elsschot, een Vlaamse klassieker.  Devisch was zestien toen hij het voor het eerst las, hij zat dus nog op de schoolbanken. “Het is het eerste Nederlandstalige fictieboek dat ik écht gelezen heb en ik vind het nog steeds een prachtig boek van een echte grootmeester: de stijl, de humor en vooral de karakterschetsen zijn ongelooflijk sterk en diepgaand.”

    Het hoofdpersonage is Frans Laarmans, een brave ambtenaar die werkt bij de General Marine and Shipbuilding Company in Antwerpen. Na de dood van zijn moeder start hij een handeltje in Edammer-kaas, vandaar ook de titel. “Dat kaasavontuur is in feite van bij het begin tot mislukken gedoemd – en Laarmans is zelf de laatste die dat doorheeft. De tragiek van een personage dat nooit tot handelen in staat blijkt te zijn, vind ik werkelijk aangrijpend.”

    Of hij Elsschot de grootste Nederlandstalige auteur vindt? “Hij is zeker één van de grootsten, maar Streuvels vind ik ook fantastisch, naast vele anderen trouwens.”

    Deze zomer las Devisch aan een zwembad in Montenegro “Brieven uit Genua” van Ilja Leonard Pfeijffer. “Ik had nooit eerder iets van Pfeijffer gelezen, maar ik vond het echt mooi en boeiend.”

    Devisch koestert die schaarse vakantiemomenten. Hij neemt altijd een stapeltje fictie-boeken mee en laat de filosofieboeken even thuis. “Het doet deugd om af en toe nog eens een boek te lezen omwille van het boek zelf en niet in functie van iets anders. Daarom kan ik ook zo uitkijken naar die vakanties. De functionele orde is op die momenten heel ver weg. En je kan eindelijk eens een paar uur doorlezen, zonder gestoord te worden. Dat is het fijne eraan.”

    Of hoe zelfs de filosoof van de rusteloosheid soms even tot rust moet komen.