Meest recent

    Een toekomstplan voor het basisonderwijs

    Investeren in het basisonderwijs brengt op termijn veel op, zeggen onderwijsexperts. Want als kinderen al op jonge leeftijd naar school gaan, vergroot dat hun kansen op succes in hun latere schoolloopbaan. En dat geeft dan weer meer kansen op een goeie job. De Vlaamse regering wil na de discussie over het secundair onderwijs nu werk maken van een eigen toekomstplan voor het basisonderwijs. Omdat de financiële middelen beperkt zijn, schuift onderwijsminister Hilde Crevits (CD&V) alvast een aantal prioriteiten naar voor. Het plan moet nog aan de Vlaamse regering worden voorgelegd.

    Meer geld voor het kleuteronderwijs

    Nu is het zo dat scholen voor kleuters minder geld krijgen dan voor leerlingen op de lagere school. Het gaat dan om geld om bijvoorbeeld de verwarming te betalen of lesmateriaal te kopen. Dat komt omdat een kleuter maar voor 2/3 wordt meegeteld als het over die werkingsmiddelen gaat omdat men vroeger er van uitging dat kleuters niet de hele tijd op school aanwezig zijn. Maar dat is nu vaak anders en de Vlaamse regering wil ouders ook aanmoedigen om hun kleuters voltijds naar school te sturen, want dat vergroot hun kansen op succes later op school. En dus wil minister Crevits bekijken hoe ze deze scheeftrekking in de loop van de komende jaren wat kan uitvlakken en kleuters volwaardig kan laten meetellen voor de berekening van de werkingsmiddelen

    Meer ondersteuning voor de directeurs in het basisonderwijs

    Maar ook de directeurs in het basisonderwijs klagen al lang aan dat ze geen enkele ondersteuning krijgen bij hun werk en het manusje van alles zijn. In tegenstelling met hun collega's uit het secundair onderwijs hebben zij bijvoorbeeld geen secretariaatsmedewerkers. Ook hier wil de minister bekijkenof beterschap mogelijk is. En ook directeurs die naast hun directiejob ook nog moeten lesgeven, wat nu vaak nog het geval is in het basisonderwijs, vindt ze niet meer van deze tijd.  

    Experten in de lagere school

    Nu is het zo dat een onderwijzer opgeleid is om alle vakken te geven van het eerste tot het zesde leerjaar. Maar de minister vraagt zich af of de tijd niet rijp is om ook vakexperten binnen te halen in het basisonderwijs. Dat kan een onderwijzer zijn die zich in afspraak met de andere leerkrachten specialiseert bijvoorbeeld in STEM, wetenschap en techniek, zeg maar. Maar de minister is ook het idee genegen om masters die aan de universteit zijn opgeleid in het basisonderwijs te introduceren. Nu is dit bijna het enige niveau waar geen masters aan de slag zijn. De minister wil inhoudelijk werk maken van zo'n educatieve master voor het basisonderwijs maar beseft dat er nog veel werk en overleg nodig is. Ook met de sociale partners wil ze nog spreken over vragen zoals: " Hoe verloon je die master in het basisonderwijs? En wat dan met de master die nu al in de eerste graad van het secundair onderwijs werkt?" 

    Meerjarenplan

    De minister benadrukt dat alles niet van vandaag op morgen kan. Het gaat over een meerjarenplan dat verder gaat dan deze regeerperiode, zegt ze.  Op de vraag of ze nu al weet hoeveel geld ervoor wordt uitgetrokken antwoordt ze dat de begroting jaar per jaar wordt gemaakt, maar dat je zonder plan ook geen budgettaire raming kunt maken. Bedoeling is dat elke maatregel die de volgende jaren voor het basisonderwijs wordt genomen, kadert in de visie van het toekomstplan.