Meest recent

    Yann Bertrand

    Het creatieve lab van... Michaël Borremans: "Je intenties moet je zuiver houden, in alles wat je doet"

    Elke week kruipt het creatieve lab in het hoofd van een creatieve medemens. We zoeken uit hoe het betere idee tot stand komt en, omgekeerd, wat de creativiteit in de weg kan staan. Ik ontmoet kunstschilder Michaël Borremans enkele dagen voor de opening van zijn nieuwe tentoonstelling, in de Antwerpse galerie Zeno X. Begin 2018 is zijn werk te zien in Hongkong, iets later is Borremans één van de grote namen op de Kunstbiënnale van Sydney. Ik ben een beetje zenuwachtig: hoe begin je aan een interview over creativiteit met een kunstenaar die wereldwijd een must see aan het worden is? Ik vraag hem om een mini-rondleiding in avant-première, en bijna loopt het fout.

     

    Yann Bertrand

    Ik heb dit werk speciaal gemaakt om er echt niets meer bij te hoeven zeggen. Als dat niet voor zichzelf spreekt. Met alles wat ik eraan toevoeg zal ik het ridiculiseren. Wat kan ik zeggen? Ik ben uitgesproken. Ik zeg dit niet om moeilijk te doen maar...

    Laat ons dan gewoon een dag overlopen waarin u creatief bezig bent, om te ontdekken wat uw creativiteit aanzwengelt en wat ze verhindert. Vraag één: hoe laat wordt u wakker?

    Ik heb geen vast uur om te ontwaken. Als ik ’s avonds op een normaal uur, rond middernacht, ben gaan slapen word ik rond een uur of zeven wakker. Ik ben meer ochtendmens dan avondmens. Maar ik heb geen vast uur, soms is het 10 uur. Ik heb geen erg gestructureerd leven, dat gebeurt vrij chaotisch.

    Klopt het dat het in golven gaat, dat u maanden hebt waarin u verwoed aan het schilderen bent, en maanden waarin u ideeën vergaart?

    Vooraleer ik schilder wil ik weten welke thema’s ik zal gebruiken en hoe ik dat in beeld breng. Je probeert dingen uit, dat komt meestal spontaan. Je hebt een ingeving, dat kan echt van overal komen, uit een gesprek, van TV, iets dat je leest in een boek. Ook iets dat je steelt van een andere kunstenaar maar dat je op een andere manier gaat gebruiken. Stelen is dat niet. Het zijn al die dingen die samenkomen. Dat zit constant in mijn hoofd te malen. Ik heb een dik boek met ideeën die ik neerschrijf. Soms maak ik er wat kleine schetsen bij. Uiteindelijk, als jongeman heb ik de conceptuele periode meegemaakt. Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar dat heeft een sterke invloed hoor. De beweegreden om een schilderij te maken is basically zeer  conceptueel. Je gaat niet zomaar een portret schilderen of een stilleven, of een landschap zoals vroeger. Er zit überhaupt een hele train of thoughts achter, een heel concept. 

    U voelt zich beledigd als men u een figuratief kunstenaar noemt.

    Ik ben helemaal niet beledigd, ik vind het een beetje vervelend als men mij in dezelfde hoek schuift als collega’s die slecht werk maken. Dan ben ik beledigd, ja.

    Yann Bertrand

    Voor de nieuwe reeks Fire from the sun liet u zich inspireren door Goya en meer bepaald kannibalisme. Hoe komt u erbij?

    Goya heeft een klein schilderijtje, een groep naakte mensen rond een vuurtje, en een man zit in ’t midden die een hand omhoog houdt, en de anderen hebben ook wat resten van andere mensen. Voor mij is dat een zeer rake schets van de menselijke conditie. In de gegeven omstandigheden is iedereen in staat om letterlijk kannibalisme te plegen. Metaforisch doen we het allemaal sowieso, ten opzichte van elkaar en ten opzichte van onze planeet. Ik vond dat interessant om als metafoor te gebruiken.

    Maar dat dan verbinden met naakte kinderen die rood beschilderd of bebloed zijn, hoe komt u daarbij?

    Ik vond dat contrast interessant. Ik wou het eerst met adolescenten doen, naakte adolescenten, maar die zijn heel verlegen, wij in de jaren zeventig waren lang niet zo verlegen. Ik heb geen naakte adolescenten voor mijn lens gekregen. Maar toen dacht ik: misschien wat jonger gaan, echt onschuldige kinderen, peuters, dat is minder een probleem misschien. 

    Ook in deze tijden?

    Ja, de ouders waren er wel bij, de meesten waren vrienden, dan is dat in vertrouwen. Ik kan mij voorstellen dat dat vreemd overkomt als je mensen vraagt die je niet kent. Die moesten poseren met valse ledematen, met bloed, -dat zijn allemaal film props natuurlijk, en filmbloed- dat kan zeer traumatisch zijn voor die kinderen. Maar ze vonden het wel prettig.

    En hoe is de link bij u ontstaan tussen Goya, kannibalisme en kinderen?

    Kinderen, ook in de schilderkunst van een paar eeuwen geleden, zijn altijd heel lieflijk, cherubijntjes of zo, ze verbeelden altijd een heel zoet idee. Ik suggereer dat die kinderen kannibalisme plegen of iets in die geest. Dan krijg je de onschuld die verkracht wordt. Dat vond ik een interessant gegeven, zeker om in een schilderij te tonen. In theater kun je dat niet doen omdat je kinderen niet kan regisseren. Die zijn te klein, het waren echt peuters, ik heb die ook niet kunnen regisseren. Ik heb die  composities moeten samplen. Ik had wel altijd één welbepaalde houding, van een kindje daar en een kindje daar, en op mijn doek ben ik die gaan samenbrengen, puzzelen, dat was heel plezierig. Dat is een heel creatief proces geweest. Als ik zo creatief kan zijn werk ik ook met zeer veel geestdrift. 

    Borremans vs Goya

    Links: Borremans, rechts: Goya

    U voelt zich op z’n creatiefst met de penselen, niet in de ideeënfase?

    Ook, het is natuurlijk altijd fijn als het idee zijn beslag vindt in een afgewerkt werk. Omdat er dan van bevrediging sprake is. Mensen vragen: hoe lang doe je daarover om een schilderij af te werken? Heel mijn leven natuurlijk. Maar de uitvoering zelf kan heel snel gaan als het goed voorbereid is.

    Geef eens een idee?

    Als ik begin te schilderen moet er aan een aantal voorwaarden voldaan worden. Ik moet scherp zijn van geest en lichaam, ik moet gefocust zijn, ik moet goed voorbereid zijn, ik moet goed weten wat ik schilder, ik moet begeesterd zijn die dag, het licht moet goed zijn in het atelier. Soms lukt dat, soms lukt dat minder. Maar dat is ook het spannende bij het schilderen. Het is moeilijk om een schilderij onder controle te houden. Als je het teveel controleert, maak je een heel beredeneerd star werk. Mijn techniek laat dat niet toe. Ik neem zeer veel risico’s bij het schilderen, het is heel avontuurlijk. Dat zie je ook aan de brush strokes in mijn werk, dat is erop of ernaast en soms is het er wel eens naast. En soms heb je dagen dat je niets verkeerd doet. Hoe sneller ik een schilderij maak, hoe beter het is. Hoe langer ik eraan werk meestal, hoe meer ik knoei. Van het moment dat ik fouten begin te maken kan ik er weken aan bezig zijn, en dan loopt het nog mis soms. Ik verlies soms heel veel tijd. 

    U schildert soms met een assistent. Gaat u de richting van Rubens op, met mensen die voor u werken?

    Ik geloof het niet. Ik heb wel eens stagiairs of assistenten uitgeprobeerd, maar mij ligt dat niet. Ik krijg daar stress van, omdat ik die mensen werk moet geven. En ik ben eigenlijk nooit tevreden over wat ze doen, zelfs al zijn ze zeer goed. Ik moet alles zelf doen, zelfs mijn penselen uitwassen, mijn doeken voorbereiden. Dat is deel van het ritueel. Het is zeer belangrijk. Mijn penselen uitwassen, ik ben daar soms een halfuur aan bezig, omdat ik dertig penselen heb vuilgemaakt. Dat purgeert de geest, en dat houdt u met de voeten op de grond. Het is allemaal noodzakelijk om te doen.

    Zijn er andere manieren, behalve penselen uitwassen, waarmee u uw hoofd leegmaakt?

    Ik ben begonnen met yoga, believe it or not, en ik moet zeggen: ik heb daar heel veel deugd van, zowel fysiek als mentaal. Maar ik doe een heel lichte vorm van yoga, die geschikt is voor oudere mensen. Yoga is fantastisch om een goede tonus te krijgen. Het maakt alles los, en het maakt het hoofd een beetje leeg. Vroeger was ik verplicht om naar de kerk te gaan, ik kom uit een katholiek gezin. Ik deed dat niet graag. Maar dat was toch een uur per week dat je je bezint. Ook al luister je niet naar die pastoor, je zit wel in je hoofd te werken. Dat heeft een functie, dat is goed.

    Yann Bertrand

    U heeft drie ateliers, u rijdt geregeld van het ene naar het andere. Wat doet u in de auto?

    In de auto? Ik speel mondharmonica.

    Dan zit u niet aan het stuur?

    Toch wel. Maar dat is niet verboden. Telefoneren is verboden, maar mondharmonica spelen momenteel nog niet. Echt waar. Ik heb een automatische versnellingsbak, ik heb altijd een hand vrij. Je hebt een stuur en je hebt twee pedalen, en je kijkt voor je uit. Het is perfect.

    Ik betwijfel of u het meent.

    Het is echt waar, in al mijn auto’s ligt een mondharmonica, om een beetje te oefenen.

    Dat is uw voorliefde voor countrymuziek die bovenkomt?

    Op die manier verlies je ook geen tijd. Je kan niet de krant lezen als je in de auto zit. Maar dat kan ik perfect doen.

    Als er één ding is dat u aan uzelf zou willen veranderen, wat zou dat zijn?

    Ik was graag een beetje groter geweest. (lacht)

    Groter van gestalte, bedoelt u?

    Ja, ja, heel eenvoudig. Dat is een beetje een trauma uit mijn puberteit denk ik. Vandaag heb ik er minder last van. Geen zelfs. Ik ben een meter zeventig. Maar in Nederland voel ik mij een dwerg. Ik voel me veel comfortabeler in Spanje of in Italië, waar iedereen mijn grootte heeft. Ik vind het vervelend als iemand voor u staat die meer aan een berg doet denken dan aan een mens. Ik vind dat heel oncomfortabel. Ik heb ooit een lief gehad die groot was, ja, je kunt gewoon niet rechtstaand knuffelen, dat is gewoon belachelijk. (lacht) 

    Yann Bertrand

    We zijn de dag begonnen ’s morgensvroeg, we gaan hem stilaan afronden. Wat doet u als laatste ’s avonds?

     ’s Avonds ben ik ook nog aan het werk. Als ik druk aan het werk ben sluit ik me nogal af. Dan drink ik een goed glas wijn en dan evalueer ik wat ik heb gedaan. 

    ’t Is niet dat u tot ’s avonds laat zit te schilderen?

    Nee, ik werk alleen met daglicht. Ik evalueer vooral, ik kook, ik luister een beetje naar muziek, en ik kijk naar wat ik heb gedaan. Liefst met een goed glas wijn erbij.

    Het blijft dus werken, tot ’s avonds laat?

    Ja, ik ben permanent van wacht, geen probleem. Zo gaat dat, kunstenaar ben je niet van nine to five, dat gaat niet. En als ik in sociale context drink ik iets meer wijn, maar dan ben ik niet aan het werken. Enfin, uiteindelijk alles is work-related. Als ik met mensen op restaurant zit, is dat altijd om te vergaderen, of iets te organiseren, of omdat iemand mij heeft bezocht, een curator, een verzamelaar. Er schiet niet veel over daarbuiten, maar… geen probleem. 

    Heeft u een levensmotto?

    Een BMW.

    Hoe zegt u?

    Een BMW, van 1973. (lacht)

    1-0 voor u.

    Je zei : levensmoto.

    Zei ik dat? Dan vraag ik nu: heeft u een levensmotto?

    Niet echt. Keep your swords bright and your intensions true, zoiets. Dat is wel belangrijk, je intenties moet je zuiver houden. In alles wat je doet.

    Interview: Jan Holderbeke, foto's: Yann Bertrand, montage podcast: Gunter Joosen

    Yann Bertrand