Meest recent

    Politiek is nooit ver weg van de moslimbedevaart hadj

    "Beschermer van de heilige plaatsen", eerder dan koning van Saudi-Arabië, is de belangrijkste titel van het staatshoofd van dat land. Dat geeft veel prestige in de islam, maar is wel erg recent.

    Mekka en Medina, de heilige steden voor alle moslims van welke strekking dan ook, liggen beiden in Saudi-Arabië. De jaarlijkse hadj-bedevaart vindt dan ook plaats onder hun controle. Dat is niet zonder problemen, want dit jaar zijn de inwoners van de Golfstaat Qatar woest omdat ze niet welkom waren. Eerder hadden ook sjiieten uit Iran geklaagd over beperkingen om deel te nemen aan de hadj, nochtans een verplichting voor veel moslims.

    De Saudische vorsten gebruiken de hadj en hun controle over Mekka dan ook graag om hun prestige in de islamwereld op te krikken. Nochtans is dat vrij recent, want tot in de jaren twintig van de vorige eeuw waren de Saudi's een randfenomeen, ook in de Arabische wereld. Olie heeft dat natuurlijk veranderd, maar even belangrijk is de verovering van de voor moslims heilige steden Mekka en Medina in 1924. Die streek met het westelijk kustgebied aan de Rode Zee, de Hidjaz, werd in 1932 vererenigd met het grootste deel van Arabië tot het nieuwe koninkrijk Saudi-Arabië.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Wie Mekka regeert, heeft prestige

    Voor 1924 zwaaide de dynastie van Banu Hashim of Hashimieten meer dan duizend jaar de plak over de Hidjaz met als centrum Mekka. Al voor de profeet Mohammed -zelf een Hashimiet- was Mekka al het centrum van hun koninkrijk in het westen van Arabië met de Kaaba als centraal religieus centrum.

    Mohammed als stichter van de islam, vertrok naar Medina in ballingschap, maar kon Mekka nog voor zijn dood in 632 heroveren. Hij maakte de Kaaba in Mekka tot het centrum van zijn nieuwe religie, vandaar ook de qibla, de gebedsdrichting naar Mekka.

    Ook onder zijn opvolgers, de kaliefen, gingen religie en politiek hand in hand. Mekka was dan wel niet langer de hoofdstad van het toen uitdijende islamrijk -dat werden Damascus en Bagdad- maar als centrum van de hadj bleef die stad wel het religieuze brandpunt van de islam. De Hashimieten bleven meer dan duizend jaar in Mekka de dienst uitmaken, ook al vielen ze onder de soevereiniteit van achtereenvolgens de Mamloekensultans uit Egypte en na 1516 de Ottomaanse Turken, die ook de titel kalief overnamen.

    Na de val van het Ottomaanse rijk na de Eerste Wereldoorlog en de afschaffing van het kalifaat door de Turkse republiek in 1924, had de grote massa van soennitische moslims geen leider meer. De Hashimieten probeerden vanuit Mekka dat vacuüm op te vullen, maar werden in datzelfde jaar door de Saudi's verdreven naar Jordanië en Irak. In dat eerste land zijn ze nog aan de macht.

    Saudi's tegen IS-kalifaat en anderen

    De Saudische controle over Mekka is niet onbetwist. De Jordaanse dynastie heeft zich al lang neergelegd bij de situatie, maar anderen niet. Meer recent probeerde IS met zijn "kalifaat" de leiding over de soennitische moslims over te nemen, maar hoe dat afloopt,  weet u intussen.

    Toch is IS niet de enige uitdaging op de extreem-religieuze flank. Tevoren verweet ook Al Qaeda de Saudi's dat ze Amerikaanse troepen op "heilige grond" toegelaten hadden tijdens de crisis om Koeweit in 1990 en 1991. Onzin, want geen VS-soldaat is ooit in de buurt van Mekka geweest, enkel in het oosten van Saudi-Arabië. Kort na de hadj in november 1979 werd de Grote Moskee van Mekka met de Kaaba twee weken lang ingenomen door moslimextremisten die de Saudische dynastie uitdaagden. Pas na zware gevechten konden Saudische troepen de heiligste plaats van de islam heroveren en volgens sommige berichten waren daarbij Franse speciale troepen nodig.

    Wie Mekka controleert, controleert ook de organisatie van de hadj en dat brengt prestige, maar ook macht en invloed met zich mee. Net daarom is de Saudische greep op Mekka belangrijk, maar niets is eeuwig. Los daarvan is het zwaartepunt van de islamitische wereld al lang geleden verschoven van de Arabische wereld -nu nog slechts een minderheid in de religie- naar het oosten, naar Indonesië, Pakistan en Bangladesh en naar delen van India.