Meest recent

    Brengen de media speciale eenheden in gevaar?

    Procureur-generaal Johan Delmulle van Brussel vindt duidelijk van wel. Hij geeft in zijn toespraak voor de opening van het gerechtelijk jaar als voorbeeld de inval in de woning waar Saleh Abdeslam verborgen zat. Terroristen konden via het scherm live volgen waar de scherpschutters zaten die hen in het vizier hadden. En dat kan dus gevaarlijk zijn. Delmulle vraagt dat er werk zou worden gemaakt van een voorstel van de parlementaire onderzoekscommissie : een overlegorgaan tussen veiligheidsdiensten, justitie en pers waar nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt.

    ombudsman
    Tim Pauwels
    Nieuwsombudsman - ombudsman@vrt.be - klik hier voor meer

    Begrip

    Nu is de arrestatie van Abdeslam en enkele medeplichtigen uiteindelijk goed verlopen. Maar ik kan de bezorgdheid wel begrijpen. Ik kan alleen maar vaststellen dat VRT NWS een grote aarzeling heeft om dergelijke interventies live op antenne te brengen. Nog los van de speciale eenheden. Je weet nooit of er nog andere handlangers in andere woningen zitten, die daardoor door de mazen van het net glippen of zelfs wanhopige dingen gaan doen.

    Een pijnlijk voorbeeld

    Er is - helaas - één voorbeeld dat pijnlijk is voor de media. Vlak voor de aanslagen in Zaventem had de krant La Dernière Heure de namen en de foto’s van broers El Bakraoui gepubliceerd, als gezochte terroristen. We weten vandaag dat dat één element is geweest dat de terroristen, die zich verschuilden in een appartement in Schaarbeek, ertoe bracht om sneller in actie te komen dan aanvankelijke gepland. Onder meer de publicatie van die namen en foto’s bracht hen tot de overtuiging dat het net zich sloot, dat ze niet veel tijd meer hadden en dat ze snel tot actie moesten overgaan. 

    David Van Reybrouck vond eerder al dat namen en foto’s van terroristen niet gepubliceerd mogen worden omdat terroristen nu eenmaal aandacht zoeken en omdat zo’n publicatie bijdraagt tot de heldenstatus die ze voor zichzelf proberen te creëren. Ik vrees dat terroristen daarvoor VRT NWS of De Standaard niet nodig hebben. Maar de discussie is er wel mee geopend.

    Minder regels meer kanalen

    Toch is het niet zo evident om tot algemene regels te komen. In andere gevallen is Justitie juist vragende partij voor de publicatie van namen en foto’s omdat dat nu eenmaal helpt bij de opsporing. Het is ook begrijpelijk dat journalisten willen tonen wie tot terrorisme komt. En dan is de pers soms sneller dan de gerechtelijke molen. De pers kon ook niet jaren wachten op het formele proces om Marc Dutroux met naam te benoemen. Het zou ook vreemd zijn dat grote media niet mogen berichten over huiszoekingen of andere gebeurtenissen die elke slungel met een smartphone op straat kan filmen en op sociale media kan gooien. Maar een kort uitstel moet bespreekbaar zijn.

    Justitie en pers : verschillende talen

    Maar spreken is niet eenvoudig. In het algemeen zit er erg veel ruis op de relaties tussen Justitie en pers. Justitie heeft de neiging om zeer grote veiligheidsmarges te hanteren.  Ze geeft weinig informatie en lijkt  publicatie bijna altijd af te keuren. Best begrijpelijk, vanuit juridisch oogpunt,  maar het gevolg is dat journalisten hun eigen informatie zoeken én dat ze met die informatie in de hand soms geen contact meer opnemen met de officiële kanalen omdat ze ervan uitgaan dat die toch niets zullen bevestigen of toch alleen maar zullen vragen om niet te publiceren. Justitie en pers spreken soms verschillende talen.

    Wat er in het geval van La Dernière Heure ontbrak was niet zozeer een richtlijn die elke publicatie verbiedt, maar wel een check-telefoontje naar het federale parket, wat het federale parket de gelegenheid zou hebben gegeven om aan te geven dat publicatie in dit geval een heel slecht idee was omdat de opsporing ver gevorderd was. Er ontbreekt vooral wederzijds vertrouwen.

    Primeurs

    Nochtans staat in de omzendbrief over pers en Justitie dat een  persmagistraat moet kunnen meewerken aan een primeur van een journalist en de primeur ook moet kunnen respecteren. Dat is een mooi staaltje van enig begrip over hoe media werken. Maar de laatste tijd horen redacties meer over allerlei instanties binnen Justitie die het bronnengeheim willen uithollen, de pers eenzijdige nieuwe regels willen opleggen en sancties willen kunnen opleggen. 

    Katjes

    Open kanalen werken beter dan eenzijdige regels. Toen Sabine Daerden en Laetitia Delhez in augustus 1996 werden teruggevonden in één van de huizen van Marc Dutroux, hebben de gerechtelijke instanties gevraagd om daar voorlopig niet over te berichten omdat de vrees bestond dat eventuele medeplichtigen nog andere meisjes op andere plaatsen zouden doden. Dat is toen probleemloos door alle media gerespecteerd.

    In november 2015 werden bij andere terrorisme-huiszoekingen in Brussel  - na een oproep - massaal foto’s van katjes gedeeld op sociale media om het vooral niet te moeten hebben over waar de huiszoekingen precies plaatsvonden. Ook toen hebben de grote media de gevraagde discretie gerespecteerd. Het helpt dat de kanalen open zijn en dat Justitie de vraag om te wachten met publicatie uitdrukkelijk stelt, wanneer daar goeie redenen voor zijn.

    Wederzijdse nederigheid

    Dat de procureur-generaal nu pleit voor overleg is alleen maar goed. Maar overleg helpt ook alleen maar als de media wel degelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Justitie moet niet bij elk lek uit een onderzoek in een kramp schieten. Maar media moeten zich hoe dan ook altijd afvragen of publicatie wel echt in het maatschappelijk belang is en of er wel voldoende rekening is gehouden met eventuele onbedoelde gevolgen. 

    Helemaal lekker zal het nooit lopen tussen pers en Justitie maar wat wederzijdse nederigheid kan een stuk helpen.