Meest recent

    DISABILITYIMAGES\SCIENCE PHOTO LIBRARY

    Koopkracht van de lonen daalt al jaren

    In West-Europa zijn reële loonstijgingen stilaan beperkt. Dat blijkt uit een studie van het Duitse sociaaleconomisch onderzoeksinstituut WSI, dat gelinkt is aan de Duitse vakbondskoepel DGB. De studie staat in De Standaard.

    De lonen van de werknemers in de Europese Unie gaan er dit jaar gemiddeld nominaal 2,2 procent op vooruit. Maar de inflatie, de stijging van de levensduurte, bedraagt 1,8 procent. Daardoor stijgen de reële lonen met amper 0,4 procent.

    In zes van de 28 EU-landen dalen de reële lonen zelfs. Dat is ook het geval in ons land, waar de reële lonen in 2017 0,3 procent dalen. Sinds het crisisjaar 2009 gaan de Belgische reële lonen er 2,6 procent op achteruit. Dat is geen verrassing. In 2015 heeft de regering-Michel een indexsprong doorgevoerd: éénmalig werd de automatische indexering van de lonen aan de inflatie overgeslagen. Bovendien voeren opeenvolgende regeringen een politiek van loonmatiging: de ruimte voor loonstijgingen in de cao’s van sectoren en bedrijven is beperkt.

    Professor Ive Marx (Universiteit Antwerpen) wijst erop dat koopkracht van de gezinnen (en dus niet de koopkracht van de lonen) globaal wel blijft stijgen. De koopkracht van de gezinnen hangt onder meer af van het aantal werkenden per gezin, de arbeidsintensiteit, de uitkeringen en de gezinsgrootte. Marx erkent dat de koopkracht van mensen die alleen of overwegend van een uitkering moeten rondkomen op actieve leeftijd, wel structureel gedaald is.

    Vicepremier Alexander De Croo wijst erop dat de studie kijkt naar de brutolonen en geen rekening houdt met de taxshift.