Meest recent

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Waarom domineren Angelsaksische universiteiten de wereldranglijsten?

    De jaarlijkse ranking van 's werelds beste universiteiten levert niet echt verrassingen op. Er staan twee Britse, zeven Amerikaanse en een Zwitsers instituut in de top-10.

    Er is meer dan een ranking van universiteiten, maar de Times Higher Education is een van de belangrijkste. Dit jaar ziet de top-10 er zo uit: Oxford, Cambridge, California Institute of Technology, Stanford, Massachussetts Institute of Technology (MIT), Harvard, Princeton, Imperial College London en de ETH Zürich uit Zwitserland.

    U zult wellicht de meeste van die namen kennen en dat is geen toeval: ze staan bijna altijd aan de top van de rankings al springen ze af en toe eens over elkaars hoofd. Wat opvalt, is dat het steevast Britse en Amerikaanse instellingen zijn die de kop van het peloton domineren. Vreemd of niet?

    Koken kost geld, universiteiten ook

    Een belangrijke factor voor elke onderneming met ambitie is kapitaal. Het is wellicht geen toeval dat net dit jaar de financiering van de Britse universiteiten van Oxford en Cambridge (1 en 2 in de ranking) met meer dan 10% is toegenomen. Opvallend daarbij is dat die twee voor respectievelijk een vijfde en een vierde gefinancierd worden door Europees geld. Bij een brexit zou dat gevolgen kunnen hebben, al verhindert niemand om vanuit de EU in een prestigieuze instelling zoals Oxbridge (of Camford zo u wil) te investeren.

    Ook Amerikaanse universiteiten genieten van flink wat kapitaalsinjecties, maar ook dat zou bedreigd kunnen worden door plannen van president Donald Trump om daar wat in te snoeien. Daar tegenover staat dat filantropie zich in de VS altijd al erg gericht heeft op de topuniversiteiten. Rijke zakenlui zoals Carnegie, Vanderbilt, Rockefeller en zelfs iets mindere "goden" halen veel prestige uit het financieren van onderdelen van bekende universiteiten en ook meer moderne mensen zoals Bill Gates en consoorten doen dat graag.

    Universiteiten worden op vijf criteria beoordeeld: het onderwijs zelf, research, publicaties, het industriële inkomen en internationale gerichtheid. Amerikaanse topinstellingen scoren vaak erg goed op die laatste vier en zeker op de band tussen universiteiten en ondernemingen. Vooral de nauwe band tussen Stanford University en het nabijgelegen IT-imperium van Silicon Valley en bijhorende "venture capitalists" is daarvan een voorbeeld.

    Angelsaksische traditie en "English"

    Veel Amerikaanse instellingen zijn ontstaan in de Britse koloniale tijd naar het voorbeeld van Cambridge en Oxford. Een nauwe traditie van openheid en hang naar wetenschappelijk onderzoek was daarbij de richtlijn evenals gerichtheid op de wereld.

    Nog belangrijker is wellicht ook dat de voertaal Engels is, wat zeker na 1945 de internationale "lingua franca" van onderzoek en ontwikkeling en onderwijs is geworden en het maakt het ook gemakkelijker om te publiceren in -vaak ook erg Angelsaksisch gerichte- wetenschappelijke tijdschriften.

    Die taal zet ook de poort open voor het aantrekken van "de beste koppen" uit andere landen, getuige het groot aantal mensen uit India die in Silicon Valley de dienst uitmaken. Amerika profiteert zo van die "brain drain", die in het verleden ook veel vervolgde joden uit Europa, nadien ook Duitsers aantrok.

    Schaal en klemtoon op elitaire selectie

    Een laatste kenmerk is schaal. De VS is nog altijd de toonaangevende wereldmacht met 320 miljoen inwoners, een economie van 16.700 miljard dollar en 4.500 instituten voor hoger onderwijs. Tel daar dan een "brain drain" uit andere landen bij en je verzamelt zo "the best of the best".

    Tegelijk wordt die financiering in de VS ook toegespitst op het kopgroepje van elite-universiteiten die erg selectief omgaan met toelating en ook het meeste kapitaal aanzuigen. In Europa is er een groter streven om universiteiten op dezelfde hoogte te plaatsen; de VS kent er heel goeie en heel slechte.

    Azië hinkt voorlopig nog achterop met slechts drie instellingen in de top-200. De National University of Singapore is op plaats 22 de beste Aziatische universiteit en is dat al jaren, maar ook die past in de Britse traditie. De twee anderen komen uit China met Peking University op de 27e plaats en Tsinghua op de 30e plaats. Die drie Aziatische instellingen zijn wel aan een fikse opmars bezig en China probeert met wisselend succes onderdanen of gewezen onderdanen terug te lokken uit het Westen. Verwacht wordt dat die trend zich de komende decennia doorzet.