Meest recent

    "Eén op de zeven zelfstandigen onder de armoedegrens"

    Ruim 15 procent van de zelfstandigen moet rondkomen met een inkomen onder de armoedegrens. Dat zegt het Neutrale Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ) op basis van een eigen analyse van cijfers van vorig jaar. Om die hoge armoede tegen te gaan, dringt het NSZ aan op een volwaardige werkloosheids- en ziekte-uitkering voor zelfstandigen.

    Ruim één op de zeven zelfstandigen in hoofdberoep geeft een inkomen aan onder de armoedegrens. Die bedraagt goed 1.100 euro per maand voor alleenstaanden.  Daarmee is de armoede bij zelfstandigen zowat even hoog als bij de rest van de bevolking, maar wel ruim drie keer zo hoog als bij de werkende bevolking.

    Vraag blijft natuurlijk in hoeverre de officiële inkomsten van zelfstandigen ook hun reële inkomsten weerspiegelen. “Het beeld leeft nog altijd dat zelfstandigen minder aangeven dan ze verdienen,” zegt Christine Mattheeuws van het NSZ, “maar dat beeld is onterecht. Zelfstandigen worden veel strenger dan vroeger gecontroleerd op hun beroepsinkomsten en –kosten. Ze hebben echt geen verdoken potje opzij staan. Er is bij hen een reëel probleem van verdoken armoede.”

    Sociale bescherming

    Dat de armoede bij zelfstandigen hoog blijft liggen, komt vooral omdat zelfstandigen met geldproblemen te weinig sociale bescherming krijgen, zegt het NSZ. Als ze hun zaak stopzetten wegens economische moeilijkheden, kunnen ze een tijdelijke uitkering krijgen. “Maar de voorwaarden daarvoor zijn te streng.” vindt Mattheeuws, “Zelfstandigen moeten eerst de bodem bereiken voor ze op hulp kunnen rekenen. En op een werkloosheidsuitkering kunnen ze al helemaal geen aanspraak maken.”

    “Als zelfstandigen ziek worden, krijgen ze de eerste maand helemaal niks”. Vanaf volgend jaar wordt die zogenoemde carensmaand ingekort tot 14 dagen. “Maar dat blijft onvoldoende : wie ziek wordt, heeft recht op een vangnet en moet vanaf dag één een deftige uitkering krijgen.”

    Het NSZ dringt aan op een volwaardige werkloosheids- en ziekte-uitkering voor zelfstandigen, net als voor werknemers. De centen daarvoor moeten uit de algemene middelen van de overheid komen. “Want de zelfstandigen dragen al genoeg bij aan de sociale zekerheid”, beklemtoont Mattheeuws. Op het loon van werknemers worden wel méér sociale bijdragen afgehouden dan op het inkomen van zelfstandigen. “Maar zelfstandigen betalen twee keer : één keer op hun eigen inkomen, en één keer op het loon van hun werknemers.”

    Financiële geletterdheid

    Voor het hoge armoedecijfer bij zelfstandigen ziet het NSZ nog een tweede reden. “We zijn niet blind voor de realiteit. Te veel zelfstandigen ontberen nog elementaire financiële kennis om hun zaak naar behoren te runnen. Ze beschikken over onvoldoende vaardigheden om de financiële toestand van hun onderneming zelf in te schatten.”

    Het is alvast toe te juichen dat de leerlingen in het Vlaams onderwijs financiële vorming gaan krijgen, zegt Mattheeuws. “Maar boekhouders moeten ook een actievere rol opnemen : ze moeten jonge ondernemers, meer dan vandaag het geval is, verwittigen wanneer bepaalde knipperlichten aangaan. Die praktijk moet echt ingeburgerd raken.”