Meest recent

    Yassine Atari

    Rohingya-vluchteling getuigt aan VRT NWS: "We zitten in de val"

    Honderdduizenden Rohingya's, de moslimminderheid uit Myanmar, zijn op de vlucht voor etnisch-religieus geweld. Sommigen wagen de gevaarlijke tocht naar buurland Bangladesh, maar velen zitten in vluchtelingenkampen in Myanmar, bijeengebracht door de regering.

    De Vranckx-redactie sprak met een Rohingya die in het Thet Kay Pyin vluchtelingenkamp woont. Om veiligheidsredenen kunnen we zijn naam niet vrijgeven.

    "Vroeger woonde ik in het stadscentrum van Sittwe," vertelt onze getuige anoniem. "Maar alles veranderde in augustus 2012, bij de eerste grote uitbarsting van geweld tegen Rohingya. We moesten onze huizen verlaten en werden door het leger naar geïmproviseerde kampen gebracht". 

    Het vluchtelingenkamp is weinig meer dan een braakliggend stuk zand met hier en daar een boom. De Rohingya bouwden er hutjes uit bladeren, bamboe en stukken plastiek. In het regenseizoen verandert het gebied in één groot modderbad en verspreiden ziektes zich er als een lopend vuurtje.

    "We kunnen hier niet weg," vertelt onze getuige via Skype. Aan de uitgangen van het vluchtelingenkamp staan checkpoints met soldaten. Een beetje verder, op het einde van de hoofdweg van en naar het kamp, wacht een tweede checkpoint. Wie in het niemandsland tussen de checkpoints gespot wordt, wordt meedogenloos neergeschoten.

    Het oude stadscentrum staat vandaag bekend als 'gezuiverde zone'. Enkel de boeddhistische inwoners mogen er leven en de - door het leger bewaakte - moskee ligt er verlaten bij, half opgeslokt door de oprukkende jungle. 

    Yassine Atari

    "Hier in het kamp krijgen we amper medische of humanitiaire hulp," zegt onze getuige. Zwaar zieken moeten toestemming krijgen om onder begeleiding van het Rode Kruis naar het ziekenhuis in de stad te mogen - iets wat zelden haalbaar lijkt. "Griep, diarree of astma kan hier dodelijk zijn."  Sinds eind augustus is ook die karige hulp voor de Rohingya teruggeschroefd. Na een besluit van de regering mogen Rohingyadorpen en vluchtelingenkampen geen NGO's of humanitaire organisaties meer toelaten. "We hebben sindsdien geen dokter meer gezien. Ook het Wereldvoedselprogramma komt niet meer. De mensen lijden honger. Echte honger."  

    Doodgewone ziektes als griep of diarree zijn vaak dodelijk voor Rohingya-vluchtelingen.

    Het geweld en de uitzichtloosheid deed al duizenden Rohingya op de vlucht slaan, op zoek naar een betere toekomst in Bangladesh. Maar die gevaarlijke vlucht brengt hen door afgelaten rijstvelden, waar gewapende militairen op vluchtelingen schieten en zelfs mijnen zouden leggen. "Zwangere vrouwen, kinderen, jonge mannen: de kogels maken geen onderscheid. Sommige vrouwen bevielen onderweg, maar hun kind stierf door de omstandigheden. Anderen worden geslagen en verminkt met machetes." 

    Via WhatsApp krijgen we schokkende beelden doorgestuurd van brandende huizen, groepen van honderden vluchtelingen die dagenlang blootvoets door de jungle trekken, tientallen lijken en tienerjongens verminkt door soldaten.

    Toch zou ook hij de gevaarlijke tocht wagen, geeft onze getuige toe. "Sommige van mijn vrienden stierven onderweg. Anderen geraakten veilig in Bangladesh. Maar hier kunnen we niet blijven. Dit is een leven vol verdriet, geweld en angst. Zonder onderwijs of werk. Zonder hoop."