Meest recent

    Belga

    Het New Yorkse aquarium van eenzaamheid

    Elke week kijkt onze man met verwondering naar het grote en het kleine leven in de Verenigde Staten. Björn Soenens is terug na een korte zomerpauze. Hij was net nog even in België bij vrienden en familie. Zijn vader is intussen ernstig ziek en dat doet bij onze Amerikaman gedachten opborrelen over nostalgie en eenzaamheid in de grootstad ver weg. 

    expert
    Björn Soenens
    Björn Soenens is de Amerikacorrespondent van VRT NWS. Hij woont in Brooklyn, New York City.

    Ons bestaan is slechts een flits tussen twee eeuwigheden van duisternis.

    Vladimir Nabokov

    Een vader is als een dak op je huis: als het dak dreigt weg te waaien, wordt het plots koud en somber. Het geeft je te denken over wat wel en niet belangrijk is. Plots sta je niet meer te popelen om verslag uit te brengen over orkaan Harvey in Texas. Je verkiest aan de zijde te blijven van je vader. Knagende twijfel, zorgen, én liefde doen je aan dat ziekbed staan. Je wilt die pijn helpen verlichten, dicht bij je familie toeven. Samen hopen dat alles toch goedkomt. Je laat het familiegeluk niet zomaar door je vingers glippen. Terwijl je diep van binnen wel weet dat de schrijver Vladimir Nabokov altijd gelijk heeft: “Ons bestaan is slechts een flits tussen twee eeuwigheden van duisternis.”

    Björn Soenens

    Duisternis doet veel denken. Donkerte werpt, paradoxaal genoeg, licht op je wriemelende gedachten. ’s Nachts aan het raam staan van je appartement op de vierde verdieping. De stad ziet er uit als een eindeloze reeks kooien, als honderdduizend vensters in donker en gouden licht. Soms vang je een glimp op van een bewoner, je ziet een schaduw bewegen, een lamp aan en uit gaan. Je ziet een mens maar je kan er niet bij komen. Je kan er niet mee praten of hem of haar aanraken. 

    De persoon is er, maar zo ver weg. Zo voelt eenzaamheid in een grootstad als New York. Een ongemakkelijke mix van dichtbij en ver weg. Van extreem luid tot oorverdovend stil. Van blootstelling tot afscheiding. 

    Gemankeerde intimiteit

    Je kan overal eenzaam zijn, maar in New York is dat nog veel intenser. Mijn vrouw is nog een week of twee in het vaderland. Ik mis haar. Mijn zoon en zijn vrienden verkennen enthousiast de stad. Mijn dochter bezoekt haar opa aan zijn ziekbed in België. Er kan veel tegelijk gebeuren. Ik word op dit moment omgeven door miljoenen mensen en toch overvalt de eenzaamheid me.

    Eenzaamheid in de stad komt eigenlijk nooit door het fysieke alleen zijn, maar door het ontbreken van connectie, nabijheid, aanraking, verwantschap. Gemankeerde intimiteit is het. Zoals ik plots eenzaam kan zijn, met een knagend schuldgevoel, midden op de dag, omdat ik denk aan de kanker van mijn vader, ver weg in België. 

    Belga

    Wie bekent graag dat hij eenzaamheid kent? We kennen het antwoord. We weten allemaal wat het is, en hoe het voelt. Een knagend gemis, een leegte die gaapt en knauwt. Het is het verlangen naar iemand of iets dat er niet is. Een gat in je emmer. Zoals je kunt terugdenken aan een vriend die al vier jaar dood is. Waar zou hij nu zijn? Waarom is Stefan er niet meer? 

    Eenzaamheid kan je ook energie geven. Ze doet intenser waarnemen, de realiteit helderder en scherper ervaren. Eenzaamheid doet je nadenken over de grote levensvragen. Hoe het is om te leven, om bloed door je aders te voelen stromen. Het is een manier om het chagrijn te verdrijven en je bloedsomloop te prikkelen, zoals zo mooi beschreven door Herman Melville in "Moby Dick". New York doet dat met me. Al dat beton, al dat glas: het wordt heel vaak bewoond door intense eenzaamheid. 

    In deze stad bloeit de eenzaamheid. Ze gedijt. Het is er zo vaak zo druk dat je overal de ear plugs in de oren gepropt ziet. Afgesloten van de wereld rondom. Veel New Yorkers sluiten zich in zichzelf op. Daar is het veilig. Of ze tinderen er op los: geen partner, smachtend en zoekend naar connectie tussen miljoenen anonieme zielen. 

    Loneliness is a very special place

    Dennis Wilson in "Thoughts of you" op het album "Pacific ocean blue" (1977)

    Anoniem zijn, onherkenbaar zijn, is voor mij soms handig. Als ik een keer naar België kom, is er vaak gestaar, of mensen spreken me aan, over de VS, over hoe verwerpelijk ze Trump vinden, over hoe fijn ze mijn commentaren vinden, of hoe ze dit of hoe ze dat. Het connecteert me met de zin van mijn beroepsleven, met het nut van mijn werk. Het is altijd leuk om bevestigd te horen en te zien dat je bestaat, dat je er misschien een beetje toe doet. De keerzijde: mensen kijken ook in je kar als je winkelt, of van aan de overkant van de straat nemen ze stiekem een foto of ze luisteren je privégesprekken af. De tol van vaak op tv.

    Ik moet daar niet over zeuren: het is mijn publiek, voor die mensen en vele anderen doe ik het. Ik word overigens betaald met belastinggeld en ik wil daar veel voor terug doen. Toch is wonen en werken in New York voor mij ook een verademing. Heel Amerika offreert me een wilde prairie van vrijheid en onbekendheid. Je werk doen, en vervolgens gewoon als onbekende niemendal je leven leiden in een grootstad. Als een kleine mier in een grote kolonie. Heerlijk is het. 

    Occasionele seks

    De tinderverslaving van veel New Yorkers is ontzettend. Er is zo veel hunker naar een beetje connectie. Tinderen leidt volgens ingewijden heel geregeld en heel snel tot seks. Seks lijkt in New York wel een medicijn tegen eenzaamheid. Vermoedelijk is de verlichting maar tijdelijk. Enige uren na de tinderdate slaat de eenzaamheid alweer toe. Occasionele seks is als een drug: je wordt er eventjes high van, maar je vult er je leegte niet mee. Uitwisseling van lichaamssappen is geen duurzame oplossing voor de eenzaamheid. 

    Belga

    Robert Kaplan, de beroemde buitenlandjournalist en schrijver, was erg helder tegen me toen ik hem in de zomer interviewde: de wereld draait rond als een karnmachine, als een draaiende ton die mensen van mekaar scheidt. Het individualisme is zo ver doorgeslagen dat de connectie tussen mensen verdwijnt. Het gevolg is eenzaamheid. 

    Kaplan verwijst naar Elias Canetti, die in 1960 schreef in "Massa en macht" dat iedereen graag deel uitmaakt van een groep, een massa die je beschermt tegen gevaar en eenzaamheid. Zo zorgen ook nationalisme en extremisme er op een vreemde manier voor dat de mens niet alleen is, er niet alleen voorstaat. Door de toegenomen mondigheid na de komst van de sociale media moeten heersende autoriteiten plaatsmaken voor verbrokkelde bronnen van gezag. De diepste reden daarvoor is dus eenzaamheid, die door de sociale media als Twitter en Facebook wordt verlicht. 

    No way out

    Om de wereld te snappen moeten we de mens (beter) leren snappen. Van George Orwell stamt de ongemakkelijke waarheid dat tirannie voortkomt uit de menselijke drang om individuele vrijheid in te ruilen voor de bescherming van de groep. Achterblijvers van de globalisering – mensen die er hun werk door zijn kwijtgeraakt en daardoor ook hun identiteit en hun waardigheid – raken gefrustreerd en voelen een prikkende eenzaamheid in hun lot. Een gevaarlijke voedingsbodem voor kwade gedachten over hoe de wereld draait. Voedingsbodem voor radicalisering.

    Belga

    Er zijn dus vele vormen van eenzaamheid, bedenk ik in de kleurrijke flikkering van neonborden en verkeer vanuit mijn raam op de vierde etage. De eenzaamheid die je zo scherp voelt in de schilderijen van Edward Hopper. De beelden van mannen en vrouwen alleen en solitair in verlaten cafés, kantoren of hotelkamers. Isolement in de grootstad. Kijk naar de troosteloze flatgebouwen aan de East River, een schilderij uit 1930. Het beneemt je de adem. Zo veel mensen samen, en toch alleen. Zoals die vrouw in de zon die je aanstaart in het New Yorkse Whitney Museum in Gansevoort Street aan de voet van de trappen naar de toeristentrekpleister de High Line. Het doek hangt op de zevende verdieping. Ga een keer kijken.

    Het lijkt alsof de mensen verloren lopen of zijn in Hoppers werken. Kijk naar "Nachtraven (Nighthawks)". Een onbestemde diner in New York. Amerikaanse Eenzaamheid. U kent dat schilderij. U heeft er een reproductie van gezien, misschien is het wel uw omslagfoto op Facebook. Een wereldberoemd beeld. In ’t echt hangt het op in het Art Institute van Chicago. De groene kleur op het doek (uit 1942) is één en al vervreemding: de diner als vluchtplek, maar dan zonder in- of uitgang. No way out. Een soort aquarium van eenzame mensen. Niemand die spreekt. Niemand die naar de ander kijkt. 

    Belga

    Kan je een mens ooit kennen?

    Soms dwingt stuitende eenzaamheid om toch te kijken. Zoals die keer op het keerpunt van de zomer, op 28 juli. Dat zal ik nooit vergeten. Mijn kinderen waren op bezoek in New York. Na een dinertje in Chinatown bij Now Wah Tea Parlor en een wandeltochtje door de Lower East Side waren we thuisgekomen in Brooklyn. Iedereen liep naar boven. Ik bleef nog wat hangen voor een sigaret op mijn stoep. Na amper twee trekjes hoor ik een akelige doffe plof, een plop eigenlijk, én een schreeuw die door merg en been gaat. Ik kijk en ik zie een man liggen die ik ken. Mijn buurman van op het tweede. Hij ligt roerloos met zijn gezicht op de grond. Hij bloedt hevig uit zijn hoofd. Een dikke, trage straal bloed. Ik versteen. Toch bel ik het noodnummer 911. Mijn zoon Gilles snelt intussen naar beneden. Straks gaat hij naar het vijfde jaar geneeskunde. Hij doet de eerste vaststellingen net voor de ambulance komt. De man leeft nog. Zijn vrouw is intussen ook naar beneden gerend en schudt aan zijn lijf. Wanhopig roept ze, lamenterend bijna: “Steven, Steven, Steven!”. Ik trek haar weg, troost haar, hou haar vast. Ze huilt. Jacki is in alle staten, radeloos. 

    Ik had wel eens kort met de man van #2A gebabbeld in de lift. Gepakte en gedaste man. Vriendelijk, gestresseerd bestaan, werkt soms als zakenanalist voor CNBC. Reist veel. Een ideaal koppel, zo leek het, vaak hand in hand op wandel. Geen kinderen, wel een hondje. En dan, op 28 juli, sprong Steven gewoon uit het raam, met zijn hoofd op de straatstenen. 

     …I’ve been hurting, I’ve been hurting, but there’s no way out…

    Jonathan Jeremiah

    Ik sta te trillen op mijn benen als de ambulance komt. Een politieman stelt me vragen. Even later schuif ik een briefje met lieve woorden onder de deur van Steven en Jacki. Als je je alleen voelt, kom dan maar langs, wij wonen op #4A. We zullen er zijn voor jullie. Het zijn van die avonden waarop je je meer dan ooit mens wil voelen. Je moet daarin soms expliciet zijn. 

    Twee dagen later zie ik Steven terug. Hij leeft! Hij draagt een zware zonnebril, hij loopt met een stok. In een reflex neem ik zijn hand vast. Zo blij dat je leeft, zeg ik. Hij knikt, hij zegt niets. Ik probeer zijn pijn te peilen. Kan je een mens ooit kennen? Door mijn hoofd zoemt muziek van Jonathan Jeremiah: “…I’ve been hurting, I’ve been hurting, but there’s no way out…” 

    Later die avond ligt een brief op onze deurmat. Een ontroerende bekentenis: Steven weet niet wat hem is overkomen, waarom hij heeft gesprongen. Hij weet dat hij weken of maanden nodig heeft om te bekomen. “It’s wonderful to learn that we have you as such caring neighbors when it really counts…It means a lot to me. Thank you. Steven.” Ik denk: ook dat is eenzaamheid in de grootstad. Eenzaamheid die vriendschap voortbrengt. Eenzaamheid die je nooit meer vergeet. Soms voltrekt zo’n wonder zich voor je ogen, meestal achter je rug. 

    Wie vragen heeft rond zelfdoding kan terecht op de zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.