Meest recent

    Ook Belgische steden zullen 's zomers meer puffen door de klimaatverandering

    Grote steden als Antwerpen en Brussel zullen vanaf 2040 minstens 17 dagen van extreme hitte kennen. Dat is drie maal meer dan in het begin van deze eeuw. Dat hebben wetenschappers van de KU Leuven bestudeerd samen met andere onderzoeksinstellingen. Meestal gaan klimaatmodellen over grotere gebieden. Maar hier zijn de wetenschappers veel fijnmaziger te werk gegaan. En dat geeft een veel nauwkeuriger beeld.

    De meeste klimaatmodellen werken met gebieden van 10.000 vierkante kilometer. Bij dit onderzoek namen de wetenschappers kleinere gebieden van 8 vierkante kilometer onder de loep. Op die manier kregen ze een nauwkeurig beeld van de verschillen tussen stad en platteland. 's Nachts is het in de stad gemiddeld 1 tot 3 graden Celsius warmer. Tijdens hittegolven loopt dat verschil, vooral in grootsteden, op naar 8 tot 12 graden Celsius. Door de opwarming zullen er steeds meer hittegolven komen en zullen de steden nog meer warmte opslaan. De onderzoekers verwachten daarom dat de hittestress in de steden dubbel zo groot zal zijn als op het platteland.  

    Hittestress

    De hitte zal heel wat gevolgen hebben voor de mensen in de steden: meer sterfte, verminderde arbeidsprestaties en een hoger energieverbruik zijn slechts enkele voorbeelden. Toch zien de onderzoekers de toekomst niet al te somber tegemoet. De stijging van de temperatuur in de steden is niet alleen het gevolg van het klimaat, maar ook van de verstedelijking en aan dat laatste kunnen lokale overheden iets doen, zegt professor Nicole van Lipzig: "Meer groen, water, schauduw en minder verharding kunnen het effect van de hitte door klimaatopwarming deels compenseren. We kunnen de toename van de hitte ook temperen door zowel de stedelijke uitbreiding als de CO2-uitstoot terug te dringen via bij voorbeeld meer hoogbouw in onze steden en dorpen."

    (Dit onderzoek gebeurde in samenwerking met het Federaal Wetenschapsbeleid (Belspo), de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en de Vlaamse Milieumaatschappij)