Meest recent

    Wat u moet weten over het vlees op uw bord

    Het vlees legt een lange weg af voor het op het bord van de consument belandt. Een belangrijke stap is de onvermijdelijke doortocht langs een slachthuis. En wat daar gebeurt, wordt strikt gereglementeerd.

    1. Wat is de juiste manier van slachten?

    De bescherming van dieren bij het slachten of doden (920.31 kB) wordt geregeld door de Europese verordening (EG) nr. 1099/2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Die verordening bepaalt de regels die van toepassing zijn.

    Uitgangspunt is: de dieren moeten zoveel mogelijk van lijden, stress of pijn worden gespaard. Daarom moeten ze voor het doden worden bedwelmd, waarbij de dieren snel het bewustzijn verliezen en de toestand van bewusteloosheid en gevoelloosheid wordt aangehouden tot de dood is ingetreden.

    Het fixeren van dieren is nodig voor de veiligheid van het personeel en de goede uitvoering van sommige bedwelmingstechnieken. De fixatie veroorzaakt stress bij de dieren en moet daarom van zo kort mogelijke duur zijn. De fixatie mag geen vermijdbaar lijden veroorzaken.

    Het opdrijven van de dieren in de bedwelmingsbox moet rustig verlopen. Het gebruik van elektrische prikkels is niet verboden, maar mag niet continu gebeuren. Alleen bij problematische situaties en niet op de gevoeligste zones van het dier.

    Dieren moeten altijd verdoofd worden voor ze geslacht worden. Dit gebeurt met een schietpen die aan de onderkant van het voorhoofd wordt geplaatst. Het dier wordt zo verdoofd, niet gedood. Het hart blijft nog pompen, zodat het dier kan uitbloeden. Als de verdoving niet lukt, moet de schietpen opnieuw gebruikt worden. Het dier moet ten allen tijde verdoofd zijn als het aan de vleeshaak wordt gehangen.

    Het kelen van het dier moet in een vlotte beweging verlopen. De snede moet zo geplaatst worden zodat er een snelle uitbloeding van het dier mogelijk is en het dier snel dood is.

    2. Hoe zit het met de controles in de slachthuizen?

    Er zijn verschillende controles. De eerste 2 worden georganiseerd door het FAVV. Dierenartsen zijn permanent aanwezig en voeren controles uit op het levende dier (antemortemkeuring) en op de karkassen (postmortemkeuring).

    Het doel van de keuring is de voedselveiligheid verzekeren door vlees dat afwijkingen vertoont, besmet is met ziekteverwekkers of resten bevat van diergeneesmiddelen uit te sluiten.

    Er zijn ook controles op dierenwelzijn, in opdracht van de Vlaamse overheid. Die inspecteurs zijn niet permanent aanwezig in het slachthuis maar voeren onaangekondigde controles uit. De sector heeft ook een overeenkomst afgesloten met minister Weyts om alle slachthuizen door te lichten en camera’s te plaatsen in de slachthuizen. De welzijn-inspecteurs moeten die beelden steeds kunnen opvragen. Ook controleurs van het FAVV kunnen inbreuken tegen dierenwelzijn aankaarten.

    3. Hoeveel slachthuizen zijn er?

    Vlaanderen telt heel wat slachthuizen. Sommige zijn enkel gespecialiseerd in runderen, varkens of pluimvee. Anderen combineren het met andere dieren zoals schapen, geiten, konijnen of paarden.

    Vlaams Brabant: 7
    Antwerpen: 12
    Limburg: 10
    West-Vlaanderen : 23
    Oost-Vlaanderen : 24

    4. Kan je als consument weten uit welk slachthuis je vlees komt?

    Ja, maar enkel en alleen bij rundsvlees, niet bij varkensvlees.  Als je rundsvlees in een warenhuis koopt, moet er van Europa op de verpakking een erkenningsnummer, een code staan. Die laat de consument toe te achterhalen in welk slachthuis het dier is geslacht. De code ingeven op de site www.foodweb.be en de afkomst is achterhaald. 

    Bij rundsvlees voor snele consumptie is het vermelden van het slachthuis niet verplicht. Koop je je vlees bij een slager, dan is de naam van het slachthuis in het beste geval geafficheerd. Indien niet, kan je altijd aan de slager de herkomst van het dier vragen.