Meest recent

    Waarom haalt boeddhistisch-nationalisme zo hard uit naar de Rohingya in Myanmar?

    De brutale verdrijving van de islamitische Rohingya-minderheid uit Myanmar (Birma) door een boeddhistische meerderheid staat haaks op de geweldloze praktijk van die religie. Nochtans zijn er precedenten.

    analyse
    Jos De Greef
    Jos De Greef is journalist buitenland bij VRT NWS. Hij volgt het Midden- en Verre Oosten.

    Sinds enkele weken domineert het nieuws over de gewelddaden van lokale Rakhine en het Myanmarese leger tegen de Rohingya de media. Ook elders in Myanmar zijn er steeds meer gewelddaden tegen de moslimminderheid. Zo werd in Yangon een islamitisch adviseur van premier en Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi vermoord en worden moslims bedreigd. Enkele jaren geleden vielen er tientallen doden bij gewelddaden tegen moslims in de stad Meiktila.

     "Look at those women, would anyone want to rape them?"

    Kolonel Phone Tint onkent verkrachting van Rohingya-vrouwen aan de BBC

    Geweld tegen minderheden is geen uitzondering in Myanmar dat officieel 135 minderheden erkent.  De dominante bevolkingsgroep zijn de Bamar of Birmanen die 68% van de bevolking uitmaken en vanaf de 9e eeuw vanuit het noorden het land zijn binnengedrongen en de andere bevolkingsgroepen onderwierpen. Hun Birma - nu Myanmar- werd een van de machtigste rijken in Zuidoost-Azië en nam het theravada-boeddhisme over van de Mon-staten.

    De relatie tussen die Birmanen en de andere bevolkingsgroepen was echter altijd gespannen en ook de voorbije decennia woedden oorlogen tussen het door de Bamar gecontroleerde leger en milities van minderheden in de bergachtige randgebieden zoals de Shan en Karen in het oosten, de Mon in het zuiden, de Kachin in het noorden en de Chin in het westen. Het huidige geweld tegen de Rohingya in het westen is dus geen uitzondering, maar de manier waarop Myanmar met die mensen omgaat, is wel erg hard, getuige een legerkolonel die vindt dat niemand de volgens hem "lelijke" Rohingya-vrouwen zou willen verkrachten.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Boeddhistisch nationalisme tegen de islam

    Birmaans nationalisme is altijd een sterke politieke factor geweest en ging vaak hand in hand met het boeddhisme en met het leger dat sinds 1962 het land in zijn greep houdt. Dat grote leger -meer dan 400.000 militairen- ontleent zijn macht, invloed en prestige aan de rol als "behoeder van de natie" tegenover de als middelpuntvliedende krachten beschouwde en gewantrouwde minderheden. Vanouds ging dat gepaard met wreedheden zoals slavenarbeid, etnische zuiveringen, verkrachtingen en moordpartijen op grote schaal.

    Sinds het militaire regime afgezwakt werd en geleidelijk plaats ruimde voor de democratie onder Aung San Suu Kyi, dook dat nationalisme in religieuze vorm op door radicaal-boeddhistische bewegingen zoals 969 en MaBaTha (Organisatie voor de Bescherming van Ras en Religie). Die laatste werd geleid door de beruchte monnik Ashin Wirathu, bekend van haatsermoenen tegen minderheden en dan vooral tegen moslims. De MaBaTha ligt aan de basis van een aantal wetten die gemengde huwelijken, overgaan tot een andere religie en monogamie bemoeilijken, zo niet onmogelijk maken.

    Al jaren verkondigt Wirathu dat moslims -die nauwelijks 4% van de bevolking omvatten- het boeddhisme in Myanmar willen onderdrukken. Dat heeft geleid tot steeds meer geweld tegen moslims in heel het land, maar vooral de westelijke deelstaat Rakhine -waar 42% van de inwoners moslim is en die grenst aan Bangladesh- is voor Wirathu een "frontlijn". Die Rohingya-moslims zijn volgens Myanmar overigens geen burgers, maar buitenlanders uit Bangladesh die onder het Britse koloniale bestuur uit India werden binnengehaald. Dat klopt slechts deels, want in Rakhine bestond van 1430 tot 1785 -toen de Birmanen de regio veroverden- een multiculturele staat Mrauk U waar boeddhisten, hindoes en moslims samenleefden. 

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    "De Boeddha zou de Rohingya nu helpen"

    Ahimsa of "geen kwaad doen", is een van de belangrijkste regels in het boeddhisme, een religie die geen kruistochten of jihad kent en zich doorgaans vreedzaam verspreidde. "Haat wordt nooit gestopt door haat, enkel door liefde", is een zin uit de Dharmapada, een vroege collectie van citaten van de Boeddha. De Tibetaanse leider dalai lama zei gisteren dan ook dat "de Boeddha de arme vervolgde Rohingya-moslims geholpen zou hebben". Van de Boeddha is overigens bekend dat die in zijn tijd bemiddelde om conflicten tussen staten te voorkomen of te beslechten.

    Haat wordt nooit gestopt door haat, enkel door liefde

    Citaat van de Boeddha in de Dharmapada

    De meer dan een half miljoen boeddhistische monniken in Myanmar zitten overigens zeker niet allemaal op de lijn van de extremistist Wirathu. Zo kreeg die onlangs een jaar lang verbod om te preken opgelegd door de Sangha Maha Nayaka, een door de overheid gecontroleerde instelling van hoge boeddhistische geestelijken.

    Toch is geweld niet altijd uitgesloten in het boeddhisme als het gaat over de verdediging van onschuldige en kwetsbare mensen en van de religie zelf. In Japan sloeg het zen-boeddhisme vooral aan bij samurai die meditatietechnieken gebruikten om hun concentratie tijdens gevechten te verbeteren. De Myanmarese monnik Wirathu heeft zijn radicale ideeën overigens gehaald in Sri Lanka, waar al decennia de extremistische boeddhistische organisatie Bodu Bala Sena bestaat die religie combineert met nationalisme van de Singhalese meerderheid. Dat was ideologisch een speerspunt in de oorlog tegen de hindoe Tamil-minderheid, maar richt zich nu vooral tegen moslims op Sri Lanka. Of hoe een mix van godsdienst en politiek-etnisch nationalisme zelfs een van de meest vredelievende religies niet onbesmeurd laat.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.