Meest recent

    Bekentenissen van een ex-drinker

    Louis van Dievel, schrijver en journalist, kijkt elke woensdag met zijn eigenzinnige blik naar mens en maatschappij. Ook naar het eigen verleden, zoals nu, bij nieuws over dronken rijden.

    opinie
    Louis van Dievel
    Louis van Dievel is schrijver en journalist. Hij was journalist bij VRT NWS..

    Het was in de week tussen Kerst en Nieuwjaar, 1994.  Het vroor dat het kraakte. Ik reed na mijn late dienst op de VRT naar huis in Kalmthout. Ik had een slok op, zoals ik bijna altijd een slok op had.

    De E19 was ter hoogte van de parking in Vilvoorde helemaal afgesloten. Alcoholcontrole. Iedereen moest van de snelweg. Iedereen moest aan de kant. Iedereen werd gecontroleerd.

    Behalve ik.

    Ik werd om welke reden dan ook door een kouwelijke agent aangemaand om maar weer door te rijden. Er lag nochtans een aangebroken fles witte wijn op de passagierszetel. Ik had er niet aan gedacht die weg te stoppen. Een VRT-collega die net voor mij reed had minder geluk. Zij moest wel blazen en de politie liet een drugshond met vuile, natte poten los in haar propere autootje. 

    Hoe onwaarschijnlijk het ook mag klinken, dat was de eerste en enige keer in mijn welgevulde carrière als alcoholist dat ik staande werd gehouden voor een controle, een bijna-controle in dit geval. Tien jaar heb ik met veel te veel promille in het bloed achter het stuur gezeten, zonder dat er een haan naar kraaide. Statistisch zal het wel kloppen, met de pakkans bedoel ik dan, maar geef toe, het wringt. 

    Tien jaar heb ik met veel te veel promille in het bloed achter het stuur gezeten, zonder dat er een haan naar kraaide

    Nooit een ongeluk gehad. Een kapotte spiegel, ja. Een krasje op het koetswerk. Er wordt wel eens gezegd dat dronkaards een speciaal soort engelbewaarder hebben. Het is flauwe kul. Je behoudt als alcoholicus een aantal reflexen die er door jarenlange rijervaring zijn in gestanst, meer is het niet.

    Maar ik kan u verzekeren: het is beangstigend als je in het midden van de nacht in je auto wakker wordt in een onbekende straat, op een boswegel, en je kunt je niet herinneren hoe je daar bent terechtgekomen. Hoe je daar naartoe bent gereden. Een blinde vlek. Je loopt om je auto heen, op zoek naar sporen van iets waar je niet aan wil denken. Oef, denk je. Ik ben er alweer aan ontsnapt.

    Maar het had gekund. Ik had iemand kunnen aanrijden. Ik had iemand kunnen doodrijden. Ik had een familie in het ongeluk kunnen storten. Ook de mijne. Ik had in de gevangenis kunnen belanden. Ik heb geluk gehad. Ik heb geweldig veel geluk gehad.

    Ik herken de rijstijl van de drinker op de snelweg. De bruuske manoeuvres, de moeite om op de eigen rijstrook te blijven, de plotse snelheidswisselingen.

    Een klein jaar na die gemiste controle op de E19  - tweeëntwintig jaar geleden intussen -viel ik uiteindelijk compleet in duigen. Ik nam allicht de verstandigste beslissing uit mijn leven en liet me eind 1995 opnemen in de verslavingskliniek in Tienen.  Sindsdien ben ik clean, ben ik een gelukkige ex-drinker (hout vasthouden, denk ik er altijd bij als ik dit zeg of schrijf).

    Maar ik herken de tekenen nog altijd. Ik herken de rijstijl van de drinker op de snelweg. De bruuske manoeuvres, de moeite om op de eigen rijstrook te blijven, de plotse snelheidswisselingen. En dan denk ik: daar rijdt weer zo'n gevaar op de weg, om geen erger woord te gebruiken.

    Dan denk ik: waar staat die controlepost van de politie?

    Dan denk ik: zou de pakkans nu echt hoger liggen dan in mijn eigen dronken jaren? Ik twijfel er soms aan.

    Eind vorig jaar werd ik om één uur ’s nachts in Kalmthout staande gehouden voor een alcoholcontrole, voor de tweede keer in mijn leven.

    Hebt u gedronken, meneer? vroeg de agent routineus. Eenentwintig jaar geleden, antwoordde ik.

    De agent geloofde mij niet. Flauwe grapjas, zag ik hem denken. Ik moest mij de longen uit het lijf blazen.