Meest recent

    Helft van kandidaten voor  lerarenopleiding kent onvoldoende Frans

    Studenten die een lerarenopleiding lager onderwijs willen volgen, moeten vooral hun kennis van het Frans bijspijkeren. Dat blijkt uit de resultaten van de toelatingsproef van vorig jaar.  Die toelatingsproef is niet-bindend. Kandidaat-leerkrachten kunnen dus niet buizen. Aan de hand van de resultaten kunnen ze inschatten of ze klaar zijn voor de opleiding of niet.

    Vorig jaar namen aan het begin van het academiejaar bijna 6.000 eerstejaarsstudenten lerarenopleiding (kleuter-, lager- en secundair onderwijs) deel aan de niet-bindende toelatingsproef. Ongeveer 7 op de 10 studenten waren vrouwen (4.150 vrouwen tegenover 1.800 mannen).

    Vooral Frans bleek een werkpunt. Amper de helft van de studenten haalde de norm (50 procent voor het deel "lezen, 45 procent voor het deel "luisteren"). "Die resultaten lopen parallel met het gevoel dat leraren hebben die in de derde graad basisonderwijs lesgeven", reageert Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V). "Ze hebben het gevoel dat ze de taal onvoldoende machtig zijn. Het grote voordeel is nu dat jongeren met deze resultaten aan de slag kunnen gaan om hun Frans bij te spijkeren."

    Betere scores voor wiskunde en Nederlands

    Voor wiskunde slaagde 65 procent van de studenten, voor Nederlands zo'n 70 procent. Studenten die al een andere opleiding waren gestart of hadden afgerond, scoorden hoger dan studenten die voor het eerst aan een opleiding hoger onderwijs deelnamen. Studenten die de proef onbegeleid uitvoerden, scoorden ook hoger dan de studenten die de test begeleid op de hogeschool maakten.  

    Na afname van de proef werden de studenten bevraagd. De meeste studenten vonden de niet-bindende toelatingsproeven nuttig en zinvol (85 procent bij Nederlands, 88 procent bij Frans en 86 procent bij wiskunde) en gaven aan dat ze aan de slag zouden gaan met de resultaten. Wiskunde
    werd als de moeilijkste test ervaren.

    "Instroom versterken en uitval beperken"

    De niet-bindende toelatingsproef voor het komende academiejaar werd gelanceerd na de paasvakantie. Sinds april registreerden zich ruim 7.605 geïnteresseerden, van wie er al 6.770 de proef hebben afgerond.  

    "Ik ben meer dan ooit overtuigd van het nut van een niet-bindende toelatingsproef", zegt Crevits. Volgens de minister starten er nu te veel jongeren die de eindmeet niet halen. "Met deze proef willen we de instroom versterken en de uitval in de lerarenopleiding beperken. Liever 80 inschrijvingen en 70 studenten die uiteindelijk leerkracht worden, dan 100 inschrijvingen en maar 50 die de eindmeet halen."

    De oriëntatieproef bindend maken vindt Crevits geen goed idee. "Het is goed om bij de start van je opleiding geconfronteerd te worden met je basisniveau. Dat zou bij alle opleidingen zo moeten zijn. Maar het moet een vrije keuze blijven om je in te schrijven of niet."