Meest recent

    Cassini-sonde is vandaag als meteoor opgebrand in de dampkring van Saturnus

    Vandaag is er na bijna 20 jaar - 19 jaar en 11 maanden om precies te zijn -, een einde gekomen aan de missie van het ruimtetuig Cassini. Na een onderzoek van 13 jaar van de planeet Saturnus en haar ringen en manen, heeft de NASA de satelliet opzettelijk in de atmosfeer van Saturnus laten duiken. Daar is de sonde in luttele ogenblikken opgebrand en kortstondig als een meteoor in de dampkring verschenen. 

    Cassini had bijna geen brandstof meer en om zeker te zijn dat de ruimtesonde niet zou neerstorten op een van de manen van Saturnus en die zo zou vervuilen, heeft de NASA de satelliet opzettelijk laten opbranden in de atmosfeer van Saturnus (foto helemaal onderaan: een voorstelling van hoe Cassini zou kunnen opbranden in de atmosfeer van Saturnus). De NASA was in het bijzonder bekommerd om de maan Enceladus, die met haar ondergrondse oceaan en hydrothermale activiteit als een mogelijke kandidaat voor leven beschouwd wordt. 

    De "Grand Finale" zoals de zwanenzang van Cassini genoemd wordt, was al ingezet op 11 september toen Cassini op een ruime afstand voorbij de maan Titan vloog en daardoor een "duwtje" kreeg dat haar in een baan bracht die de ruimtesonde dichter bij Saturnus brengt dan tijdens de vorige 21 omcirkelingen.  Sinds eind april draaide Cassini immers baantjes rond Saturnus, die haar tussen de ringen en de planeet zelf brengen, dichter dan enig ander ruimtetuig ooit genaderd is tot Saturnus.

    NASA/JPL-Caltech

    De laatste wapenfeiten van Cassini: de grijze omwentelingen zijn de baantjes die Cassini rond Saturnus heeft getrokken buiten de ringen, de blauwe zijn de "Grootse Finale" omwentelingen tussen de ringen en Saturnus. In oranje is  de laatste halve omwenteling weergegeven. De groene lijn geeft de baan van de maan Titan weer. 

    Real time uitzending

    Donderdag om 22.58 uur onze tijd heeft Cassini haar laatste beeld genomen van Saturnus, en om 23.45 heeft de sonde al haar gegevens, ook de laatste foto, naar de aarde doorgestuurd als voorbereiding op de laatste afdaling.

    Vandaag, 15 september, voerde het ruimtetuig om 10:37 uur een reconfiguratie van haar instrumenten door om tijdens de finale duik zo lang mogelijk in real time gegevens door te kunnen sturen. En om 13:54 uur onze tijd was het dan zo ver: Cassini dook de atmosfeer van Saturnus binnen.  

    NASA/JPL-Caltech

    De tijdlijn van de laatste halve omwenteling van Cassini. 

    113.000 kilometer per uur

    Cassini kwam de atmosfeer van Saturnus binnen op een hoogte van zo'n 2.000 kilometer boven het punt waar men schat dat de bovenkanten van de wolken zich bevinden. Aan die wolkentoppen bedraagt de druk één bar, het equivalent van de luchtdruk op aarde op zeeniveau. 

    De laatste afdaling vond plaats aan de dagkant van Saturnus, en het ruimtetuig drong de atmosfeer binnen op zo'n 10 graden noorderbreedte.  Cassini had toen naar schatting een snelheid van zo'n 113.000 kilometer per uur. 

    Van zodra Cassini de atmosfeer van Saturnus ontmoette, begonnen de controleraketten van de ruimtesonde te vuren in korte stoten, om de invloed van de dunne gaslaag tegen te gaan, en om de schotelvormige antenne van Cassini gericht te houden naar de aarde. Op die manier kon Cassini de waardevolle laatste gegevens nog doorsturen. Naar mate de atmosfeer dikker werd, gingen de stuwraketten meer kracht levren, en in ongeveer een minuut tijd gingen ze van 10 procent van hun capaciteit naar 100 procent. Eens de stuwraketten op volle kracht draaiden, konden ze niets meer doen om Cassini stabiel te houden, en begon het ruimtetuig te draaien en te tuimelen. 

    Als de antenne van Cassini slechts een paar fracties van een graad van de aarde weg gericht is, wordt het contact verbroken. De NASA verwachtte dat dit om 13.55 uur onze tijd zou gebeuren, op zo'n 1.500 kilometer boven de wolkentoppen, en dat bleek ook het geval. Van dan af begon het ruimtetuig op te branden als een meteoor.  Zo'n 30 seconden na het verbreken van het contact begon Cassini waarschijnlijk uit elkaar te vallen, en binnen een paar minuten waren alle overblijfselen van het ruimtetuig waarschijnlijk volledig vergaan in de atmosfeer van Saturnus. Die bestaat overigens voor het grootste deel uit waterstof. 

    NASA/JPL-Caltech

    Een vergelijking van de vorige vijf doorgangen van Cassini in de atmosfeer van Saturnus en de hoogte waarop het ruimtetuig het contact met de aarde verloren is. 

    NASA/JPL-Caltech

    De weg van Cassini door de hoogste laag van de atmosfeer van Saturnus, met een aanduiding voor elke 10 seconden. 

    Een korte video van de NASA met de hoogtepunten uit de Cassini-missie en de "Grand Finale".

    83 minuten

    Door de tijd die radiosignalen nodig hebben om van Saturnus tot de aarde te raken, vinden gebeurtenissen momenteel plaats op Saturnus 83 minuten voor ze op aarde worden waargenomen. Dat betekent dat het ruimtetuig in werkelijkheid om 12.31 uur onze tijd de communicatie met de aarde verloren heeft, maar dat het signaal van die gebeurtenis pas 83 minuten later de aarde bereikt heeft. Daarom geeft de NASA als tijdstip waarop dat gebeurd is, ook 13.55 uur. 

    "Het laatste signaal van het ruimtetuig zal als een echo zijn. Het zal doorheen het zonnestelsel uitstralen gedurende bijna anderhalf uur nadat Cassini zelf verdwenen is", zei Earl Maize, de projectmanager voor Cassini aan het Jet Propulsion Laboratory (JPL) in Pasadena in Californië, voor het zo ver was. "Ook al zullen we weten dat Cassini op Saturnus reeds aan haar einde is gekomen, voor ons op aarde zal de missie niet echt voorbij zijn zolang we haar signaal nog kunnen opvangen."

    De laatste boodschappen van Cassini werden opgevangen in het Deep Space Network complex van de NASA in Canberra in Australië. Verwacht werd dat Cassini nog een reeks grensverleggende waarnemingen zou verrichten tijdens de laatste afdaling, waarbij het ruimtetuig 8 van zijn 12 wetenschappelijke instrumenten heeft ingezet. Al de instrumenten die de magnetosfeer en plasma - een bijzondere vorm van een gasmassa - observeren, het radiosysteem en de infrarood en ultraviolet spectrometers hebben gegevens verzameld.

    Een hoofdrol was echter weggelegd voor de Ion and Neutral Mass Spectrometer (INMS), die direct de samenstelling en de structuur van de atmosfeer heeft onderzocht. Dat kan niet gebeuren vanuit een baan rond de planeet, en Cassini werd zodanig georienteerd dat de INMS in de richting van de beweging wees, zodat de gassen uit de atmosfeer als het ware in het meettoestel geduwd werden. 

    De Cassini-Huygens-missie was een samenwerking tussen de NASA, het Europese ruimteagentschap ESA en het Italiaanse ruimteagentschap. JPL, een afdeling van Caltech, had de praktische leiding over de missie. JPL heeft ook de Cassini-satelliet ontworpen, ontwikkeld en gebouwd. 

    Uitzonderlijke resultaten

    De missie van Cassini heeft de verwachtingen ver overtroffen. De directeur van de Planetary Science Division omschreef ze als een "missie van primeurs" die het menselijk inzicht in het systeem van Saturnus, met zijn manen en ringen, radicaal veranderd heeft, en ook onze inzichten in waar er in het zonnestelsel leven zou gevonden kunnen worden. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat de missie zou lopen tot mei 2008, maar ze werd verlengd met twee jaar tot september 2010, wat de Cassini Equinox Mission genoemd werd. Vervolgens werd ze nog eens verlengd, met zeven jaar, tot september 2017, wat de naam Cassini Solstice Mission kreeg.

    De sonde ontdekte drie nieuwe manen van Saturnus, Methone, Pallene en Polydeuces, en nadien nog een klein maantje in een van de buitenste ringen. Ook bevestigde de sonde met een experiment nog eens maar veel nauwkeuriger dan in vorige experimenten, de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein die stelt dat de ruimte-tijd gekromd wordt door zware objecten zoals de zon. 

    Cassini stuurde mooie en gedetailleerde foto's door van Saturnus zelf, het ringensysteem en verschillende manen, en stelde vast dat de maan Enceladus een atmosfeer had, wat een verrassing was. Later zorgde Enceladus nog voor een verrassing toen bleek dat er vloeibaar water was en dat het uit geisers op de maan spoot. Die ontdekking leidde tot speculatie over de mogelijkheid van primitief leven op Enceladus.

    Cassini zette ook met succes de ESA-lander Huygens op Titan, de grootste maan van Saturnus. 

    Dankzij Cassini weten we nu veel meer over de atmosfeer van Saturnus en het "weer" op de planeet, met gigantische stormen. Ook over de verschillende manen en het ringensysteem zijn we veel meer te weten gekomen. Bovendien zijn de gegevens die Cassini doorgestuurd heeft, nog lang niet allemaal geanalyseerd. Onderzoekers zullen nog jaren werk hebben met de gegevens van Cassini, en wie weet heeft de satelliet ook na haar verdwijnen nog verrassingen in petto.   

    NASA/JPL-Caltech

    Een voorstelling van hoe Cassini in de atmosfeer van Saturnus opgebrand kan zijn, met in de lucht de befaamde ringen.