Meest recent

    Een vuiltje aan de lucht: hoe slechte lucht onze werkvreugde ondermijnt

    Vijf dagen na elkaar onderzoekt onze reporter factoren die welbevinden op het werk beïnvloeden. Vandaag: de gevolgen van gebrekkige luchtkwaliteit, een probleem dat veel vaker voorkomt dan je zou denken.

    Er hangt vandaag een muffe geur op de redactie. De geur van oude schoenen of van een brooddoos die vijf dagen in een kinderboekentas heeft gezeten. Aan mij kan het niet liggen, ik heb me vanmorgen gewassen en draag propere kleren. Een collega, misschien? Ook onwaarschijnlijk. Zelfs wanneer hier niemand in de buurt is, ruikt het niet echt fris.

    Ligt het dan misschien aan de luchtkwaliteit op de redactie? Het zou wel eens kunnen. In een studie van de Universiteit van Harvard lees ik dat de lucht in kantoorgebouwen vaak erg vervuild is. “Mensen brengen tot 90% van hun tijd door in kantoren, scholen en woningen,” staat er letterlijk. “Ademen doen we heel de dag door. En dus worden we vooral binnen blootgesteld aan vervuilde lucht."

    Verrassend, toch. Bij vervuiling denk je spontaan aan smog en uitlaatgassen, niet aan de de airco op het werk. Toch is de lucht in kantoren vaak vuiler dan je zou vermoeden. Tapijten, bijvoorbeelden, zitten vaak vol fijnstof. “Het zijn echte stofverzamelaars,” zegt professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis (KU Leuven). “En wanneer gestofzuigd wordt, komt dat stof weer in de lucht terecht en kunnen we het inademen."

    Zieke gebouwen

    Ik doe wat research op het internet. Ik vind er vooral veel informatie over 'vluchtige organische stoffen'. Dat zijn minuscule stofjes, die onzichtbaar door de lucht zweven. Ze komen onder andere van lijm, printers, poetsmiddelen en drogende verf. En ze kunnen schadelijk zijn voor onze gezondheid als we ze inademen.

    “Die volatiele organische stoffen zijn een onderschat probleem,” zegt professor Godderis. “Kantoorlucht is soms zò vervuild, dat mensen er letterlijk ziek van worden. Sommigen krijgen hoofdpijn of voelen zich moe, anderen hebben last van oogirritaties of klachten aan de luchtwegen. Wetenschappers spreken dan over sick building syndrome.”

    Werk ik zelf ook in zo’n ziek gebouw? Ik hoop in elk geval van niet. Misschien heb ik gewoon een overgevoelig reukorgaan. Er is maar één manier om het te weten te komen: zélf de luchtkwaliteit op de redactie meten.  

    Alexander Dumarey

    Professor Godderis leent mij een toestel om de lucht te analyseren. Het maakt een brommend geluid dat collega’s uit hun concentratie haalt, maar het is in staat om volatiele organische stoffen te onderscheppen.  Precies wat ik nodig heb.

    Vijf dagen later krijg ik de resultaten . “We hebben volatiele organische stoffen in de lucht gevonden,” zegt Godderis. “Er waren sporen van ethanol, limoneen en aceton. Die zijn waarschijnlijk afkomstig van kuisproducten. Limoneen, bijvoorbeeld, wordt gebruikt om kuisproducten een frisse citroengeur te geven.”

    Gelukkig gaat het om lage concentraties. “Je hoeft je zeker geen zorgen te maken," stelt Godderis mij gerust. "De metingen waren zeker niet dramatisch.”

    Happen naar adem

    Aan volatiele organische deeltjes kan het dus niet liggen. Maar hoe komt het dan dat de lucht hier altijd zo onaangenaam voelt? Mijn collega Ben Vanheukelom suggereert dat het misschien iets te maken heeft met een teveel aan CO2. “Vooral tegen de avond heb ik hier altijd het gevoel dat er te veel CO2 in de lucht zit," zegt hij. "Het probleem lijkt mij ook groter op plaatsen weer veel mensen samen zitten. Alsof je daar minder zuurstof binnen krijgt."

    Teveel CO2, zou dat dan het probleem zijn? Volgens Lode Godderis zou het wel eens kunnen. “We hebben een paar jaar geleden onderzoek gedaan in scholen,” legt hij uit. “In sommige klaslokalen hebben we toen alle ramen en deuren gesloten. Al na twee uur zagen we veel te hoge concentraties CO2. En dat had effect op de kinderen. Ze konden zich veel minder goed concentreren.”

    Ik vind een studie van de Universiteit van Harvard, waarin wetenschappers een volledig gecontroleerde kantooromgeving creeërden. Ze konden ongemerkt de luchtkwaliteit manipuleren, zonder dat  hun proefpersonen dat merkten.  De conclusie van het experiment? Onzuivere of CO2-rijke lucht ondermijnde in hoge mate de prestaties van de proefpersonen. Ze konden minder goed vooruit plannen en maakten slechtere beslissingen.

    Droge lucht en te veel CO2

    Weer leent professor Godderis mij een meettoestel. Het lijkt deze keer wat op een walktie talkie van Fisher-Price en het meet temperatuur, luchtvochtigheid en CO2. Ik gebruik het twee dagen na elkaar: eerst op mijn eigen wetenschapsredactie, daarna ook bij de collega’s van Van Gils. Die klagen vaak over de slechte lucht op hun redactie. “Het is hier alsof je opgesloten zit in een aquarium met te weinig zuurstof,” hoor ik iemand klagen. Ik kan er zelf over meespreken. Tot twee maanden geleden zat ik zelf opgesloten in dat aquarium.

    Lode Godderis onderzoekt opnieuw de resultaten en die blijken deze keer wél problematisch. Op mijn nieuwe werkplek is er geen CO2-probleem, maar de luchtvochtigheid is ondermaats. Vanaf een uur of drie ’s middags is het veel te droog. “Dat kan zorgen voor hoofdpijn en keelpijn,” zegt Godderis.  

    Het woord ‘keelpijn’ doet toch even een belletje rinkelen. Als de lucht te droog is, dan kan dat misschien verklaren waarom ik op het werk zo vaak moet kuchen. “Ik hoor je altijd nog voor ik je gezien heb, door die eeuwige kuch,” zegt mijn vrouw, die ook op de nieuwsdienst werkt.  

    Godderis toont mij ook de meetresultaten van de redactie van Van Gils. De luchtvochtigheid is daar wel prima, maar er is een groot CO2-probleem. “De hoeveelheid CO2 neemt heel sterk toe in de loop van de dag. Al rond drie uur ’s middags zitten ze dichtbij de wettelijke niet te overschrijden CO2-concentratie. En dat kan zorgen voor vermoeidheid, hoofdpijn en concentratieproblemen.”

    Schone lucht, beter werk

    De balans van mijn twee metingen: één ruimte met te droge lucht en één ruimte met te veel CO2. Om die problemen op te lossen telefoneer ik naar mijn collega Luc De Koning, verantwoordelijk voor de airco-systemen op de VRT. Luc is luisterbereid en komt meteen naar de redactie om oplossingen te bedenken.

    Op de wetenschapsredactie is de situatie vrij gemakkelijk op te lossen, zo blijkt. "We moeten gewoon één centrale pomp weer aanzetten. Die pomp staat in de warme zomermaanden uit, maar blijkbaar verlaagt daardoor de luchtvochtigheid. Ik zorg wel dat die pomp tegen morgen weer draait.”

    We wandelen samen nog naar de redactie van Van Gils. Ook hier is de oplossing verrassend eenvoudig. “We moeten gewoon de werking van de airco sterk opdrijven,” zegt Luc. “Als we dat doen, wordt hier meer verse lucht binnengeblazen. Dan gaat het CO2-gehalte van zelf omlaag.”

    Terwijl ik deze laatste paragraaf schrijf, betrap ik mezelf op een zoveelste kuch. Maar er is gelukkig beterschap in zicht. Misschien is de lucht vanaf morgen weer vochtig en kan ik stoppen met hoesten. Ik hoop het van harte, al zal het voor mijn vrouw even wennen zijn.

    Wat kan je zélf doen?

    1. Zet regelmatig de ramen open. Zelfs op dagen met smog is de lucht binnen vaak vuiler dan buiten. Een tiental minuten verluchten volstaat.
    2. Ga af en toe even naar buiten om een luchtje te scheppen. 
    3. Als je het gevoel hebt dat de luchtkwaliteit slecht is, contacteer dan de dienst die de airco-systemen beheert. Zij zijn waarschijnlijk meer dan bereid om samen een oplossing te zoeken.