Meest recent

    VN-organisatie pleit voor minder besparingen, meer investeringen en een rijkentaks

    Om de wereldeconomie een nieuw elan te geven, moeten overheden minder besparen en opnieuw meer investeren. Dat zegt de Conferentie voor Handel en Ontwikkeling van de Verenigde Naties (UNCTAD) in een nieuw rapport. De organisatie pleit voor wereldwijde afspraken rond fiscaliteit en regulering om de groeiende ongelijkheid tegen te gaan.

    Sinds de bankencrisis probeert de meerderheid van de rijkere landen hun financiën op orde te houden door in de uitgaven de snoeien. Maar UNCTAD vindt dat deze landen naast het besparingsbeleid ook meer inkomsten zouden moeten creëren.

    Meer investeringen

    Daarvoor zouden de overheden dus opnieuw fors moeten investeren. Bijvoorbeeld in de ouderenzorg of de milieusector, suggereert het rapport. Want investeringen in de zorgeconomie en andere sociale sectoren leveren - naast de maatschappelijke winst - ook een veel kwalitatieve jobs op. 

    Rijkentaks invoeren

    De vraag blijf wie er de beoogde veranderingen dan zou moeten financieren. Het rijkste segment van de samenleving zou volgens UNCTAD alleszins meer moeten bijdragen. Indien de rijkste 10 procent van de bevolking in welvarende landen 5 procent meer belastingen zou betalen, zou dat volgens de organisatie ruim 800 miljard euro opleveren.

    © lev dolgachov - creative.belgaimage.be

    Robottaks afvoeren

    Het rapport staat ook stil bij de toenemende robotisering. Volgens UNCTAD overschatten de meeste studies de negatieve effecten daarvan. Robots nemen dan wel jobs in, maar niet zo snel als vaak gedacht. En een robottaks invoeren vindt UNCTAD ook geen goed idee. Want die zouden ook de positieve effecten van robotisering (zoals het ontstaan van nieuwe jobs) afremmen.

    De organisatie waarschuwt er wel voor dat de winst van robotisering louter bij de eigenaars of robotfabrikanten terechtkomt. Om dat te counteren, zouden bedrijven werknemers kunnen anders verlonen. Bijvoorbeeld in functie van de rendabiliteit van het bedrijf in plaats van op basis van de geleverde arbeid.