Meest recent

    Roger Dohmen Fotografie +31654910604 www.rogerdohmen.nl foto@rogerdohmen.nl

    Begrijp jij dat een levend kind toch "burgerlijk dood" kan zijn?

    De wet die gehandicapten moet beschermen tegen voogden met slechte intenties is drie jaar oud. De wet had goede bedoelingen, maar er loopt veel verkeerd.

    opinie
    Jan Nolf
    Jan Nolf was vrederechter en is auteur van ‘Kwetsbaren in het nieuwe recht’, verschenen bij INNI Publishers in 2014 en twittert @NolfJan.

    Drie jaar oud is de wet nu. De wet die mensen met een handicap beschermt. Die hun juridische bekwaamheid regelt. En dat gaat over veel: wat mogen ze doen met hun geld? Mogen ze zelf beslissen of ze hun huis verkopen of moeten ze toestemming vragen aan een voogd? En wie is die voogd: familie, een advocaat, heeft die voogd wel goede  bedoelingen of probeert hij/zij zichzelf te verrijken?

    Toch was die wet een nobel kind, met de beste bedoelingen ter wereld gezet. België had immers het VN-verdrag van 13 december 2006 ondertekend dat de rechten van mensen met een handicap zou respecteren en hen in onze samenleving zou integreren. Discriminatie en stigmatisering van personen met een handicap moest de wereld uit en daarom werd onze wetgeving van 1991 in 2013 hervormd en vanaf 1 september 2014 toepasselijk.

    Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) benadrukte ondertussen dat een gezondheidsprobleem op zich niet volstaat om de juridische bekwaamheid af te nemen. Zoiets kan maar in uitzonderlijke gevallen en moet door de rechter voor iedere persoon apart, zorgvuldig afgewogen worden.

    Op die implementatie van dat VN-verdrag moest UNIA toezien maar ook de Verenigde Naties zelf volgen dat op. Het ‘Committee on the Rights of Persons with Disabilities’ riep in een rapport over België onze overheid eind 2014 op tot ondersteuning van die juridische beslissingsvorming zodat vrederechters de wet zouden toepassen “on a case-by-case basis”. 

    Het mooie kind werd al bij de geboorte mismeesterd

    De wet deed een nieuwe oproep om voorrang te geven aan de familie als bewindvoerder, omdat die het dichtst bij de beschermde personen staat. Toch bleef het klachten regenen over favoritisme van vrederechters voor de aanstelling van advocaten.

    Tijdens de hoorzittingen in de aanloop naar de wet had de vertegenwoordiger van de vrederechters overigens letterlijk zijn voorkeur voor advocaten uitgesproken: “dat familielid is geen jurist, en dus wellicht niet de geknipte persoon om het werk van de familie te vergemakkelijken. Tot slot valt onmogelijk uit te maken of de naaste wel betrouwbaar is”.

    Op Driekoningendag 2016 schreven meer den 50 organisaties uit de zorgsector een open brief aan de magistratuur over de uitholling van de nieuwe wet. Nog begin dit jaar maakte Phara de Aguirre de ontstellende reportage ‘Julien, gered uit de zorg’. Ondertussen werd een meldpunt opgericht om pijnpunten te laten signaleren.

    Opleiding door een bank?

    Het is opmerkelijk dat bepaalde vrederechters opleidingen voor professionelen organiseren in samenwerking met één welbepaalde bank – ING om de naam niet te noemen – en zich onrechtstreeks inlaten met vermogensbeheer waarvoor enkel de bewindvoerder zelf bevoegd en verantwoordelijk is.

    Verkopen zonder de familie het weet

    Tegelijk werden door bepaalde magistraten de meest elementaire regels van inspraak aan familieleden ontzegd. Het Rechtskundig Weekblad van 2 september jl. publiceerde het hallucinante verhaal van een familie die via een krantenadvertentie moest vernemen dat een advocaat-bewindvoerder de hoeve van vader openbaar te koop stelde. De vrederechter had de eigenaar ervan (als beschermde persoon) niet eens gehoord: zijn toelating aan de advocaat-bewindvoerder was dezelfde werkdag van diens vraag verleend.

    De familie bekwam met een procedure in kort geding een uniek verbod in de Belgische rechtspraak: de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg verbood de bewindvoerder gebruik te maken van de toelating tot verkoop van de vrederechter.

    Als vader ontslagen wordt uit het ziekenhuis heeft hij nu het dak van zijn geboortehuis opnieuw boven het hoofd.

    Straks een derde wet?

    De wet van 2013 wordt nu al herschreven. Minister van Justitie Koen Geens blijft de filosofie van het VN-verdrag genegen maar wil verhelpen aan enkele kinderziekten. Het is echter maar de vraag of ook iets gedaan zal worden aan de ‘bad practices’ die de wet uitgehold hebben en waarvoor ook nieuwe teksten geen soelaas zullen zijn.

    - Zo gaan bepaalde vrederechters er immers prat op dat er ‘geen sanctie’ verbonden is aan de niet-naleving van nochtans elementaire procedureregels zoals de hoorplicht.

    - De geest van het VN-verdrag en de letter van de wet van 2013 worden juridisch vermoord door bandwerk van computergestuurde beschikkingen waarmee de statistiek van ‘overbelaste’ kantons werd opgekrikt.

    - Jonge gehandicapten worden onbekwaam verklaard om “welke overeenkomst dan ook” aan te gaan: dit is nochtans radicaal de ‘burgerlijke dood’ – afgeschaft door onze Belgische Grondwet van 1831.

    - Gefortuneerde bejaarden worden onder bewind gezet omdat ze een pintje (te veel) drinken, een nieuwe vriendin hebben of met een looprekje gaan, want toekomstige erfgenamen willen soms vooral goed voor zichzelf zorgen.

    Die autoritaire overbescherming getuigt van een achterhaalde tijdsgeest die een belediging is voor het VN-verdrag, de Mensenrechten en onze kwetsbare medemens.

    Niet zozeer de wet uit 2013 moet veranderen maar vooral de mentaliteit binnen justitie: niet bevelen en ordonneren maar luisteren en zorg dragen.