Meest recent

    Tien dagen voor Duitse verkiezingen: gemoedelijke rust en de sprint voor het podium

    Het is vrijdagnamiddag in Würzburg, een middelgrote stad in Noord-Beieren. Op het kerkplein staat de weekmarkt met verse groenten en worst, een coverbandje mag de kerkklokken overstemmen, volle terrassen met kaastaart en witbier in overvloed: vroegherfstig Beieren op zijn best. Volgende week moeten – of mogen, liever – ze hier een nieuw parlement kiezen. Maar de gemiddelde Würzburger lijkt er mij niet wakker van te liggen: het gaat hier werkelijk over vanalles, maar de namen "Merkel of Schulz" heb ik hier op de markt nog niet horen vallen.

    analyse
    Jeroen Reygaert
    Jeroen Reygaert is VRT-buitenlandjournalist en volgt Duitsland en Nederland op de voet.

    Mochten de verschillende partijen niet zo kwistig zijn met affiches, je zou het niet eens doorhebben dat de parlementsverkiezingen voor de deur staan. Hoewel de binnenstad gezellig druk is en het weekend al begonnen is, vond geen enkel partij het de moeite om hier vandaag een infostandje op te richten of te gaan flyeren; nochtans dé Duitse manier van campagne voeren. Het lijkt dan ook alsof alles al beslist is en het enkel nog om de kruimels voor de derde plaats gaat. Gisteren publiceerden de collega’s van de ARD hun laatste peiling, geheel binnen de traditie tien dagen voor de verkiezingen. En er beweegt weinig. 

    Merkel op eenzame hoogte

    Volgens die peiling blijven de CDU en CSU onder hun gezamenlijk roepnaam “Union” veruit de grootste. 37 procent van de kiezers wil Merkel en de haren nog eens het vertrouwen geven. Peilingen hebben een foutemarge, ze kunnen er al eens naast zitten, hebben we de voorbije jaren geleerd, maar het verschil met de nummer twee is overduidelijk: de SPD zou op zo’n 20 procent uitkomen. Erg spannend kan je dit bezwaarlijk nog noemen. Ondanks de kritiek op allerlei domeinen, kan Merkel teren op het succes van de vorige 12 jaren. Jaren waarin het de Duitsers nog nooit zo goed ging. Bovendien lijkt elke kritiek van teflon Merkel af te glijden: een vluchtelingencrisis, een aanslag: ze volgt haar eigen weg, ze krijgt tegenwind van alle kanten, blijft staan en de Duitsers vinden het best kunnen. 

    Toch is de peilingspil voor uitdager Martin Schulz en zijn SPD momenteel wel heel erg bitter: de laatste peiling laat het slechtste resultaat sinds januari optekenen. Strijdvaardig trekt Schulz Duitsland rond, maar ook in de campagnebus van de SPD moeten die cijfers intussen doorgedrongen zijn. Schulz heeft uiteraard de omstandigheden niet meer: een moeilijk te bespelen tegenstander en eigen partij die de voorbije jaren als coalitiepartner mee het beleid getekend en uitgevoerd heeft. De kans om zich rechtstreeks van Merkel te distantiëren, het TV-duel op 3 september, heeft hij volgens de publieke opinie verprutst: een meerderheid van de Duitsers – ook in eigen partij – vond dat Merkel het duel gewonnen had. Deze week probeerde Schulz zich nog eens met alle kracht in de strijd te gooien: zondag lichtte hij via een livestream nog eens zijn programma toe, daarna daagde hij de kanselier uit voor een tweede TV-duel. De kanselier beet niet, liet weten dat het haar een waar genoegen geweest was met Schulz in debat te gaan en dat ze het daarbij kunnen laten.  

    Aan de Augustinerkirche in Würzburg ligt een verkiezingsbord van Schulz tegen de stenen. Opgesmukt, met een rood kruis. Symboliek.

    De strijd om de derde plaats: AfD op kop

    Na de grote twee, is vooral de strijd voor de derde plaats spannend. Zo goed als zeker zullen 6 partijen in de Bondstag raken na de verkiezingen, naar Duitse normen een enorm versplinterd landschap. De AfD komt er voor het eerst in, de FDP is terug van weggeweest, de Groenen en Die Linke zullen ook dit keer de kiesdrempel halen. De uitslagen van de kleine partijen is toch van groot belang: hier zou wel eens een toekomstige coalitiepartner van Merkel kunnen te vinden zijn: zowel de liberale FDP als de Groenen maken kans. Regeren met de uiterst-rechtse AfD of de uiterst-Linkse Die Linke sluit ze immers uit. 

    Zoals het er nu naar uit ziet, haalt de AfD de sprint om de derde plaats. De uiterst-rechtse partij wint peiling na peiling en komt stilaan uit op zo’n 12 procent. Dat is weinig in vergelijking met anderhalf jaar geleden, toen de partij in de slipstream van de vluchtelingencrisis peilingen en resultaten tussen de 15 en 20 procent liet optekenen met haar pure anti-migratieprogramma, maar het is wel een onverhoopt succes na de resultaten dit voorjaar. Samen met de drommen vluchtelingen, verdwenen ook de supporters voor de partij en intern gekrakeel deed de partij ook geen goed. Het zag er lang naar uit dat de partij geen rol van betekenis zou spelen op 24 september. Toch slaagde de AfD er in – niet per se door eigen toedoen – prominent aanwezig te zijn in de kiesstrijd en dat weerspiegelt zich ook in de peilingen. Schulz zette het vluchtelingenthema op de agenda door Merkel daarover aan te vallen, de AfD dook in het gat. Verder voert de partij een zeer controversiële campagne die inzet op identiteit, eigenheid en frontaal alle andere partijen tackelt.

    Bovendien is een deel van de Duitse pers gebrand op smeuïge verhalen over de uiterst-rechtsen. Zo publiceerde de Süddeutsche Zeitung e-mails die moeten aantonen dat lijsttrekster Alice Weidel heel dicht bij de neo-nazi’s staat en ontdekte Die Zeit dat Weidel een asielzoekende poetsvrouw in het zwart tewerkstelde in haar woning, tegen een ondermaatse vergoeding. Voor de gemiddelde AfD’er - die dit soort kranten graag omschrijft als leugenpers – heeft dat niet echt een afschrikkend effect en intussen beheerst de partij  het nieuws. De AfD en haar lijsttrekster ontkennen trouwens alle aantijgingen.

    De concurrent in de strijd om de derde plaats worden de liberalen van de FDP. Ze zouden goed zijn voor zo’n 9,5 procent, een verdubbeling van het resultaat 4 jaar geleden. Merkels droomcoalitiepartner haalt daarmee voorlopig niet genoeg stemmen om de kanselier aan een meerderheid te helpen. Maar de partij voert een frisse campagne en lijsttrekker Lidner is vrij populair. De strijd om de derde plaats is dus nog niet beslist.

    Ook Die Linke haalt volgens de peiling zo’n 9 procent, ongeveer het resultaat van vier jaar geleden en ook zij zijn dus niet kansloos voor de derde plaats. Maar als coalitiepartner voor de CDU zijn de uiterst-linksen sowieso uitgesloten. De SPD is daar minder duidelijk over, maar zeker is dat Schulz vooraf een mogelijke coalitie met Die Linke doodzwijgt: ervaring uit verschillende deelstaatverkiezingen leren de SPD immers dat heel wat gematigde kiezers daar niet willen van horen. 

    De Groenen – een andere mogelijke sleutelpartner voor een coalitie – hebben het momenteel erg moeilijk. Ze zouden het slechter doen dan vier jaar geleden en op zo’n 7 tot 7.5 procent uitkomen. Dat is onvoldoende om Merkel aan een meerderheid te helpen. De partij slaagt er ook niet in zich te profileren; de lijsttrekkers geven een erg matgroene indruk. 

    Erg interessant is ook de manier waarop de FDP en de Groenen zich tegenover elkaar zetten. Een woord dat in Duitsland de laatste dagen over heel wat journalistieke lippen rolt is Jamaïca: een coalitie van de zwarten (CDU), gelen (FDP) en Groenen. Het zou een ongeziene tripartite zijn op nationaal niveau, maar de enige manier om een nieuwe CDU-SPD-coalitie te vermijden. Toch doen groenen en liberalen er alles aan om de verschillen tussen hen beide extra in de verf te zetten; alles om te vermijden dat de kiezer over nog meer eenheidsworst valt. Volgens de Groenen zijn de liberalen klimaatsceptici, voor de liberalen hebben de Groenen de realiteit niet gesnapt. Maar zelfs zonder die profileringsdrang is het duidelijk: een coalitie van CDU/CSU met FDP en Groenen lijkt vanuit de programma’s gezien, een schier onmogelijk opdracht. Maar je weet maar nooit.

    De race is nog niet helemaal gelopen

    Toch is de race nog niet zo hard gelopen als de peilingen laten uitschijnen: nog nooit waren zoveel Duitsers nog onbeslist een week voor de verkiezingen. Het toont ook aan hoe weinig de verkiezingen leven.

    Op de trein van Nürnberg naar Frankfurt gisteren hoorde ik voor het eerst iemand spontaan praten over de verkiezingen. Het was een jongeman, ergens begin de twintig en hij had met een vriend over komende zondag. Luistervinken leerde me dat de vriend ging thuisblijven, maar hij ging toch stemmen. “Om mijn moeder eenplezier te doen, ze staat er op. Maar voor wie, daar heb ik geen idee van. Het is precies toch allemaal hetzelfde”. “Saai”, besloten ze. De Champions League en de verdiende overwinning van FC Bayern tegen Anderlecht waren al snel een pak interessanter. “Het zal nog beter moeten als ze in München zeker de Champions League willen winnen”, leerde ik.

    Maar toch mag je de impact van het grote aantal onbesliste kiezers niet overschatten. Ook die kiezers zullen – als ze al gaan stemmen – niet allemaal een en dezelfde kant op lopen. Trends kunnen nog wel versterkt worden, de partijvolgorde in de achterhoede met een aantal procenten overhoop gehaald, maar de grote lijnen lijken me wel vast te liggen.

    Tenzij er in de laatste week nog mirakels gebeuren, je weet maar nooit: intussen is na drie dagen gietende regen afgewisseld met felle buien, toch ook de zon komen piepen.