Meest recent

    Knokken voor een betere werkplek: we hebben meer macht dan we denken

    Geluidsoverlast, te weinig daglicht, slechte geurtjes, geen privacy: het zijn veel gehoorde klachten op de werkvloer. Maar we hebben meer macht om dingen te veranderen dan we denken. Vandaag het vijfde en laatste deel van de reeks over een gezondere werkplek.

    Vier dagen na elkaar schreef ik over grote en kleine ergernissen op het werk: geluidsoverlast, te weinig daglicht, slechte lucht. Nooit eerder kreeg ik zoveel reacties van collega’s. Sommigen vertelden mij dat ze zich al jaren te pletter ergeren aan de slechte luchtkwaliteit op hun redactie. Anderen kwamen hun hart luchten over het gebrek aan licht of over vieze geurtjes. Iedereen had wel een verhaal.

    Vooral de luidruchtige landschapsbureaus blijken een onuitputtelijke bron van ergernis. Letterlijk tientallen collega's spraken mij hierover aan. “Ik ben ’s avonds compleet leeg wanneer ik hier buiten wandel,” vertelde iemand mij. “Zonder die landschapsbureaus had ik waarschijnlijk nooit een burn-out gekregen.” Het is toch even slikken, wanneer je zoiets hoort.

    Alexander Dumarey

    We zijn te braaf, meneer

    We ergeren ons collectief te pletter. Maar wat ook opvalt: we doen dat in stilte, ieder in zijn eigen, kleine hoekje. ’s Ochtends even mopperen aan het koffieapparaat (als dat tenminste niet voor de zoveelste keer kapot is.) Of even grommen wanneer een collega een gesprek begint, net wanneer je je wil concentreren. Altijd braaf en discreet, een beetje ingehouden. Misschien ligt het aan onze Belgische aard.

    Ik pleit zelf ook schuldig. Een jaar lang heb ik gewerkt op een plek waar iedereen hoofdpijn kreeg door de slechte lucht. Zelfs de lucht op de parking voelde fris na een dag in die vreselijke ruimte. Maar op geen enkel moment heb ik initiatief genomen om het probleem te verhelpen. Ik heb zelfs geen mail gestuurd naar de verantwoordelijke voor de airco. Het enige dat ik deed was af en toe een beetje mopperen, om stoom af te laten.

    Maar hoeft het wel zo te zijn? Zijn we veroordeeld tot een leven vol stille ergernis? Deze week heeft mij geleerd dat we gerust heel wat stouter mogen zijn. Dat we 'de mannen van de airco' mogen lastig vallen, tot die vervelende luchtproblemen eindelijk opgelost zijn. Dat we zelf apps kunnen installeren, om licht en geluid op onze werkplek te meten. Dat we de vakbond kunnen inschakelen, wanneer de wettelijke normen niet gehaald worden. En dat we onze bazen mogen stalken, tot ze écht werk maken van beloftes. Stille werkplekken, bijvoorbeeld, waar je niet elke vijf seconden gestoord wordt. Want daar hebben duidelijk héél veel mensen behoefte aan.

    Anders werken

    Het kan nochtans anders. Ik werd deze week ook gecontacteerd door mensen die creatieve oplossingen bedenken voor alledaagse kantoorklachten. Ik telefoneerde met de CEO van een bedrijf dat de luchtkwaliteit in kantoren verbetert door een spray van bacteriën te verstuiven. Van een  ‘lighting designer’ kreeg ik tips voor een betere verlichting. Iemand van Securex vertelde mij over geluidsdempende panelen die je zelf kan verplaatsen.  

    Alexander Dumarey

    Om te zien hoe het anders kan, ga ik op bezoek in het nieuwe gebouw van Deloitte in Zaventem, dat uitkijkt op de tarmac van de luchthaven. Ik krijg er een rondleiding van Eric Orban, één van verantwoordelijken voor het gebouw. We starten op een overdekt binnenplein, met zeven imposante bomen. “We wilden een natuurgevoel creeëren in een omgeving met veel glas en betton,” zegt Orban. “Daarom hebben we die bomen van Florida naar hier gevlogen. Inheemse bomen waren geen optie, die zouden nooiten overleven in een kantoorruimte. En just in case hebben we ergens twee reserve-bomen staan,  in een serre.”

    We wandelen verder naar de werkruimtes. Deloitte heeft gekozen voor  ‘activity-based workplaces'. Niemand heeft hier nog een vaste plek, 's avonds zijn alle bureaus helemaal leeg. Mensen kiezen waar ze willen gaan zitten, in functie van hun activiteit. "Er zijn ruimtes om klanten te ontvangen en glazen ‘bubbels’ om te vergaderen en te telefoneren," zegt Eric Orban. "Die zijn volledig afgesloten, om geluidsoverlast te beperken." 

    Alexander Dumarey

    Wat mij nog het meest opvalt tijdens de rondleiding: het is hier stil, héél stil zelfs, bijna alsof je in een kerk bent. “We vragen aan iedereen van zachtjes te spreken. Zomaar luidop een gesprek beginnen, is echt not done. En voor wie extra geconcentreerd wil werken, zijn er ook speciale ruimtes. Die concentratie-plekken noemen wij hier ‘cockpits’ , omdat ze lijken op de eerste klasse van een vliegtuig.”

    Ik ga zelf even zitten in zo’n cockpit. Behalve een tafeltje en een stoel is er een scherm om je van de buitenwereld af te sluiten. Enkel de stoel zit niet zo lekker, maar zelfs daar is over nagedacht. “Die cockpits zouden anders te veel gebruikt worden,” zegt Eric Orban. “Daarom hebben we bewust gekozen voor niet al te comfortabele stoelen.”

    Alexander Dumarey

    Ik vertrek terug naar de redactie met een dubbel gevoel. Voor iemand die eerder introvert is en die graag in stilte werkt, was het gebouw van Deloitte als de grot van Alibaba. Anderzijds hou ik ook wel van de gezellige drukte op de nieuwsvloer. Daar wordt meer gekeuveld en gepalaverd en er wordt wel eens geroepen. Ook dat heeft natuurlijk z’n charme.  

    Het gebouw van de toekomst

    Terwijl ik de laatste hand leg aan deze reeks, krijg ik een mail van Geert De Preter. Hij is verantwoordelijk voor het nieuwe VRT-gebouw, dat in 2020 moet klaar zijn. Geert zegt dat hij mijn stukken de voorbije week gelezen heeft. “Ik heb het gevoel dat we in ons toekomstige gebouw heel wat beter zullen doen dan in ons huidig gebouw,” schrijft hij. “Geen al te grote uitdaging, ik geef het toe.”

    Geert vraagt of ik een keer wil langskomen. “Misschien,” schrijft hij, “kunnen we je kennis en ervaring eens loslaten op de plannen van het nieuwe gebouw. Als er nu nog dingen naar boven komen, dan kunnen we ze nog bijsturen.”

    Een fijne, onverwachte wending. Natuurlijk maak ik met veel plezier een afspraak. Maar ik tel ook even op mijn vingers: 2020, da’s nog tweeënhalf jaar wachten. Geen eeuwigheid, maar een heel eind in de toekomst. In afwachting maak ik daarom ook een afspraak bij mijn hoofdredacteur. Eens vragen of we hier misschien ook geluidsdempende panelen kunnen krijgen. En of er meer planten kunnen komen. En een paar luchtbevochtigers. En o ja, misschien ook nog een paar van die cockpits. Dan komt het allemaal toch nog goed.