Meest recent

    NASA

    De Cassini-missie is voorbij , wat staat er nu op het programma?

    Aan de Cassini-missie naar Saturnus is een vurig einde gekomen, maar dat wil niet zeggen dat de ruimtevaartorganisaties de komende jaren en decennia op hun lauweren zullen rusten. Er zijn tal van missies gepland - sommige ruimtetuigen zijn zelfs al vertrokken-, naar Mercurius, naar Mars, de maan van Jupiter Europa, verschillende asteroïden, de zon, en er worden ook nog nieuwe ruimtetelescopen in de ruimte gebracht. Een overzicht. 

    De Cassini-missie naar het Saturnus-systeem heeft de verwachtingen ver overtroffen, en de schat aan gegevens die ze heeft opgeleverd, zal onderzoekers nog geruime tijd bezig houden. Toch bekijkt de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA al nieuwe voorstellen om terug te keren naar Saturnus, dit keer specifiek om naar tekenen van leven te zoeken op de "waterwerelden" Enceladus en Titan, twee manen van Saturnus. 

    Voorlopig zijn dat echter enkel nog maar voorstellen, en is er nog niets concreet beslist. Een aantal andere missies in ons zonnestelsel, van de NASA en van andere ruimtevaartorganisaties, zijn wel al vergevorderd, en sommige ruimtetuigen zijn zelfs al onderweg.     

    De verwaarloosde planeet Mercurius

    NASA/JHU-APL/Carnegie Institution of Washington/USGS/Arizona State University

    In vergelijking met de andere binnenplaneten van ons zonnestelsel, Mars, Venus en uiteraard de aarde, is Mercurius sterk verwaarloosd. Tot nu toe hebben enkel de Mariner 10 en de MESSENGER-missies van de National Aeronautics and Space Administration (NASA) de kleine planeet van dichtbij geobserveerd (foto: beeld van Mercurius op basis van foto's van de MESSENGER-missie). 

    Daar komt in 2018 verandering in, als de European Space Agency (ESA) en de Japan Aerospace Exploration Agency de BepiColombo-missie lanceren om Mercurius te verkennen. 

    BepiColombo is een joint venture die uit twee ruimtetuigen bestaat: de Mercury Planetary Orbiter en de Mercury Magnetispheric Orbiter. Nadat de twee satellieten in 2025 Mercurius bereikt hebben, zullen ze aparte banen gaan beschrijven rond de planeet. Ze zullen informatie verzamelen over de samenstelling van Mercurius, de atmosfeer, de magnetosfeer - het magnetisch veld -, en de geofysica. Zo hoopt men meer te weten te komen over de geschiedenis van de planeet, en inzicht te krijgen in hoe Mercurius en de andere rotsplaneten ontstaan zijn.  

    De rode planeet Mars

    Mars is duidelijk veel populairder bij de mensheid dan Mercurius: sinds de jaren 60 zijn er een twintigtal succesvolle missies naar Mars geweest, en de twee Marsrovers, Opportunity en Curiosity (foto boven), zijn nog steeds operationeel op de rode planeet. En ze krijgen binnenkort gezelschap.

    In mei 2018 zal de NASA Interior Exploration using Seismic Investigations, Geodesy and Heat Transport (InSight) lanceren. Die zal een stationaire lander aan de grond zetten op Mars, die als doel heeft inzicht te krijgen in de ontstaansgeschiedenis van Mars. 

    InSight zal luisteren naar seismische activiteit en kleine vibraties, Marsbevingen, en ook een bijna vijf meter diep gat boren in de grond met een instrument dat een "heat flow probe" genoemd wordt, en dat de temperatuur zal meten. Een ander instrument zal de snelheid van de rotatie van Mars meten en de schommelingen die optreden terwijl de planeet om haar as draait. (Foto onder: de zonnepanelen van InSight worden getest).

    © 2015 Lockheed Martin Corporation. All rights reserved.

    Curiosity en Opportunity krijgen op Mars het gezelschap van een derde rover, met de weinig originele naam Mars 2020 Rover. Het is een rover, die naar Mars gaat, en gelanceerd wordt in, u mag drie keer raden, 2020. In hetzelfde jaar zal hij ook aankomen. 

    In tegenstelling tot zijn voorgangers wil men met deze NASA-missie stalen van het oppervlak van Mars naar de aarde sturen, om te helpen bij de zoektocht naar aanwijzingen dat er ooit leven zou bestaan hebben.  Het is de bedoeling dat dit in drie fases gebeurt: de rover zal 37 stalen nemen in proefbuizen die onmiddellijk verzegeld worden, en die verzameld worden op één plaats. Een tweede ruimtetuig zal dan landen in de buurt van die verzamelplaats, de stalen ophalen en in een raket stoppen die het meedraagt, en ze in de ruimte lanceren. Vervolgens moet dan een derde ruimtetuig over Mars vliegen,  de container met de stalen, die zo groot is als een basketbal, grijpen en terugbrengen naar de aarde. 

    Nog in 2020 zullen de ESA en het Russische ruimtevaartagentschap een gezamelijke missie lanceren, ExoMars. Die zal een Russisch platform en een Europese rover op Mars plaatsen. 

    Europa en andere manen en asteroïden van Jupiter

    NASA/JPL-Caltech

    Ergens na 2020 zal de Europa Clipper missie van de NASA zo'n 40 tot 45 keer keer over de ijzige maan van Jupiter, Europa, vliegen (foto boven: een voorstelling van de Europa Clipper boven het oppervlak van Europa, met op de achtergrond Jupiter). Onderzoekers geloven dat Europa een oceaan van zout water heeft onder haar bevroren oppervlak, en de NASA-missie moet helpen vaststellen of de ingrediënten voor leven aanwezig zijn op de maan: vloeibaar water, een aantal chemische ingrediënten en een energiebron die biologische processen kan stimuleren en onderhouden. 

    Ook de JUICE-missie van de ESA zal Europa onder ogen nemen, naast twee andere manen van Jupiter, Ganymedes, de grootste maan in ons zonnestelsel, en de maan Callisto, het object in ons zonnestelsel met de meeste inslagkraters. 

    JUICE staat voor Jupiter Icy Moons Explorer, en de lancering is gepland voor 2022. Bedoeling van de missie is om meer inzicht te krijgen in hoe ons zonnestelsel is ontstaan en hoe het werkt, en om de kansen in te schatten van het bestaan van leven buiten onze planeet.  JUICE zal een radar gebruiken die door het ijs kan zien - in de hoop vloeibaar water te vinden -, en een laser om de geologische kenmerken van de manen vast te leggen. Op het einde van de missie zal JUICE in een  baan om Ganymedes gebracht worden, en zo de eerste satelliet worden die een baan beschrijft rond een andere maan dan de onze.

    De NASA zal ook de Trojaanse asteroïden van Jupiter onderzoeken, die bestaan uit twee gigantische zwermen van asteroïden,  gevangen in het zwaartekrachtveld van de reuzenplaneet. Die Lucy-missie wordt gelanceerd in 2021, en zal tussen 2027 en 2033 uit de twee zwermen zes asteroïden bestuderen. 

    Ontmoetingen met asteroïden

    NASA's Goddard Space Flight Center

    Hoewel door een asteroïdengordel vliegen absoluut niet zo gevaarlijk is als het wordt voorgesteld in films en tv-series, vraagt het toch wel aardig wat rekenwerk, vooral als het de bedoeling is een rendez-vous te hebben met een van die ruimterotsen in haar baan rond het zonnestelsel. En dat is nu net wat drie verschillende missie willen doen. 

    De Hayabusa-2 missie van het Japanse ruimtevaartagentschap is al onderweg, en zal in 2018 aankomen bij de asteroïde 162173 Ryugu. De missie zal een kleine sonde en drie springende mini-rovers op het oppervlak plaatsen. De sonde zal stalen nemen van de asteroïde, en het is de bedoeling dat het moederschip met die stalen in december 2020 terug naar de aarde keert, na de asteroïde gedurende meer dan een jaar bestudeerd te hebben. De twee in de naam wijst er al op, dit wordt Japans tweede retourtje naar een asteroïde. De eerste Hayabusa-missie werd gelanceerd in 2003, bereikte haar doel in 2005, en kwam terug op aarde in 2010.

    Ook de Osiris-Rex-missie van de NASA is al onderweg. Het ruimtetuig werd gelanceerd in september 2016 en zal in augustus 2018 zijn doel bereken, de asteroïde Bennu, een bijna 400 meter brede rots die rijk aan koolstof is. Osiris-Rex zal de asteroïde, die rond de zon draait met een snelheid van meer dan 90.000 kilometer per uur, gedurende een jaar ongeveer bestuderen.

    In 2020 zal de satelliet dan een zogenoemde doorstartlanding uitvoeren en met een robotarm een staal van het oppervlak nemen (foto bovenaan: een voorstelling van hoe Osiris-Rex met de robotarm het staal neemt). Osiris-Rex zal maar vijf seconden in contact komen met de asteroïde, maar dat zou genoeg moeten zijn om een salvo stikstofgas af te vuren, en snel zo'n twee kilogram sedimenten mee te graaien. In maart 2021 vertrekt het ruimtetuig dan bij Bennu, om in 2023 op aarde terug te keren, met de stalen. Gehoopt wordt dat die niet alleen de samenstelling van de asteroïde zullen duidelijk maken, maar ook nieuw licht zullen werpen op een aantal vragen over het ontstaan van ons zonnestelsel.

    Peter Rubin/Arizona State University

    In 2022 vertrekt het ruimtetuig Psyche van de NASA om een intrigerende asteroïde in de gordel tussen Mars en Jupiter te onderzoeken. Het gaat om asteroïde 16 Psyche, een gigantische brok metaal (foto boven: een voorstelling van hoe 16 Psyche er zou kunnen uitzien). De meeste asteroïden bestaan uit rots, maar volgens de NASA bestaat dit exemplaar uit ijzer en nikkel, hetzelfde materiaal dat in de kern van de aarde zit. 16 Psyche is voor zover we weten het enige object in zijn soort in het zonnestelsel, en sommige onderzoekers denken dat wel eens het overblijfsel zou kunnen zijn van de kern van een planeet, die de kosmische bombardementen en botsingen niet overleefd heeft die kenmerkend waren voor de vroege, gewelddadige geschiedenis van ons zonnestelsel. 

    Naar de zon

    NASA/John Hopkins University/Applied Physics Laboratory

    In de zomer van 2018 stuurt de NASA de Parker Solar Probe op pad, die het eerste ruimtetuig moet worden dat ooit een ster heeft bereikt. De sonde zal het oppervlak van de zon tot op zo'n 6 miljoen kilometer benaderen, en daar blootstaan aan de enorme hitte en de vernietigende straling van de buitenste atmosfeer van de zon, de corona (foto boven: een voorstelling van de probe in de buurt van de zon). 

    Volgens de NASA zal het tuig echter goed beschermd zijn tegen de meedogenloze omgeving, dankzij zijn hitteschild, een meer dan 10 centimeter dikke laag koolstofcomposiet. Die zou de instrumenten in de Parker Solar Probe op kamertemperatuur moeten houden, zodat die de corona kunnen bestuderen en de zonnewind, een niet aflatende stroom van geladen deeltjes die soms versnelt. Waarom dat zo is, hoopt men ook te ontdekken dankzij de Solar Probe.

    Een betere kijk op het universum

    NASA

    De missies die tot nog toe de revue gepasseerd zijn, zijn allemaal beperkt tot ons zonnestelsel. Er zijn echter ook een aantal missies die bedoeld zijn om ons een betere kijk te geven op wat daarbuiten ligt, het universum. Daarvoor zijn krachtige telescopen en satellieten nodig, en die worden de komende jaren gelanceerd. 

    In 2018 wil de ESA de Characterizing Exoplanet Satellite (Cheops) in een baan om de aarde brengen. Cheops is bedoeld om naar rotsachtige planeten te zoeken die voorbij trekken aan heldere sterren, wat een overgang of transit genoemd wordt.  Ook het ruimtetuig Plato, Planetary transits and oscillations of stars, van de ESA zal zoeken naar de overgangen van planeten die op de aarde lijken, en die zich mogelijk in de bewoonbare zone van een sterrenstelsel bevinden. Plato wordt in 2026 gelanceerd.

    Tegen het einde van 2018 zal de James Webb Space Telescope gelanceerd worden (foto boven: een voorstelling van de James Webb in de ruimte. Foto onder: de cruciale 18 spiegels van de telescoop staan ingepakt in speciale beschermende containers, klaar voor transport). De nieuwe telescoop wordt zo'n zeven keer groter dan de Hubble ruimtetelescoop, en hij wordt de krachtigste ruimtetelescoop die ooit gebouwd is.  De James Webb wordt gezamenlijk beheerd door de NASA, de ESA en het Canadese Space Agency, en hij is een poging van 8,8 miljard dollar om een antwoord te vinden op de vraag hoe het universum 13,7 miljard jaar geleden ontstaan is na de oerknal. Dankzij de telescoop moeten we in staat zijn om veel verder in de ruimte - en dus ook in de tijd - terug te kijken.

    In het midden van de jaren 2020 lanceert de NASA de Wide Field Infrared Survey Telescope (Wfirst), een ruimtetelescoop die even krachtig wordt als de Hubble, maar met een blikveld dat honderd keer groter is. Daardoor moet hij volgens de NASA gedurende zijn missie in staat zijn om duizenden exoplaneten te vinden, en meer dan een miljard sterrenstelsels. Met Wfirst hoopt men ook een aantal vragen te kunnen beantwoorden over donkere materie en donkere energie. 

    Als al deze projecten goed verlopen, is het duidelijk dat we de komende jaren geen gebrek aan nieuws uit de ruimte zullen hebben, ook na het verdwijnen van Cassini. Al zullen de mensen van de vluchtleiding van Cassini in Pasadena "hun" ruimtetuig de eerste tijd ongetwijfeld wel missen.  

    Ball Aerospace