Meest recent

    � 2017 by ZUMA Wire

    Ik zag orkaanporno op televisie

    Elke week kijkt onze man in Amerika met verwondering naar het grote en het kleine leven in de VS. Björn Soenens was een kleine week in Florida, net voor, tijdens, en na de doortocht van Orkaan Irma. Hij zag een nooit geziene exodus van miljoenen mensen. Hij zag weermannen die overuren draaiden en Amerikaanse tv-zenders die dag en nacht een nieuw reportagegenre beoefenden: orkaanporno.

    expert
    Björn Soenens
    Björn Soenens is Amerikacorrespondent voor VRT NWS. Hij woont in Brooklyn, New York City.

    “Here  comes the story of the Hurricane…”(Bob Dylan, 1975)

    Ik heb vijf dagen lang vooral veel angst en onzekerheid gezien. De dienster in Orlando, afkomstig uit Sint-Maarten, die al een week lang niets van haar familie had gehoord. Eulalie vluchtte in haar werk in het hotel om te kunnen vergeten, zei ze.

    Ik zag heel veel angst. Toen ik op donderdag 7 september vanuit New York, LaGuardia, naar Miami vloog zat er amper 20 man op het vliegtuig. Iedereen vloog de andere richting uit. Wie op de vlucht van American Airlines zat, was of reporter of iemand die zijn huis nog moest gaan dichttimmeren.

    Ik zag Amerikaanse media die vooraf informeerden, zo hard en zo veel, dat de angst nog toenam. Ik zag Amerikaanse tv-stations die niets anders meer vertelden over de wereld. Dagen aan een stuk, 24 uur aan één stuk door,  over de komst van de storm van de eeuw. De grootste, gevaarlijkste en dodelijkste storm ooit. Irma.

    Ik zag programma’s op tv die de naam Hurricane Headquarters kregen.  Ook ik vertrok met een licht gevoel van onbehagen richting Orkaan. Een mengeling van spanning, opwinding en angst.

    Ook ik vertrok met een licht gevoel van onbehagen richting Orkaan. Een mengeling van spanning, opwinding en angst.

    Ik heb veel gezien in die vijf lange dagen. Ik zag lege winkels, ik zag spookwegen, ik zag mensen als gekken hun huizen dichttimmeren. Ik zag volle snelwegen richting noorden, ik zag tolwegen zonder tol (afgeschaft om het verkeer en de evacuatieroutes niet te stremmen). Miami zag ik leeglopen. Ik zag en sprak er een koppige man voor zijn bar aan Ocean Drive, die op de planken – bezwerend bijna - had geschreven: “We will be open after Irma.”

    Ik zag galgenhumor in het hotel waar ik verbleef: een keuzekaart voor cocktails met de namen Oh Sweet Irma (Met Jack Daniels whisky en veenbessensap), Cone of Uncertainty (Met gin en ananassap), en een Cat 5 (vodka met Blue Curaçao). In wankele tijden helpt humor altijd een beetje.

    Ik zag na de orkaan het leeggelopen Naples, normaal een mondain oord aan het uiteinde van de Everglades, aan de westkust. Alles dichtgetimmerd, overal omvergewaaide bomen, en in de arme, laaggelegen gebieden, overstroomde straten. Dat beeld van de latinoman met zijn kind op de schouders blijft me bij. Naples leek op hoe een wereld eruitziet zonder mensen.

    Even later, uitgestapt aan de oceaan - de dag na de doortocht van Irma -  zag ik toch mensen die plezier maakten in de golven van de Oceaan. Bevreemdend. Absurd bijna. Naples, waar mijn cameraman en ik zouden overnachten  in hotel Quality Inn, maar waar we prompt werden weggestuurd: er waren helemaal geen kamers, het boekingssysteem lag plat, er was geen stroom, en het stonk er naar beerput.

    Koen en ik zouden die dag en avond  acht uur lang moeten doorrijden voor we uiteindelijk een hotelkamer vonden in Orlando. Alles zat vol onderweg, aan de kust sliep die dagen niemand thuis. Iedereen was op vlucht.

    Tegen middernacht zagen we veel terugkeerders, in een eindeloze rij flikkerende autolichtjes op de snelweg. Ik zag tijdens de orkaan niemand op straat, tenzij een eenzame auto die aan ons hotel stopte in Fort Lauderdale. De stroom was uitgevallen, en die mensen zochten een veilig onderkomen.

    Ik zag na de orkaan veel solidariteit tussen mensen: samen bomen in stukken zagen om de weg weer vrij te maken, samen een noodgenerator delen, samen water hozen uit garages, samen een kop koffie drinken en verhalen van tijdens de orkaan uitwisselen.

    Hoe blij ze waren dat ze nog leefden. Hoe ze waren afgesneden van vrienden en familie, niet konden mailen, niet konden bellen, niet naar tv konden kijken of naar de radio luisteren.

    Ik zag de mens op zijn mooist in mijn hotel. 

    Ik zag de mens op zijn mooist in mijn hotel. Een man die de oude hond van een oude vrouw in zijn armen elf verdiepingen hoog de trap opdroeg. De lift was stilgelegd. Ook wij zaten op de elfde verdieping. Daarvoor had iemand de vrouw zien huilen in een hoekje: hoe moest ze haar hond naar boven krijgen, een beest van 14 jaar oud dat nog amper kon lopen? Ze kon de hond niet eens uitlaten.

    Ik zag een man die me zaterdagavond vertelde dat hij de volgende ochtend zou teruggaan naar zijn huis op het strand, dat alles dan wel voorbij zou zijn. De man wist niet dat de orkaan pas maandagochtend weg zou zijn. Hij bedankte ons later, dat hij op het nippertje nog een nachtje bij had kunnen boeken en dat hij er met zijn gedachten niet bij was.

    Hij vertelde ons ook het verhaal dat hij ooit in een orkaan had gereden met zijn auto, dat hij niet bang was, tot plots een grote verdwaalde en verwaaide steen zijn zonnedak doorboorde, en hoe hij er met de schrik van zijn leven van af kwam.

    Ik zag mensen in stilte hun whisky drinken in de bar waar de airco was afgezet. Het zweet droop van vele gezichten. Ik hoorde veel later in Orlo Vista, een armere wijk in Orlando - omringd door vele meertjes -  het verhaal van een vrouw die na de storm toch nog even een luchtje wilde scheppen , en per ongeluk op een losgerukte elektriciteitsdraad van een afgeknakte stroompaal stapte.

    De man die het vertelde zei: “She fried to death!” Ze werd gefrituurd. Levend brandde ze op. Eén van de doden van Irma. 

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Het grootste probleem was eigenlijk niet de schade. Het had veel en veel erger kunnen zijn, maar de grootste drama’s gebeurden op de eilandjes voor Florida, waar de verwoesting bijna compleet was. Een van de grootste problemen was het gebrek aan stroom. Eten dat rotte in oververhitte, uitgevallen koelkasten. Geen airco bij ondraaglijke temperaturen van 33 graden en meer.

    Ik hoorde ook het verhaal van Carlo. Hij bezit twee ijssalons in Naples. Al zijn voorraden zijn weg gesmolten. 15.000 euro inkomsten zijn verdwenen. Voer voor verzekeraars.

    Ik zag mensen stressen in hun auto, na de storm. Ook mijn cameraman en ik raakten lichtjes in paniek. Hoe zouden we onze bestemming, of een slaapplek bereiken, als we geen benzine meer hadden? 95 percent van de benzinestations waren al dagen dicht, de pompen afgeplakt. Cameraman Koen vond er nog eentje dat open was, via een app op zijn telefoon, Gas Buddy.

    Enkel te betalen met cash, want alle betaalautomaten waren ook buiten gebruik. Het systeem lag plat. Die schaarse benzinestations: met een aanschuiftijd van een uur, onder politiebegeleiding, om een agressieve stormloop te voorkomen. Toestanden. Allemaal door Irma.

    Wat de kijker niet zag

    Ook verslag uitbrengen was moeilijk. Telefoons werkten niet of half, ook de vaste lijnen niet. Toestellen om live te gaan vielen uit of sputterden, de gps viel uit, de tv viel uit, het licht viel uit. Om het half uur tornado-alarm op je telefoon, ook midden in de nacht.

    Zelfs de camera had te lijden. De lens wilde niet meer helder blijven: het was zo heet en zo vochtig tegelijk dat de behuizing van de lens niet meer droog wilde blijven. Toch lukten onze verbindingen met Brussel bijna altijd, soms na veel gezwoeg, ook om vijf uur in de ochtend, voor de vriendelijke collega’s van De Zevende Dag.  

    Wat de kijker niet zag: soms reden we – voor de storm raasde  - tien rondjes heen en weer op een parking om de camera te drogen in de wind. Vijf minuten later moesten we live op tv. Het lukte zelfs. Het zijn van die momenten dat achter de schermen stresserender is dan ervoor. Maar u heeft het wellicht nooit gemerkt.

    Vergeet het: een dag lang – na de storm - geraakten we niet aan eten, alles was potdicht die dode maandag. Ook de fastfoodketens langs de weg. In een armtierige  7 Eleven vonden we nog wat M&M’s met vieze mokkasmaak. Ook water: niet en nergens te krijgen.

    Florida wordt door zijn 21 miljoen bewoners vaak het paradijs op aarde genoemd. In de dagen van de storm leek de sunshine state soms op het vagevuur, of op het voorgeborchte van de hel. Een onwezenlijke toestand, alles verlaten, desolaat, een beetje het einde van een wereld. Spontaan moet je denken aan de soundtrack van Paris, Texas, van Ry Cooder.

    Eigen schuld?

    Ik moet eerlijk en hard zijn: Florida heeft een deel van deze ramp integraal aan zichzelf te danken. Al te vaak en al veel te lang wordt lustig gebouwd op gedregde moerassen, of veel te dicht tegen de kustlijn, soms zelfs onder de zeespiegel. Vloedgolven zijn dan uiteraard snel een grote overstromingsramp.

    De staat Florida trekt zo veel mensen aan vanwege zo veel zon en zo veel zee, dat er gebouwd is op plekken waar het eigenlijk niet en nooit zou mogen. En kan iemand mij vertellen waarom de elektriciteit in Amerika nog altijd niet onder de grond zit? Bovengronds is één afgeknakte stroompaal vaak al voldoende om duizenden mensen zonder elektriciteit te zetten.

    Florida – en bij uitbreiding heel de VS – smachten naar een groot infrastructuurplan. Amerika heeft op dat vlak echt een make-over nodig. Nu moeten elke keer tientallen miljarden gepompt worden in oplapwerken, tot er weer een volgende storm komt razen. Het is dweilen met de kraan open.

     

    Ik reed uren rond en zag iets anders.

    Ik zag Amerikaanse media de dag na de ramp focussen op die ene ondergelopen straat, of dat ene plunderincident, of dat ene huis waar een stuk van het dak was afgewaaid. Ik reed uren rond en zag iets anders. Ik zag een genuanceerder beeld. Ik vond dat de Amerikaanse tv-stations overdreven. Ik zag ook dat ze in the days after gewoonweg niet konden stoppen, ook al was de voorspelde apocalyps (gelukkig!) uitgebleven.

    De draaiboeken voor de ultieme ramp lagen klaar en het was alsof iemand geen plan B had bedacht voor mocht het uiteindelijk niet zo erg worden. Orkaan Harvey was eigenlijk erger, door de onophoudelijke regen en de onvoorstelbaar massale overstromingen, overigens ook in gebieden waar beter niet was gebouwd…

    Op zondag, toen ik zelf de orkaan van nabij beleefde en er verslag over uit moest brengen - van midden in de nacht tot ’s avonds laat -  werd ik een beetje boos op mijn Amerikaanse collega’s. Wie zondag naar de Amerikaanse tv keek, zag een reality tv show. Expeditie Robinson. Zoiets. Zo’n tv-serie waarin de deelnemers kevers eten en door de modder moeten ploeteren.

    Alles om de kijker spanning en plezier te bezorgen. In talloze live-interventies van op het terrein zag je de reporters ter plaatse, heen en weer geslingerd door de wind, midden op straat, commentaar leveren over hoe gevaarlijk het wel was om nu buiten te komen. Kijk maar, beste kijker: doe niet wat wij nu doen, of durven doen. We doen dit voor u, als service. Really?

    Kijk mama wat ik durf

    Naarmate de storm een orkaan werd, zag ik de Amerikaanse sterreporters op het scherm verschijnen met grote, potsierlijke duikbrillen. Kijk mama, wat ik durf! Kijk daar: een lamp, een kokosnoot of een verkeersbord die voorbijvliegen, kijk wat hier van het dak gevallen is, kijk hoe dicht ik bij de vloedgolf durf te staan, met mijn CNN, NBC, ABC, FOX of CBS-pet.  Op Miami Beach, op Hollywood Beach bij Fort Lauderdale, in Tampa Bay: om het stoerst, om het gevaarlijkst. Eerlijk?

    Ik vond het een beetje gênant. Bill Weir, een zeer ervaren CNN-verslaggever, werd bijna weggeblazen tijdens een live op Key Largo. Moest dat? Natuurlijk wil tv altijd tonen, dat is ook onze opdracht. Er is honger naar actie, naar er midden in staan, letterlijk in het oog van de storm. Maar: hoe groot is de nieuwswaarde van een levensgevaarlijke stand-up?

    Is het beeld van een wegwaaiende reporter nodig om de storm te kunnen tonen of te kunnen begrijpen? Helpt het zien van een reporter in het oog van de orkaan om zelf thuis te blijven? Denkt de Amerikaanse tv écht dat de burgers niet geloven dat de orkaan levensgevaarlijk is als ze geen reporters zien die uitgeregend en weggeblazen worden, met hun grote duikbrillen aan, schreeuwend in hun microfoons?

     Het was een opbod van om het stoerst.

    De tv-netwerken in de VS hebben geprofiteerd van een hartbrekende toestand, van de angst en vrees van de bewoners van Florida. Het erge is: wie moest zien hoe erg het wel was, zat op dat moment al zonder stroom (en zag het dus niét). Wie het wél nog kon zien, zat niet meer in Florida, maar ver weg in een luie zetel, met een zak popcorn op schoot naar het niet aflatende spektakel te kijken, mee bewegend, van minuut tot minuut, met het oog van de storm.

    Melinda Henneberger, een Amerikaanse journaliste van The Kansas City Star, zat ver weg, en ze was beschaamd om er naar te kijken, schreef ze van de week. Maar: de kijkcijfers waren uitstekend. Heel Amerika – behalve Florida, waar het drama zich voltrok – zat aan het scherm gekluisterd.

    Ik zag ankerman Chris Cuomo van CNN zeggen tegen zijn reporters in de storm: keep it safe. Intussen zei hij erbij: blijf nog even staan, we komen dadelijk bij je terug. Kaas en spektakel!

    Ook ik stond te waaien, veilig in een parkeergarage met open ramen - zo stoer ben ik dus maar - voldoende om te tonen hoe hard het waaide en regende, maar het was niet het soort orkaanporno dat hevige opwinding veroorzaakte. 

    Ik was zelf ook verslaggever in de orkaan. Ik heb Irma ook een beetje getrotseerd. Noem mij een doetje of een watje, maar mijn cameraman Koen en ik hebben nooit risico’s genomen. Ik heb zelfs op tv gezegd: wij zijn verslaggevers, geen stuntmannen of acrobaten. Van mijn opdrachtgevers kreeg ik ook te horen dat we het hoe dan ook veilig moesten houden.

    Zaterdagavond stond ik voor het laatavondjournaal midden op een lege straat. Alles was stil, het waaide al stevig, maar het was droog en de orkaan zelf was nog een uur of twaalf ver weg. En toen, midden in die rechtstreekse interventie in het nieuws, begon het te stortregenen.

    De live ging door, maar intussen liep ik de straat over om te schuilen. Mensen houden op de een of andere manier van dit soort tv. Het creëert opwinding, er gebeurt iets in beeld. Die live werd meteen trending online. Dat zeg veel.

    We zien dat graag op tv: een ander zien afzien of een beetje lijden. Schadenfreude. Harm Joy. Het plezier dat een kijker puurt uit het zien van andermans ellende of miserie. Het zit kennelijk in de menselijke natuur. Avontuur, suspense en drama inéén.

    Bij de Amerikaanse tv: de journalist als held in de regen en in de wind. Willen we dat echt zien, een journalist live op tv, wiens hoofd mogelijk wordt afgerukt door een verdwaald verkeersbord dat door de lucht vliegt? Dat is het risico dat alle, maar werkelijke alle, Amerikaanse tv-stations hebben genomen. Het was een opbod van om het stoerst. Orkaan TV is riskant en absurd. Mag ik dat zeggen, als kleine Vlaamse reporter?

    Eén licht ontgoochelde collega liet me weten dat hij wel geloofde dat de toestand ernstig was, maar dat het toch leek alsof het alleen maar hard regende en wat waaide van waar ik stond. Ik wist wel beter. Ik ken de gevaren van rondvliegende projectielen tijdens een orkaan.

    Je moét verslag uitbrengen van zo’n storm, maar je hoeft je eigen leven heus niet te wagen voor Irma. Of voor Harvey, of Jose, of Katia of Andrew, of hoe al die orkanen ook mogen heten.

    Je moét verslag uitbrengen van zo’n storm, maar je hoeft je eigen leven heus niet te wagen voor Irma. 

    Ik ben dus niet uit de wind gaan staan, maar ook niet middenin de orkaan op straat. Ik droeg ook geen belachelijke duikbril. Ook onder een afdak kon de Vlaamse kijker best zien hoe het was, hoe snel orkaanwinden van 140 kilometer per uur waaien. We zaten heus niet binnen op de hotelkamer aan een knus haardvuur. Nog waaiden cameraman Koen en ik bijna weg. Nog stroomde het water langs onze billen en benen.

    Mijn gsm begaf het bijna. Vlaamse huismoeders en vrienden stuurden me via Facebook na Het Journaal bezorgde berichtjes dat ik voorzichtig moest zijn. Kijk, ik vind reporters met duikbrillen en Michelinpakken middenin de storm geen helden, maar showmannen. Ik denk dat je in een orkaan zelf niet het verhaal hoeft te zijn om een goed journalist te zijn.  

    Die druk heb ik dus voor alle duidelijkheid niét ervaren van mijn bazen, al kreeg ik van iemand nog even de open vraag of ik die dag nog met de wagen naar het westen zou reizen, richting het oog van de storm. Neen, dus. Enige uitleg en context brachten snel helderheid over de onhaalbaarheid en roekloosheid van die suggestie. Er was ook geen verdere discussie over.

    Maar er zijn allicht veel Amerikaanse reporters die zondag niet de moed hadden om neen te mogen zeggen op de vraag van hun producers – op hun warme redactie – om iets heel doms te doen.

    In een tijd waarin de Amerikaanse president Trump journalisten bestempelt als zieke mensen, als leugenaars of als de vijanden van het Amerikaanse volk, kondigen ware orkaanshows zoals die van het afgelopen weekend zich aan als een klein failliet van de journalistiek. Televisie is tonen, helemaal juist, maar misschien niet met de journalist als voorwerp van vertier? 

    Televisie is tonen, helemaal juist, maar misschien niet met de journalist als voorwerp van vertier? 

    Een Nederlandse journalist van een commerciële omroep promootte zichzelf na de storm op YouTube met een filmpje: “Zo was het voor me om tijdens Orkaan Irma op straat te zijn in Miami…”

    Nou! Ik beken: ik werd in mijn laatste tv-interventie ook bijna weggewaaid door Irma, in de buurt van mijn hotel. Op de één of andere manier legde ik vooral mezelf ook druk op om meer in de open lucht te gaan staan, met een pet op mijn kop tegen de bakken regen. Natuurlijk is dat een deel van mijn werk: ogen en oren zijn voor u. Ooggetuige zijn.

    Maar: terwijl miljoenen mensen zijn gevlucht voor een mogelijke ramp, zelf show staan geven op straat, als een roekeloze nitwit in de orkaan? Ik denk het niet. Wellicht hebben de kijkers die lachen met reporters die in de storm staan weg te waaien - met hun onnozele duikbrillen op -  gewoon gelijk. Je kan je vragen stellen bij de wijsheid van zo’n journalistiek.

    Zo’n verslaggeving is geen offer dat reporters brengen voor de mensen die binnenblijven, denk ik. Het is gewoon show. Noem het maar hurricane porn. Orkaanporno. 

    Noem het maar hurricane porn. Orkaanporno. 

    Volgens columniste Melinda Henneberger doet het afbreuk aan de reële, noodzakelijke en absoluut waardevolle risico’s die journalisten in heel de wereld nemen, om elke dag te graven en te berichten over zaken die burgers moéten weten, op gevaar van eigen leven of integriteit.

    Machthebbers het vuur aan de schenen leggen. Dictaturen of onrecht ontmaskeren. Geheimen ontraadselen. Bedrog blootleggen. Dààr zitten de moedige journalisten. Mensen met dossierkennis en kunde.

    Ik denk dat mijn collega’s in Brussel en ik al bij al redelijk bezadigd, gedoseerd en met milde mate hebben bericht over Orkaan Irma. De show die er van werd gemaakt op de Amerikaanse tv was wellicht hoogst vermakelijk, maar geen ode aan de journalistiek.

    Om het met de woorden van Dan Rather te zeggen, ooit de eerste orkaanreporter in 1961 (tijdens orkaan Carla in Texas) en later beroemd nieuwsanker bij CBS:

    “Ratings don’t last, good journalism does…”

    In mijn hoofd blijven na Orkaan Irma vooral de woorden nazinderen van Marc Devlieger, de sympathieke Vlaming die al 40 jaar in Florida woont, in Coral Springs. Hij schreef me na een reportage die ik bij hem thuis draaide, waarin hij de verbazingwekkende overmacht van de natuur beschreef over de mens, een kracht die we ook als moderne wezens moeten aanvaarden en die ons tot nederigheid zou moeten aanzetten. Dit was zijn les over en na Irma, zei hij me:

    “We hebben veel harten geraakt. Menselijke verbondenheid in tijden van extreme crisis. Misschien is dit wel de enige les die we van Irma moeten onthouden…”