Premier Michel stond erbij en keek ernaar

"Eén tegen allen, allen tegen één", dat was de toon die Ivan De Vadder hoorde bij voorzitter Bart De Wever op de gezinsdag van N-VA afgelopen weekend. CD&V en Open VLD leken helemaal mee te gaan in dat verhaal. En de premier? Die stond erbij en keer ernaar.

Wie gisteren toevallig niet naar de kalender had gekeken, had zich in september 2018 kunnen wanen, midden in een campagne, op nauwelijks enkele weken van de gemeenteraadsverkiezingen. 

Er was de gezinsdag van de N-VA, met een toespraak van voorzitter Bart De Wever die, met succes trouwens, opnieuw de kaart van ‘één tegen allen, alleen tegen één’ uitspeelde. Verschillende keren herhaalde Bart De Wever dat het ‘van ons en van ons alleen zal afhangen’. En met ‘ons’ bedoelde De Wever ‘de N-VA’, want buiten die partij staan er ‘grote kleurvakbonden waarop we niet hoeven te rekenen’ of ook nog een ‘linkse kerk die nu al dagelijks hel en verdoemenis predikt over onze realisaties inzake veiligheid en verketteren alles wat we vragen.’ De conclusie van De Wever is dat het ons (‘de partij’) de afgelopen jaren – ondanks een grote  dominantie in de Vlaamse én federale regering - ‘bij momenten zelfs van allerlei kanten heel moeilijk is gemaakt.’ En dat wij, dat zijn de N-VA’ers dus, ‘continu spitsroeden moeten lopen.’

De toon is gezet. En toegegeven, de andere regeringspartijen zijn het afgelopen weekend helemaal in dat verhaal meegegaan. Ze hebben nog maar eens aangetoond dat de N-VA inderdaad ‘continu spitsroeden moet lopen’. De voorzitter van de CD&V, Wouter Beke, was de eerste die uithaalde naar de N-VA: ‘Je kan geen centrumpartij zijn als je het discours van het Vlaams Belang overneemt’. En hij ging verder: ‘De N-VA is in 2014 groot geworden door het Vlaams Belang leeg te vreten, en nu doen ze er in hun discours alles aan om die kiezers voor zich te blijven winnen.’

Het moet als muziek in de oren hebben geklonken van Bart De Wever en zijn speechschrijvers.Ook de voorzitter van Open VLD, Gwendolyn Rutten, uitte kritiek. Zij ergerde zich aan de houding van de N-VA in de pensioendiscussie. De N-VA pleit er onomwonden voor om het pensioen voor oudere werknemers die meer dan een jaar werkloos zijn te baseren op een lager (minimum)bedrag. ‘Als ik N-VA hoor, dan willen ze 50+'ers die werkloos worden nog eens extra straffen. Dat vinden wij niet fair’, zei Rutten, en ze voegde eraan toe: ‘N-VA benadert dit heel cijfermatig, wij bekijken het heel menselijk en willen inzetten op bijscholing.’

Kletspraat

Natuurlijk liet de voorzitter van de N-VA zich niet onbetuigd. ‘Dat is kletspraat. De verkiezingen naderen en iedereen moet maar de kletspraat verkopen die hij wil. (…) Het is spijtig dat men onder de gordel blijft trappen.’ Vervolgens pakten de voorzitters van de twee andere Vlaamse regeringspartijen ook nog Theo Francken aan, de staatssecretaris voor Asiel in Migratie, die in een tweet over de aanpak van illegalen in Brussel de hashtag #opkuisen gebruikte. ‘De stijl van opkuisen is wat mij betreft niet het nieuwe normaal’, zei Wouter Beke. En hij kreeg  steun van Rutten. ‘Iemand die staatssecretaris is, moet menselijk blijven, ook in moeilijke situaties’, zo tikte ze Francken op de vingers. En zo brachten de voorzitters van de twee coalitiepartners van de N-VA in de praktijk waarvan Bart De Wever hen eigenlijk beschuldigde: ‘Het wordt ons bij momenten van allerlei kanten heel moeilijk gemaakt.’ 

Scheidsrechter?

En premier Charles Michel? Die stond erbij en keek ernaar. Theo Francken heeft hij wel op de vingers getikt over zijn taalgebruik, maar verder slaagt hij er niet in om scheidsrechter te spelen tussen de Vlaamse partijen, zoals hij in het verleden wel geregeld kon.  Twee weken lang bakkeleien de regeringspartijen nu al over die pensioenmaatregel. Alsof er nooit een Zomerakkoord is geweest. Tot twee keer toe probeert premier Michel het pleit te beslechten. Waarop de discussie vrolijk verder gevoerd wordt.

Dat premier Michel in die twee weken nauwelijks grip heeft gekregen op zijn regeringspartijen, is pijnlijk. Grip die hij volgens zijn eigen woorden (begin september in De Tijd ) wel had vóór de zomer. ‘Dan ben ik meer op de voorgrond getreden opdat de sereniteit tussen de Vlaamse meerderheidspartijen zou terugkeren’. Volgens Didier Reynders (ook in De Tijd, afgelopen weekend) is dát trouwens de sleutel tot het succes van de premier: ‘De premier moet de regering samenhouden. Hij is vooral bezig met te bemiddelen tussen de drie Vlaamse partijen. Dat verklaart waarom hij in Vlaanderen populairder is dan in Brussel en Wallonië.’ 

Geen enkele regering - en ik wik mijn woorden – heeft in de voorbije 25 jaar in één legislatuur meer gerealiseerd

Premier Charles Michel

Het zou spijtig zijn mocht de premier die sleutel tot zijn succes uit handen geven. Zelfs al is het  electoraal een weinig lonende strategie; want de premier boekt, volgens zijn partijgenoot Reynders, dat succes veel minder in eigen streek waar hij moet verkozen worden. Daar moet hij het onderspit delven voor Reynders die zijn succes verklaart omdat hij ‘als vicepremier het programma van de MR kan verdedigen’. De premier laat het wel niet aan zijn hart komen. In het interview in De Tijd klopt hij zich nog op de borst: ‘Wat we hebben gedaan, is kolossaal.’ Michel schat zijn eigen prestatie zelfs hoger in dan die van zijn voorgangers Di Rupo, Van Rompuy, Leterme, Verhofstadt én Dehaene. ‘Geen enkele regering - en ik wik mijn woorden – heeft in de voorbije 25 jaar in één legislatuur meer gerealiseerd.’  

Maar misschien moet de eerste bekommernis voor premier Michel dan toch de begroting zijn, en de regeerverklaring van midden oktober. De geschiedenis zal later wel een oordeel vellen over de afgelopen 25 jaar.