Video player inladen ...

Moeder van Belgisch IS-kind in Syrië: "Spijt? Nee, ik heb veel geleerd"

Zeker honderd zijn er, IS-kinderen met minstens één Belgische ouder in Irak en Syrië, meldt het OCAD vandaag. Nu het 'kalifaat' uiteen valt, hopen hun ouders op een snelle terugkeer naar hun thuisland. Rudi Vranckx sprak met de moeder van zo’n Belgisch-Nederlands kind in een Syrisch vluchtelingenkamp.

We treffen Aisha* in het Syrische kamp Ain Issa, waar vluchtelingen uit Raqqa opgevangen worden. Ze zit er afgezonderd samen met andere vrouwen van IS-strijders en hun kinderen, gehuld in een zwarte nikab die haar lichaam van kop tot teen bedekt. 

Vier jaar geleden kwam ze naar Syrië, waar ze trouwde met een Antwerpse jihadi. 19 was ze toen. Dat is het verleden. Haar toekomst, die van haar kinderen en haar Belgische man, is hoogst onzeker.

Video player inladen ...

Verraden

Het vluchtelingenkamp van Ain Issa lijkt wel het vagevuur: wie hier belandt, is kunnen ontkomen uit de hel van Raqqa. Maar de hemel, Europa, is voor de familie van foreign fighters nog veraf. Aisha voelt zich verraden. “Er is me verteld dat het Nederlandse consulaat naar me moet vragen voor ik uitgeleverd kan worden”, vertelt ze. Maar voorlopig heeft ze nog niets van hen gehoord. 

Kampdirecteur Jalal Aiaf, een vijftiger met rood-wit geblokte hoofddoek en een stevige snor, beaamt dat ze zonder vraag van het consulaat van het thuisland niets kunnen beginnen. De Indonesische strijders zijn wél al uitgeleverd, merkt hij fijntjes op.

Video player inladen ...

Aisha’s zoon is intussen één jaar oud, en er is een tweede kind op komst. “Het enige waar ik nu aan denk, is zijn welzijn”, benadrukt Aisha. “We slapen op een matras op de grond, er waren ziektes rond en de winter komt eraan.”

Haar zoon heeft noch de Nederlandse, noch de Belgische nationaliteit, net zomin als gelijk welk kind dat de voorbije jaren in het “kalifaat” geboren werd. Maar zelfs als de Nederlandse ambassade zich meldt en het papierwerk geregeld raakt, blijft de vraag: zitten ze in haar vaderland wel op haar te wachten? 

Hoe langer ik met haar praat, hoe duidelijker wordt dat Aisha nog steeds dezelfde radicaal-religieuze logica volgt

Zelf beweert de jonge moeder alleszins dat haar gedachtegoed veranderd is. Anders was ze wel in Raqqa gebleven. 

Levenservaring

En toch: hoe langer ik met haar praat, hoe duidelijker wordt dat Aisha nog steeds dezelfde radicaal-religieuze logica volgt. Met een warm hart denkt ze terug aan het Raqqa waar ze in 2013 terechtkwam. Dat het ‘kalifaat’ uiteindelijk in duigen is gevallen, is volgens haar vooral te wijten aan de fouten die gemaakt zijn tegen de religieuze regels: dat er gemoord en gesjoemeld is.

“Al dat onrecht was er vroeger niet in Raqqa. Het was er aanvankelijk heel goed. Ik was er vrij om een nikab te dragen, terwijl ik er in Nederland voor aangestaard zou worden. En in Nederland leef je als een robot: je staat vroeg op, gaat naar school of werkt, komt thuis en gaat weer slapen. Daar hou ik niet zo veel van.”

Op zoek naar een vrijer leven, weg van de sleur. Getuigen Aisha’s motieven om naar Raqqa af te reizen van een zekere jeugdige naïviteit, dan lijkt ze vier jaar later evenmin te beseffen hoe netelig een mogelijke re-integratie in de Nederlandse samenleving wordt.

Video player inladen ...

Zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog leeft de herinnering aan de collaboratie nog steeds door in de Belgische samenleving, doorgegeven van generatie op generatie. Lange tijd hebben de kinderen van de collaborateurs de littekens van de ouders gedragen. Misschien kan onze ervaring met dat collectieve trauma ons iets leren over hoe we met de Syriëstrijders moeten omgaan. 

(*) Om privacyredenen is Aisha een gefingeerde naam. Haar
echte naam is bekend bij de redactie.

Herbekijk hieronder de reportage van Rudi Vranckx in "Terzake"

Video player inladen ...