Nieuw portret van Paul van Ostaijen opgedoken

Een nieuw portret van een dichter die al bijna 90 jaar overleden is? Het kan! Floris Jespers, vriend van Paul van Ostaijen, tekende het in 1917 in zijn atelier. Het is een van de vroegste afbeeldingen van Polleke die we kennen. Van Ostaijen-biograaf Matthijs de Ridder bevestigt de authenticiteit. Net nu staat de avantgardist en linkse Vlaams-nationalist Van Ostaijen weer in de actualiteit. 

De Antwerpse galerie Walden pakt dinsdag uit met een primeur: een portret van Paul van Ostaijen door zijn vriend, schilder Floris Jespers, gemaakt in het atelier van de kunstenaar. Het werk van 41 op 26 centimeter, gesigneerd en uitgevoerd in inkt, lavis en krijt, dateert van 1917, en is dus een van de oudste afbeeldingen van Polleke. Matthijs de Ridder van het Paul van Ostaijen Genootschap is van mening dat haarlijn en algemene fysionomie helemaal overeenkomen met dezelfde kenmerken  op de foto's die we van de dichter hebben. 

Denkend kunstenaar

Jespers beeldt zijn vriend uit in gedachten verzonken. In 1917 stond Van Ostaijen in de frontlinie van het avantgardisme. Hij was erg beginselvast. Fauvisme, futurisme, expressionisme, kubisme en andere ultra-moderne tegenbewegingen kregen voet aan de grond in Vlaanderen. Polleke wilde Vlaanderen naar een nieuwe cultuur leiden, en hij was daar bepaald ongeduldig bij. "Paul van Ostaijen in het atelier van de kunstenaar" door Jespers voldoet met zijn afzweren van een gedetailleerde uitwerking aan de normen van de nieuwe stromingen uit die tijd. 

Dynamieker,ultramodernist, denker

De tentoonstelling bij Walden, waar het nu gevonden portret het topstuk is, belicht de 100ste verjaardag van de avantgarde in Vlaanderen, vooral aan de hand van Floris Jespers. Antwerps stadsdichter Maarten Inghels verzorgt de inleiding. In de naburige Zwarte Panter stelt Dennis Van Mol zijn doctoraat over de jonge Van Ostaijen voor, toen die nog aarzelde om de weg naar het modernisme in te slaan. Er is ook een zeefdruk op 75 exemplaren van het portret, met een gedicht van Inghels, en een gezeefdrukte tekstcompositie over de wildgroei aan -ismen anno 1917.   Meer informatie op www.waldenartstories.com

De bezetting begint

Toen van Ostaijen in 1928 in een sanatorium in de buurt van Namen in volstrekte eenzaamheid aan tuberculose stierf, was hij maar 32. Hij had er een bewogen en moedig leven helemaal in dienst van de moderne kunst en zuivere poëzie opzitten, en was zonder meer onze meest veelbelovende dichter ooit. Als Vlaams activist vond hij het raadzaam om in 1918 in ballingschap te gaan naar Berlijn, met zijn vriendin Emmeke. Die raakte hij daar snel kwijt, en na drie ongelukkige jaren kwam hij weer naar Antwerpen. Zijn dichtbundels, enkele in een erg originele expressionistische typografie, behoren tot het allerbelangrijkste wat in Vlaanderen ooit op poëtisch vlak is verschenen: "Music-Hall", "Het Sienjaal", "Bezette Stad", "De feesten van angst en pijn", en "Nagelaten Gedichten". Hij schreef ook grotesk proza, kritieken, en was begonnen aan 'n roman waarvan we helaas alleen de fantastische eerste hoofdstukken onder de titel "Het dorp" kennen.