Meest recent

    West-Vlamingen scoren hoogst, Limburgers laagst bij toelatingsproef voor arts

    1 op de 5 deelnemers aan het toelatingsexamen voor arts en tandarts kan volgende week aan de opleiding beginnen bij een Vlaamse universiteit. Er zijn alles samen 1.266 studenten geslaagd tijdens de 2 proeven de voorbije zomer.   Opvallend is dat veel West-Vlaamse studenten geslaagd zijn en relatief weinig Limburgse studenten.

    6.323 jongens en meisjes trokken in juli of augustus naar de Heizelpaleizen voor één van de twee proeven die toegang verlenen tot de studies arts en tandarts. 20% slaagde.

    Professor Jan Eggermont, voorzitter van de examencommissie, vindt dat een gunstig resultaat: "Als we ons focussen op de achttienjarigen die deelnemen, dan komen we op 30% geslaagden. Er zijn immers heel wat zeventienjarigen uit het voorlaatste jaar secundair onderwijs, die al eens komen deelnemen, gewoon om te proberen en zich voor te bereiden op hun echte test volgend jaar."

    Grote verschillen

    Opmerkelijk zijn de verschillen in de resultaten tussen de provincies. Procentueel scoren de West-Vlamingen het best, gevolgd door de Oost-Vlamingen. Limburgers en studenten uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest doen het veel minder goed.

    "Dat de West-Vlamingen het goed doen, zou je kunnen verklaren door hun arbeidsethos", zegt professor Eggermont. De ernst, de ijver en het doorzettingsvermorgen van de West-Vlaming worden hier nog eens aangetoond.

    "Dat Limburg laag scoort, is ook een soort trend. Maar daarvoor hebben we geen verklaring", voegt Jan Eggermont eraan toe. Voor de Brusselaars heeft hij wel een verklaring: "Wellicht speelt hun thuissituatie een rol. Vaak wordt in Brussel geen Nederlands gesproken en dat weerspiegelt zich in
    de resultaten."

    Nieuw examen

    Het is meteen de laatste keer dat de toelatingsproeven op deze manier worden georganiseerd. Vanaf volgend jaar komt er een vergelijkend examen.

    Het Vlaams Parlement moet de voorwaarden nog wel goedkeuren. Maar in principe komt het erop neer dat er twee verschillende proeven zullen plaatshebben, voor arts en tandarts. Als ze dat willen kunnen kandidaten wel aan beide deelnemen.

    Om toegelaten te worden tot de opleiding is de eerste voorwaarde uiteraard slagen in de proef.  Maar daarnaast is het belangrijk om zo hoog mogelijk in het klassement te eindigen. Want door de vergelijkende formule zullen er slechts zoveel studenten worden toegelaten als er 'plaatsen' zijn. Dat is de zogeheten contingentering.

    Als het Parlement dit systeem in het najaar goedkeurt, zal ze voor volgend academiejaar meteen ook dat aantal bepalen. In principe zullen de toelatingsproeven ook maar één keer, in juli, plaatshebben. Zo weten de studenten in augustus al of ze kunnen beginnen aan hun opleiding.