Meest recent

    Wint of verliest Theo Francken zijn klacht over de nazifoto?

    Denk aan de hoge bomen. Die vangen veel wind, en als ze zelf veel wind maken, vergroot de kans dat ze er ook meer vangen.

    opinie
    Leo Neels
    Leo Neels was hoogleraar Media- en Communicatierecht KULeuven en UAntwerpen.

    Heeft staatssecretaris Francken een rechtsgrond voor een juridische claim tegen Jong Ecolo, en heeft zijn eventuele vordering kans op slagen? De staatssecretaris dient een klacht in omdat hij werd gefotoshopt in een nazi-uniform in een tweet van Jong-Ecolo. Covoorzitter Laura Goffart zegt dat Ecolo J wilde provoceren, “hoewel het inderdaad niet het soort communicatie was dat past voor een politieke partij”. Ze oordeelt dat het wel past voor de jongerenafdeling van een politieke partij: “We hadden geen andere keuze”, zo meldt ze.

    Aanleiding was een parlementair debat over de omstandigheid dat de staatssecretaris een delegatie uit Soedan had uitgenodigd om met hen de terugkeer van in Brussel neergestreken Soedanezen te bespreken. 

    Radicale uitingen zijn ook beschermd

    Het gaat om grove communicatie, die opgevat kan worden als de suggestie dat de staatssecretaris denkt of handelt zoals een neonazi. Dat is een extreme en brutaal-beledigende suggestie. Volgens de redenering waarop de daders zich beroepen, konden ze niet anders omdat de staatssecretaris zelf direct en hardvochtig communiceert over zijn beleid, en zijn beleid ook voor kritiek vatbaar is.

    (Tussen haakjes: mocht het gaan om een banalisering van de nazigenocide, dan is dat een strafbaar negationismemisdrijf, maar dat staat los van de persoon van Francken en het lijkt overdreven om de tweet zo op te vatten.)

    Radicale en extreme uitingen zijn, op zichzelf beschouwd, niet onbeschermd. Uitingsvrijheid beschermt inderdaad ook uitingen die onwelgevallig zijn, of die als desoriënterend, choquerend of beledigend worden ervaren. Dat is de eis van een brede en vrije opiniëring in een democratische samenleving, aldus de vaste rechtspraak van het Hof voor de Rechten van de mens:  

    Democratie, breeddenkendheid en tolerantie vergen dat iedereen tegen een stootje kan.

    Dat geldt des te meer als uitingen gaan over een brede maatschappelijke discussie over zaken van algemeen belang.

    Die band is er hier, nu de aanleiding juist een debat was over de gepastheid van Belgische onderhandelingen met Soedan over terugkeer van vluchtelingen, terwijl hun thuisland geen respect voor de mensenrechten van zijn burgers heeft.

    Bovendien wordt van personen die in de politieke actie staan, extra incasseringsvermogen verwacht.

    Ook dat is vaste rechtspraak, in overeenstemming met de zegswijze over de hoge bomen die veel wind vangen.

    Met betrekking tot de staatssecretaris kan men er ook niet aan twijfelen dat zijn communicatieve gebruiken hem toelaten om Jong Ecolo op strakke wijze van repliek te dienen.

    Hij vermijdt vaak zelf nuance, en staat niet bekend voor de meest fijnzinnige toonzetting in zijn communicaties.

    Wie de bal kaatst ...

    Eer en goede naam

    Daar staat wel tegenover dat ook politici die in de frontlinie en forsgebekt ageren, recht hebben op bescherming van hun eer en goede naam; uit hun ambt vloeit geenszins voort dat zij rechteloos zouden zijn, zij hebben dezelfde rechten en vrijheden als hun medeburgers.

    De uitingsvrijheid van die medeburgers is dus niet onbeperkt, ook niet ten aanzien van politici in actieve dienst – ook niet wanneer men radicaal hun beleid en/of hun communicatie wenst te bestrijden. Een niet geheel onbelangrijke opmerking is dat juist politieke bewegingen het publiek debat moeten voeren met argumenten.

    Dát moet hun onderscheidend kenmerk zijn, niet de belediging, insinuatie, emotie of sneer.

    Op dat vlak is de tweet van Jong Ecolo minstens een ongelukkige zet van de jongerenafdeling van een politieke partij, en overtuigt de redenering van de covoorzitster allerminst. Het debat gaat nu niet meer over het beleid, maar over een domme en misplaatste tweet. Wat ’n gemiste kans!

    De omstandigheid dat de communicatie weinig opportuun is, maakt die nog niet illegaal, met andere woorden, de vraag naar mogelijke juridische gevolgen blijft pertinent.

    Persoonlijke of politieke kritiek?

    Bij een rechterlijke afweging van een klacht van een mandataris, is het van belang of het gaat om kritiek op de persoon of om politieke kritiek op diens beleid.

    Als men de uiting moet zien als beleidskritiek, dan wordt een claim wegens reputatieschade niet snel toegewezen. Immers,

    Het debat over beleidszaken moet breed gevoerd kunnen worden, op alle toonaarden, met argumenten en uitvallen.

    Maar men moet elke zaak op haar merite beoordelen, zoals onderstaande gevallen uit de rechtspraak aantonen. Het publiek verwijt aan een politicus van de Oostenrijkse extreemrechtse vrijheidspartij dat hij omringd was met “kleine bruine ratten” – een onverholen verwijzing naar neonazi’s die voor zijn partij militeren – werd niet gezien als een aanleiding tot vervolging wegens reputatieschade. Het ging om een satirische uitvergroting en, gelet op het optreden van sommige van zijn partijleden, was daar ook enige feitelijke grondslag voor.

    Daarentegen kon de valse aantijging dat een politicus lid zou zijn geweest van de gevreesde Roemeense Staatsveiligheid niet meer gezien worden als toelaatbare straffe kritiek in het kader van een publiek debat over politieke zaken, maar was het wel degelijk een persoonlijke belediging en griefhoudend tegenover die politicus. Die had dus wel een vordering wegens reputatieschade en mogelijk recht op schadevergoeding wegens aantasting van zijn eer en goede naam.

    Wint of verliest Francken?

    De claim van de staatssecretaris is eerder van symbolische aard, hij wenst een grens te trekken door een klacht in te dienen.

    De kans op strafrechtelijke vervolging is bijzonder klein en de kans op vrijspraak in geval van vervolging is groot.

    Immers, het is wellicht niet aantoonbaar dat de getrukeerde foto niet door vrijwel iedereen als sarcastisch en hyperbolisch werd gezien ten opzichte van een politicus die zelf niet verfijnd communiceert, en in het licht van de humanitaire aspecten van zijn bevoegdheid vaak zelfs over de grens van behoorlijkheid.

    Een burgerrechtelijke vordering tot schadevergoeding vergt bewijs van een fout ten opzichte van de persoon van de staatssecretaris. Dat is niet zo makkelijk aantoonbaar, net omdat de beleidsman wordt aangesproken naar aanleiding van een publiek politiek debat over een concreet beleidspunt, waarover beroering was.

    En mocht een dergelijke fout al aanwezig worden geacht, wat onwaarschijnlijk is, dan is de vraag welke schade de staatssecretaris lijdt door iets wat niet meer is dan een karikatuur; geen fijne en gevatte humor, maar een brutale uithaal. Maar radicaliteit in communicatie over publieke zaken is uit zichzelf niet schadeverwekkend.

    Denk aan de hoge bomen. Die vangen veel wind, en als ze zelf veel wind maken, vergroot de kans dat ze er ook meer vangen.