Björn Soenens en de plasticsoep uit New York

Onze man in Amerika heeft in zijn buurt al een bijnaam. Ze noemen hem de "garbage man". Waarom? "Ik kan het niet laten. Meermaals per dag raap ik alle vuilnis op en rond mijn straathoek op om in de vuilnisbak te werpen. Ik kan het niet verdragen hoe vies het vaak is."

Van de week luisterde ik op het hoofdkwartier van de VN in New York naar alarmkreten over de vervuiling in onze oceanen. Oceanen bezitten vele rijkdommen die onzichtbaar zijn, tenzij je diep gaat. Onze oceanen zitten in moeilijkheden: vissen verdwijnen, koraalriffen sterven. Zoveel mensen leven van de oceaan, het is een bloeiende blauwe economie.

De VN heeft een speciale gezant aangesteld om de problemen aan te pakken. “Zonder oceanen is leven op aarde niet mogelijk”, zei de Noorse premier Erna Solberg op de VN. “12 miljoen ton plastic komt elk jaar in de oceanen terecht”, een statistiek die doet nadenken.

Ik kijk veel. Het is een leidraad voor een journalist in buitendienst, voor een overzeese verslaggever: keep looking! Correspondent zijn is als de ruit breken die tussen jezelf en de wereld zit. 

Ik staar dus veel, ik sta heel geregeld op mijn straathoek te kijken en (af) te luisteren. In mijn buurt draag ik inmiddels een bijnaam. The Garbage Man. Ik vertel u hoe dat komt. Het ritueel begint met buiten te gaan om mijn sigaret te roken. Daarna valt mijn blik er vrijwel meteen op: al het vuil op straat.

Nee, ik kan het niet verdragen dat mijn straathoek vaak goor en vies is. Zo’n tien keer per dag raap ik in een straal van 50 meter al het vuil van het trottoir op. 'Stoop dirt'. Papieren bekers, plastic zakken, verpakkingen van chips, suikerwafels, Skittles en M&M’s. Wat achteloos uit is gestort, breng ik naar de openbare vuilnisbak op de straathoek. Het is sterker dan mezelf. Geloof me, ik loop heel veel heen en weer.

Langs de lange lanen waait heel veel vuilnis van de ene straathoek naar de andere. Soms zie ik brokken stucwerk, stukken steen, metaal, en ja, ook een enkele keer half opgepeuzelde hamburgers die door autoramen op mijn trottoir worden gezwierd, alreeds aangevreten door de maden.

We krijgen met z’n allen die rotzooi gewoon weer op ons bord, als onzichtbare plasticpartikels in onze dure vis

Op zulke momenten verander ik van een milde medeburger in een ‘angry man’. Als een volbloed moraalridder spreek ik mensen aan die hun afval op straat gooien. Don’t throw your trash, New Yorkers!

Dat waar ze denken van verlost te zijn door het weg te kieperen, komt als een boemerang terug. Al dat plastic komt in riolen en rivieren terecht, en uiteindelijk in de zeeën en oceanen. Daarna krijgen we met z’n allen die rotzooi gewoon weer op ons bord, als onzichtbare plasticpartikels in onze dure vis. 

Ik raad iedereen de documentaire 'A Plastic Ocean' (2017) aan, een provocerende film die ik voor het eerst zag op Netflix. Een Australische journalist, Craig Leeson, stuit tijdens zijn zoektocht naar de illustere blauwe walvis op een enorme plasticsoep, op de plek waar zich eigenlijk een schone oceaan zou moeten bevinden. Onze wereldzeeën bevinden zich in een zeer fragiele en lamentabele staat.

De plasticsoep - eigenlijk een drijvende vuilnisbelt - is een gebied in het noorden van de Stille Oceaan waar enorme hoeveelheden plastic afval bijeen dobberen. Het gaat om een gebied dat vele keren groter is dan België of Nederland. De drijvende plasticdeeltjes zien eruit als plankton, waardoor ze vaak argeloos worden opgegeten door kwallen of vissen die aan de oppervlakte van het water voedsel zoeken. Vogels of schildpadden eten die vissen of kwallen op en geraken zo vervuild met plastic. 

Een jaar of vijf geleden presenteerde een middelbare schoolstudent van een jaar of 18 uit Delft in Nederland een concept om op grote schaal plastic uit de oceaan te verwijderen. Boyan Slat stelde met 'The Ocean Cleanup' een grootschalige schoonmaakoperatie voor. Door oppervlaktestromingen zou het plastic via drijvende armen naar verzamelplatforms vloeien. Slat kreeg er een prijs voor van de Verenigde Naties. Probleem: het gebruik van plastic neemt elke dag nog toe, exponentieel zelfs. Het is dweilen met de kraan open. 

Glijmiddel van de globalisering

Onze wereld is gedrenkt in plastic. Het zit in onze auto’s. Het zit in onze tapijten. Het zit in onze tandenborstel, het zit overal. We verpakken er ons voedsel in, we verpakken er onze dranken in, onze elektrische toestellen. We verpakken er eigenlijk alles in. Plastic lijkt wel het glijmiddel van de globalisering, maar het verstikt onze toekomst op een manier waar de meesten van ons zich niet eens bewust van zijn. Miljarden stukjes plastic drijven op de oceaan.

Plastic vergaat nooit. Het is een materiaal dat eeuwen nodig heeft om af te breken, en dan nog. Plastic kan je heel moeilijk recycleren, ook al gebeurt het wel, stilletjes aan, mondjesmaat. Eigenlijk is de plasticlawine van deze tijd een ware nachtmerrie voor de natuur. Al dat plastic afval doodt en passant miljoenen creaturen in onze zeeën en oceanen. 

Hoe zit het met uw ‘plastic footprint’ eigenlijk? Staat u er wel eens bij stil? Eigenlijk zouden we ons allemaal heel schuldig moeten voelen als we voortaan nog een winkel verlaten met plastic zakken in de hand. Waarom worden plasticzakken niet wereldwijd gebannen uit winkels en warenhuizen? Waarom worden die zakken niet verboden?  Waarom worden ze überhaupt nog gemaakt?

Waarom ze niet kapot belasten? Ontrading werkt altijd het beste via de portemonnee. Als je in de zakken van de mensen zit, dan wordt er geluisterd. Zoals het roken in New York ook drastisch is gedaald sinds een pakje ruim 14 dollar kost. Laten we met z’n allen gewoon onze eigen herbruikbare tas mee naar de winkel nemen. Hoe moeilijk is dat? Het milieu beschermen is heus niet altijd een zaak van de politiek. 

“Well, Americans don’t care for much of anything. Land and water the least…They’ll shit in a river, dump battery acid in a stream…They’ll watch dead rats wash up on the beach and complain if they can’t swim…”
(Lou Reed, Last Great American Whale, 1989)

Als je de stervende albatrossen en de vele dode vissen ziet aanspoelen op de stranden, dan word je heel boos en droevig. Als onderzoekers de dode beesten opensnijden, kunnen ze zo het plastic uit hun magen scheppen. Je wilt toch geen dode schildpad zien aanspoelen met een rietje in de neus?

Waarom weigeren we niet met z’n allen systematisch alle plastic roerstokjes in de cocktails die ons in hippe bars worden geserveerd? Dat zijn er vele miljoenen per dag, in Amerika en elders. En ze eindigen gegarandeerd in de neus van een schildpad of de maag van een grote vogel. Het is een biologisch drama, het brengt dood en verval. Het doet denken aan de dans van de stervende zwaan. 

Je kunt niet anders dan revolteren bij het zien van al die achteloosheid van de mens. Je kunt natuurlijk op z’n Mahatma Gandhi’s de wereld op een zachte manier doen beven, door er zélf wat aan te doen, door neen te zeggen tegen plastic, en bijvoorbeeld je eigen beker mee te nemen naar de koffiezaak (dat doe ik ook). Sommige barista’s geven er je zelfs tien dollarcent korting voor. 

Christophe Launay

Als journalist vraag ik me wel vaker af waarom ik zo ongeveer altijd moet berichten over de nieuwste vulgaire tweet van Donald Trump, maar bijna nooit vragen moet beantwoorden over dit reusachtige en échte wereldprobleem. De plastic oceaan haalt amper het nieuws, tenzij ergens in de marge, ‘als er geen ander nieuws is’. Nochtans houdt dit milieuprobleem ons een pijnlijke spiegel voor: dit gaat over mensen zoals u en ik, die elke dag onze planeet in de steek laten. Politiek gaat heus niet alleen over de controversiële uitlatingen of domme tweets van wereldleiders. Het zou ook – en vooral – moeten gaan over hoe wij elk apart, én allemaal samen,  elke dag het verschil kunnen maken. Zulke gedachten krijg ik bijna elke dag, terwijl ik voor de tiende keer op en af naar de openbare vuilnisbak op mijn straathoek hol, om al die troep te dumpen.