© Belga

Weer minder zittenblijvers in het secundair onderwijs

Het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs daalt voor het vijfde jaar op rij. In 2012-2013 telde Vlaanderen nog 4,98 procent of 19.692 zittenblijvers, vorig schooljaar is dat gezakt naar 4,11 procent of 16.178 leerlingen. In West-Vlaanderen blijven het minste leerlingen zitten. 

De leerlingen uit de eerste graad scoren het best, vorig schooljaar bleef nauwelijks 2,30 procent zitten. Vijf jaar geleden was dat nog 2,79 procent. In de tweede en de derde graad komen de meeste zittenblijvers uit het kunstonderwijs (in de tweede graad zelfs 10,45 procent). Daarna komen TSO (ongeveer 7,5 procent) en BSO (iets meer dan 6 procent). In het ASO blijft iets meer dan 2 procent van de leerlingen zitten. 

West-Vlaanderen boven

Het aantal zittenblijvers daalt voor elke provincie en voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. West-Vlaanderen scoort het best met 2,82 procent. Voor Kris Van Den Bossche van de Vrije CLB-koepel is dat geen verrassing. "De West-Vlamingen scoren ook altijd goed  op het toelatingsexamen arts/tandarts. Dat is een gevolg van de specifieke socio-economische kenmerken van West-Vlaanderen. Er is minder kansarmoede, minder mensen met een andere thuistaal, ook in de grote steden." 

Op de tweede plaats komt Oost-Vlaanderen met 3,55 procent. In Vlaams-Brabant en Limburg is het aantal zittenblijvers respectievelijk 4,30 en 4,33 procent. In de provincie Antwerpen blijft 4,76 procent van de leerlingen in het secundair onderwijs zitten. Brussel klokt af op 7,57 procent, al is daar een scherpe daling genoteerd sinds het schooljaar 2014-2015.

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) is blij met de cijfers. "Uit onderzoek blijkt dat zittenblijven het zelfbeeld van leerlingen een flinke knauw geeft en dat het een voorspeller is van vroegtijdig schoolverlaten. Het aantal zittenblijvers blijft dalen en dat is goed nieuws."

Snuffelstages

De scholen zien al enkele jaren in dat het voor een leerling beter is als hij naar het volgende jaar over kan gaan. Ze waken er dan ook voor dat een leerling zich goed voelt in zijn of haar richting en daar optimaal kan presteren. "Soms krijgt een leerling in oktober al het advies om van richting te veranderen", zegt Kris Van Den Bossche, de scholen organiseren ook snuffelstages waarbij een leerling een week les kan volgen in een andere richting om te kijken of die voor hem of haar gepast is. "