Vulkaan Agung bedreigt de Besakih-tempel, het "Vaticaan" van het Balinese hindoeïsme

Op het Indonesische eiland Bali zijn meer dan 75.000 mensen geëvacueerd wegens de dreigende uitbarsting van de vulkaan Gunung Agung. Veel Balinezen kijken met evenveel angst naar wat er gaat gebeuren met hun heiligste tempel op de flanken van de Agung.

De Gunung Agung is met 3.100 meter de hoogste berg op Bali. De berg wordt door de Balinese hindoes beschouwd als een afsplitsing van de Meru, de voor hindoes en boeddhisten mythische berg die de spil van de aarde en het universum zou zijn. De Gunung Agung is dus de spil van Bali.

Op de flanken ten westen van de top ligt de Pura Besakih of "moedertempel". Het complex is meer dan duizend jaar oud en zou de eerste hindoetempel op Bali zijn.  Wat het Vaticaan voor de katholieken, Jeruzalem voor de joden of Mekka voor de moslims is, is de Pura Besakih voor de Balinezen die overwegend hindoe zijn, al is dat dan een hindoeïsme dat nogal verschilt van dat in India. 

Binnen de omheining zijn er meer dan twintig tempels voor de belangrijkste hindoegoeden waaronder Brahma, Vishnu en vooral Shiva en de rijstgodin Dewi Sri, die echter allen manifestaties zijn van die ene godheid Sang Hyang Widdhi Wasa. De tempel trekt veel hindoes, ook uit Java en is het toneel van veel ceremonies. Om de tien jaar vindt hier een grote rituele reiniging van het eiland plaats, wat veiligheid en welvaart moet brengen.

Een vulkaanuitbarsting als waarschuwing van de goden?

Bij de vorige uitbarsting van de Gunung Agung in 1963 vielen er op Bali meer dan 1.100 doden. Dit keer zijn mensen massaal geëvacueerd uit de omgeving en zijn 75.000 mensen ondergebracht in het veilig geachte zuiden van het eiland, in sportcentra en bij andere mensen thuis.

In '63 bleef de Besakih-tempel nipt gespaard omdat een lavastroom er net voorbijgleed zonder er grote schade aan te richten. Volgens hindoepriesters was dat dankzij de goden, maar gaven die zo wel de waarschuwing dat er erge dingen op komst waren. Twee jaar later leken ze gelijk te krijgen toen na een staatsgreep bloedige afrekeningen uitbraken in Indonesië, waarbij een half miljoen mensen vermoord werden.

Veel Balinezen houden nu hun hart vast. Hun eiland is dankzij het massatoerisme relatief welvarender dan de rest van Indonesië, maar dat toerisme is erg gevoelig voor rampen. Vorig jaar was de luchthaven van Denpasar -de poort langs waar de toeristen binnenkomen- een tijdlang gesloten door aswolken uit een vulkaan uit het naburige eiland Lombok. Dat was slechts tijdelijke hinder, maar na  de bomaanslag in Kuta in 2002 bleven de toeristen jarenlang weg en dat leidde toen tot grote werkloosheid en verarming op het eiland.