Het creatieve lab van Hugo Matthysen: “Er is een verband tussen Edgar Allan Poe en Jehan en Petrick”

Het Leugenpaleis, Petrick en Jehan, Kulderzipken, Dag Sinterklaas, de Clement Peerens Explosition, de show van Bosmans Jos, de Anneliezen, Ay Ramon, de Hermannen, de gemeenschappelijke noemer van al dat moois heet Hugo Matthysen (61). Creativiteit doet hem te veel denken aan Pritt en plakkaatverf, maar ik moest en zou hem in mijn creatieve lab krijgen. Niet dat hij moeilijk deed. Ik mag je meenemen in het prettig gestoorde hoofd van deze grootmeester van de absurditeit. We hebben afgesproken in het Depot in Leuven, net voor een optreden van de Clement Peerens Explosition. 

Hugo Matthysen, ik wil met jou een gewone dag overlopen, en zien wat de do’s-and-don’ts zijn van creativiteit. Kan je meegaan in dit scenario?

Ik kan daar zeker in meegaan, maar ik moet zeggen dat mijn dagen en weken en heel mijn professionele leven totaal ongestructureerd is. 

We proberen. Hoe laat sta je op?

Dat hangt er wat van af, maar de laatste jaren tussen halfacht en negen of zo. 

Wat is het eerste wat je doet?

Koffie drinken, sigaretten roken.  En dan hangt het ervan af. Er zijn ook dagen dat ik niks doe, volledig niets. Alleen maar prullen, en wat surfen, en eens rondwandelen, of ergens naartoe rijden om twee schroefjes te kopen waarvan ik denk dat ik ze dringend nodig heb. Andere dagen bestaan voornamelijk uit mij zorgen maken omdat ik toch met een deadline zit en daar dan niets aan doen. En ook dagen dat ik volkomen bij mijn verstand ben, dan ga ik tamelijk snel aan de slag. Omdat de ervaring mij heeft geleerd, en ik denk dat dat in vele beroepen zo is, dat je tussen negen en elf vaak meer en beter kunt produceren dan de rest van de dag. 

En dat produceren, hoe moet ik mij dat voorstellen? Je gaat aan een computer zitten?

Meestal wel, ja. Zelfs als het over muziek gaat, is het tegenwoordig allemaal achter een computer. Maar voor de afwisseling gebruik ik af en toe nog wel eens een ouderwets blad papier.

Je zet je dan om negen uur aan je computer in het beste geval. Wat gebeurt er dan?

Als ik een stuk voor Humo moet maken, wat ik elke week doe, dan krab ik in mijn haar en vraag ik me af: waarover moet het nu in godsnaam weer gaan deze week. Want mijn voorkeur is gewoon een lichte band met de actualiteit. Dus het gebeurt wel eens dat ik dan een krant ga kopen, een koffie lezen, of ik surf wat rond op nieuwssites om te zien of er iets is dat mij opvalt, en waar ik iets mee kan aanvangen.

En dan begint een verhaal over prins Fipronil en prinses Fipronal bijvoorbeeld?

Bijvoorbeeld ja. Deze week gaat het om een bericht dat vanochtend in De Standaard stond, dat de fiscale controle op bedrijven min of meer wordt afgeschaft in ruil voor het ondertekenen van een convenant. Dus dan zie ik het als mijn plicht om daar iets bizars of wat dommigs over te schrijven.

Echte maatschappijkritiek komt er bij jou niet in hé?

Nee, dat is niet echt mijn ding. Misschien wel, laat ons zeggen, observaties.

En die komen ter plekke tot stand? Het is niet dat je er bijvoorbeeld in de auto zit over te tobben?

Ja, dat is bijna altijd op het moment zelf. Ik geloof niet in dingen opschrijven op bierkaartjes of notitieboekjes bijhouden met ideeën waar je dan later door kunt fietsen om te zien of er iets bruikbaars tussen zat. 

Veel mensen zullen zich met mij afvragen waar je het blijft halen?

Misschien wil ik dat liever niet weten. Ik zal niet zeggen dat je een mentale afwijking moet hebben voor wat ik doe, maar misschien is daar toch een geestesgesteldheid voor nodig die maakt dat je sneller in staat bent om dingen langs een andere kant te bekijken. 

En weet je waar die geestesgesteldheid vandaan komt?

Daar heb ik werkelijk geen idee van. Ik ben ooit verzeild op een studiedag in een psychiatrische instelling. Een van de psychologen daar had mijn werk bestudeerd. En die vond frappante gelijkenissen tussen wat ik schrijf en de denkbeelden van mensen die aan een psychose lijden.

Oei, was je ongerust?

Nee. Hij vertelde: veel van wat ik doe is gebaseerd op een vorm van ofwel paranoïa ofwel mensen van wie de grond van onder hun voeten wegzakt, ze beginnen te twijfelen aan de fundamenten van de realiteit. Dat is ook wat wel eens bij een psychose gebeurt. Dat zijn parallellen. Ik roep dat bewust op, dus dat is iets helemaal anders.

En dan maak je daar een  nieuwe realiteit uit?

In een aantal gevallen wel, en ik ga daar natuurlijk redelijk ver in. Maar bij fictie is dat natuurlijk altijd zo: je bakent je eigen realiteit streng af en je stelt een paar basisregels op waaraan je je hebt te houden, hoe absurd die ook mogen zijn. 

Soms zijn ze behoorlijk absurd, de contactlenzen in Duitsland, Jehan en Petrick.

Ja, dat is een typisch voorbeeld. Dat is niet zo absurd. Dat is een reden om te verklaren waarom die twee mannen daar in het bos staan te wachten op Godot. Dan komt het erop aan dat zo lang en zo verrassend mogelijk uit te melken. Dat is de sport.

Helpt het dat je filosoof bent?

Ik denk niet dat het helpt. Nu is het wel zo, toevallig heb ik een half jaar geleden iemand ontmoet die aan het doctoreren is in de filosofie, en die een aantal psychoses achter de rug heeft. Die zei dat er tussen filosofie en psychoses een parallel is: de kern van je waarneming of van hoe je in de realiteit staat, wordt onderuit gehaald, die realiteit is plots niet meer evident. In mijn werk komt dat ook wel regelmatig voor. Maar als ik geen filosofie gestudeerd zou hebben zou ik wel ongeveer hetzelfde maken. De accenten zouden misschien wat anders liggen. 

Heb je zo van die sessies waar je pingpong speelt met andere mensen?

Bijvoorbeeld van die eerste Sinterklaasfilm heb ik regelmatig met Stijn Coninx afgesproken ja. En vroeger, alles wat ik gedaan heb met Bart Peeters, dat ontstond ook zo. Bij een kop koffie meestal in een taverne. En Bart schreef dan alles keurig op, allez keurig, met steekwoorden. Dus dat was wel een soort pingpong. Als je een goede sparring partner hebt, dan versnelt dat de zaak wel, en dan word je daar ook door geprikkeld. 

Heb je truuks om je hoofd leeg te maken, om eens alles neer te leggen?

Nee, maar dat is ook niet nodig. 

Je blijft altijd bezig?

Niet noodzakelijk, maar je kan wel momenten hebben waarop je denkt: het gaat toch niet zo goed vandaag. Dan is de beste oplossing: vandaag maar lekker niets doen. Als het dan toch heel urgent is, dan is er optie twee: flink zijn, nieuw document openen, en gewoon beginnen.

Er een tijd uitstappen, op reis gaan of zo, heb je dat nodig?

Nee, ergens in mijn achterhoofd ben ik, zij het op een bijzonder wazige manier, altijd met een aantal dingen bezig. Dat kan gewoon een titel zijn, of een muzikale wending, ik moet daar ooit eens iets mee doen.

Dus toch een notebook, en ideeën die je opstapelt?

Ja, maar niet: dàt moet ik onthouden. Om een voorbeeld te noemen: ik was gisteren in de Ikea. Dus ik vroeg mij af: als je om het even wat koopt in de Ikea, of in een andere meubelzaak, dat staat dan perfect in elkaar gevezen in uw woning: waarom valt dat altijd lichtjes tegen? En het antwoord is: in die mini-kamertjes die ze daar inrichten, daar zijn bijvoorbeeld geen radiatoren, daar ligt er geen stekkerdoos op de vloer met 28 voedingen voor iPhones en iPads, je hebt ook geen vervelende chauffagebuizen, die maken dat je je kast niet naadloos tegen de muur kunt zetten. Dat is een overpeinzing waar ik werkelijk niks aan heb, maar misschien dat dat mij over twee jaar plots te binnen schiet, als dat nodig zou zijn.

Zijn er afknappers, momenten of fenomenen die je werkelijk alle creativiteit ontnemen?

Nee, het is ambacht hé. Ik hou ook niet zo van het woord creativiteit. 

Oei, daar gaat mijn onderwerp.

Je moet dat niet persoonlijk nemen. Dat heeft te maken met mijn jeugd. Toen ik een jaar of twaalf was, ergens eind jaren zestig, begon het woord creativiteit plotseling opgang te maken. Men noemde dat toen crea, en in mijn herinnering kwam daar heel vaak lijm bij kijken. Fotocollages maken met uitgeknipte titels van kranten en tijdschriften. Of papieren hoedjes maken en die dan gek versieren. Of huisjes in elkaar lijmen van karton. Creativiteit is voor mij altijd wat prutserig geweest.

Ja, maar het decor van de Jos Bosmansshow is toch niet anders?

Nee, maar ik bedoel, het woord creativiteit, dat had toen iets knutselachtigs. Iedereen werd toen ook aangemoedigd om creatief te zijn. Ik betwijfel of dat een goede zaak was. Allez, dat is zeer goed voor de verkoop van Pritt en Pattex. En nu wordt het woord creativiteit te pas en te onpas gebruikt. Ik denk dat het onmogelijk is om een niet-creatieve job te vinden. Ik bereid alles altijd grondig voor, en ik heb gisteren gegoogled: “creatieve job”. En wat je dan ziet: “Ben jij creatief? Dan kan je aan de slag als hamburgerbakker bij McDonalds.” Het woord is danig versleten. Creatief betekent hetzelfde als “nog enigszins in leven”. Het loopt de spuigaten uit.

We hebben de dag geopend ’s morgens. Laat ons hem nu ook sluiten. Wat is het laatste wat je doet voor je gaat slapen?

Wat ik vaak doe, is op het internet langs de actualiteit zappen. 

Om nieuwe stof op te doen, of om de dag neer te leggen?

Nee, omdat dat mij gewoon interesseert. Dan kijk ik nog eens naar Terzake, of de Afspraak, of naar Jeroen Pauw. En lezen.

Wat lees je?

Redelijk veel non-fictie, geschiedenis. Enigszins begrijpelijke filosofie, een beetje samenvattend. 

De wereld van Sofie toch niet?

Nee daar heb ik drie bladzijden in gelezen. Ik heb onlangs een bundeling van Edgar Allan Poe herlezen. Ik had dat al gelezen toen ik zestien was of zo. Tot mijn grote verbazing heb ik achteraf gedacht: daar is misschien toch hier of daar wat van blijven hangen in mijn werk. 

Horror?

Niet de horror, maar kijk, er is misschien een zeker verband tussen Edgar Allan Poe, het zal u misschien verbazen, en Petrick en Jehan. 

Ok, deze moet je uitleggen.

Veel verhalen van Edgar Allan Poe beginnen met naargeestig: “ik schrijf deze woorden niet op in de hoop dat iemand zal geloven wat er is enzovoort… Maar mijn afschuwelijke leven, ik ging door het bos, drie bladzijden naargeestigheid, en kwam ik bij een ruïne, en door mijn hoofd spookte, en de stormwind”. Bladzijden en bladzijden gebeurt er werkelijk niets. Soms vier bladzijden ijsberen door de vochtige gangen van een oud kasteel. Maar op een heel geïnspireerde manier, je wil weten hoe het verder gaat. En dat is heel vergelijkbaar met Petrick en Jehan, daar gebeurde ook eigenlijk niets. Maar hopelijk op een onderhoudende manier, nu niet dat het een thriller was, maar ik wil toch weten of ze die contactlenzen nu gaan vinden. Het uitsmeren van het niets op een licht dramatische wijze. Ik heb het gevoel dat veel van die verhalen met plezier geschreven zijn, ik denk dat hij soms zat te lachen terwijl hij het neerschreef, terwijl het allemaal bloedserieus is. 

Heb je een levensmotto?

Als ik er een heb, dan is het: doe wel en zie niet om.

Dat is een klassieker.

Een terechte klassieker. Zoals bij klassiekers soms het geval is. 

Foto's: Alex Vanhee - Montage podcast: Gunter Joosen