Emilio Morenatti

Catalonië botst op de limieten van het onafgewerkte Spaanse federale staatsmodel

Hoe de huidige crisis met de regio Catalonië in Spanje gaat aflopen, is voorlopig koffiedik kijken. De machtsgreep van Madrid om het referendum over onafhankelijkheid te belemmeren, kan omgekeerd uitdraaien.

Het is ongezien: de Spaanse regering in Madrid heeft zich niet enkel de controle over de publieke financiën, maar ook over de Catalaanse politie toegeëigend. De regering van de deelstaat Catalonië spreekt dan ook over een centralistische machtsgreep.

Nu was het absoluut niet zeker dat een meerderheid van de Catalanen voor onafhankelijkheid zou kiezen, ook al omdat dat problemen op economisch vlak en op Europees vlak zou teweeg brengen; zeker gezien de huidige heisa met de brexit in het Verenigd Koninkrijk.

Door de spierballen te rollen en de Catalanen niet de kans te willen geven om zich uit te spreken, heeft Madrid mogelijk net die tendens naar onafhankelijkheid een duwtje in de rug gegeven. De toekomst zal het uitwijzen. De conservatieve Partido Popular van premier Mariano Rajoy speelt zo hoog spel. De PP voelt zich de behoeder van de eenheid van het land en van het Spaanse nationalisme en komt wellicht niet toevallig uit het wrakhout van de vroegere franquisten. Ook de socialistische PSOE is evenzeer beducht voor separatisme, maar is in de voorbije jaren opgeschoven naar meer toenadering tot de regionalisten.

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Asymetrisch federalisme in Spanje, ¿Qué?

De grondwet van 1978 die de overgang van de franquistische dictatuur naar de democratie bewerkstelligde, maakte van het voorheen unitaire Spanje van dictator Franco een "Estado de las Autonomias", een staat van autonome regio's. Spanje werd onderverdeeld in 17 autonome gebieden, elk met hun eigen parlement en regering.

De bevoegdheden die de deelstaten kregen, verschilden echter van regio tot regio, al naargelang de onderhandelingen die ze voerden met de centrale regering in Madrid in wat "asymetrisch" of ongelijk federalisme wordt genoemd.  Sommige regio's zoals Baskenland, Catalonië en Valencia eisten en kregen een verregaande autonomie met controle over justitie en politie, onderwijs, gezondheidszorg, verkeer sociale en economische zaken en dergelijke meer. Armere regio's zoals Andalusia, Extramadura en Murcia behielden liever wat nauwere banden met de centrale regering (en dus subsidies).  

Op die manier wou men tegemoet komen aan de eisen van zowel regionalistisch ingestelde Catalanen, Basken en Galiciërs met hun eigen historische en/of etnische en taalkundige bekommernissen als aan andere regio's die zich veel minder profileerden. De regering in Madrid onderhandelde ook altijd apart met de deelregio's en de grondwet gaf het Grondwettelijk Hof de uiteindelijke zeggenschap in conflicten tussen het centrum en de regio's en de regio's onderling.

Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Unitarisme tegenover federalisme en separatisme

Die aparte structuur past in de historische vorming van wat wij nu Spanje noemen. Lange tijd bestond dat uit verschillende koninkrijken zoals dat van Castilië-Leon in het centrum en de Kroon van Aragon (met Catalonië, Aragon, Valencia en de Balearen) aan de oostkust. Ook na het huwelijk van Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon in 1469 -die twee veroverden samen het moslimemiraat Granada en stuurden in 1492 Columbus uit- bleven die vorsten hun eigen rijken regeren op basis van aparte instellingen.

Een echte eenheid van Spanje kwam er pas toen de decreten van Nueva Planta in 1716 de instellingen van de Kroon van Aragon afschafte en de macht centraliseerde in het hof in Madrid. Dat was wellicht niet toevallig het werk van Felipe V, de kleinzoon van de Franse koning Lodewijk XIV, die koning van Spanje geworden was. Felipe -van Franse afkomst dus- zette in Spanje de centraliseringspolitiek van de Bourbons in Frankrijk onder zijn grootvader voort, tegen het streven van Aragon, Catalonië en Valencia in.

Sindsdien wordt Spanje heen en weer geslingerd tussen unitaristische en middelpuntvliedende krachten. Tijdens de eerste en de tweede republieken (in 1873 en 1932) trokken Catalanen, Basken en Galiciërs autonomie naar zich toe, omdat ze de daaropvolgende weersomstuit opnieuw te verliezen. De dictatuur van Franco was hypercentralistisch en wou de identiteit van die drie groepen gewoon vernietigen. Dat lukte niet en met de grondwet van 1978 kregen die opnieuw hun autonomie. Nu gaan de Spaanse en Catalaanse overheden dus een nieuwe confrontatie aan en -zoals vaak in het verleden- heeft die nu opnieuw een Europese dimensie.