Reporters

Hoe betrouwbaar zijn gezondheidsapps?

Iedereen kent het en gebruikt het weleens, fitness apps. Apps die je helpen om je hartslag te meten, je bloeddruk te controleren of die je stappen bijhoudt. Maar zijn ze allemaal even betrouwbaar? En belangrijker nog. Wat gebeurt er allemaal met de gegevens?

Vandaag hadden we het over de Fibricheck. Een app die je helpt je hartslag te meten. Fibricheck is één van de weinige gezondheidsapps die een CE goedkeuring heeft gekregen. Maar dat kan je helaas niet zeggen van de 150.000 gezondheidsapps die u kan downloaden op de App Store van Apple of de Google Play Sore.

Heel veel van die apps, die je al dan niet gratis aangeboden worden zijn niet betrouwbaar. Dan hebben we het nog niet gehad over de wearables en smartwatches, die tegenwoordig voor een appel en een ei verkocht worden.

Meer dan 150.000 apps

In 2014 bleek er uit een onderzoek in de VS dat heel wat apps die de bloeddruk meten onbetrouwbaar waren. Onderzoekers hadden 107 apps van zowel Apple als Android naast elkaar gelegd en geanalyseerd. Maar als ze niet betrouwbaar zijn. Waarvoor dienen ze dan? Wat veel mensen niet weten is dat de meeste gezondheidsapps commerciële doeleinden hebben.  De gegevens die verzameld worden, worden gebruikt om gerichte reclame te sturen. Ook is het zo dat heel wat fitnessapps samenwerken met producenten van dieetvoeding zodat u naar hun producten gelokt wordt.  

Weg met privacy

Maar daar stopt het niet bij. De producenten van de fitnessapps zijn ook slim. In plaats van hun reclame te sturen in de vorm van lelijke banners, gebeurt er vanalles achter de schermen. Dat kan bijvoorbeeld ook een mail zijn die je in je mailbox krijgt, of gesuggereerde zoekresultaten als u op zoek gaat naar een restaurtant of sportkledij. De apps gebruiken met andere woorden je data om je op een subtiele manier dingen aan te praten met een commercieel sausje. En ze weten dat heel wat mensen erin trappen, want wie vindt het niet belangrijk om zijn gezondheid nauwlettend in de gaten te houden.  

Het heeft allemaal met hardware te maken

De vraag die men zich kan stellen. Maakt e-gezondheid dan geen kans? Die sector is in volle ontwikkeling. Het feit dat minister van Volksgezondheid, Maggie De Block, 24 projecten ondersteunt en eraan denkt om een aantal ervan terugbetalend te maken, toont aan de tijd rijp is voor e-gezondheid.

Alles heeft ook te maken met de huidige smartphones. Die zitten tjokvol sensoren die geprogrammeerd kunnen worden om allerhande metingen te doen. De hardware is performanter geworden zodat de sensoren betere metingen kunnen doen.

Wat ook belangijk is, is de privacy van de gebruiker of patiënt. Trouwens één van de criteria om in aanmerking te komen voor het proefproject van De Block was dat de privacy van de gebruiker of patiënt gerespecteerd moest worden. De gegevens dienen enkel voor de behandeling en niet voor  commerciële doeleinden.

Big data zijn big business

De gezondheidsapps zijn big business. Vorige maand raakte bekend dat Google de kleine start-up Senosis Health had overgenomen. Senosis heeft een app ontwikkeld waarmee je de hoeveelheid rode bloedcellen kan meten door je vinger op de camera te zetten. De eerste metingen zijn veelbelovend. Op termijn wil Google de app gebruiken op afgelegen gebieden waar geen artsen of verpleegkundigen aanwezig zijn om bloed af te nemen en te testen.

Die andere technologiegigant Facebook nam in 2014 Moves over, een bedrijf dat een stappenteller had ontwikkeld. De stappenteller zit nu in Facebook ingebouwd. Eindigen doen we met Addidas, net zoals concurrent Nike, zet de fabrikant van sportschoenen hard in op fitnessapplicaties. In 2015 nam het Runtastic over voor 240 miljoen dollar.

Dat er een einde zal komen aan de wildgroei van gezondheidsapps is niet zeker. Maar feit is dat we op termijn, in plaats van naar de dokter te zullen gaan, even een gezondheidsapp zullen consulteren. Maar de diagnose zal dan wel opgesteld moeten worden door een arts. Dat zal voorlopig niet veranderen.