Spaarders dagvaarden voormalige raad van bestuur van Optima Bank

De voormalige raad van bestuur van de Optima Bank wordt door een 20-tal grote spaarders gedagvaard voor zijn rol in het faillissement van de bank. Dat schrijft De Standaard en is aan onze redactie bevestigd door advocaat Geert Lenssens, die optreedt voor de spaarders. Ook de toezichthouder, de Nationale Bank, wordt gedagvaard.

Lenssens treedt op voor een aantal spaarders die geen beroep konden doen op het garantiefonds. Het gaat om klanten die meer dan 100.000 euro op  hun rekening hadden staan of om openbare besturen. In de raad van bestuur zaten grote namen zoals Herman Vewilst, Luc Van Den Bossche, Ludwig Caluwé en Jeroen Piqueur, de oprichter van de bank.

De dagvaarding is gebaseerd op het rapport van de toezichthouder, de Nationale Bank. In essentie hekelt die daarin het aftappen van vermogen van Optima Bank richting Piqueur. De bestuuder worden gedagvaard wegens het maken van een "kennelijk grove fout". De rechtbank van koophandel in Gent zal dat begrip moeten interpreteren op basis van rechtspraak.

Aansprakelijkheid

Het is de eerste keer dat de voormalige bestuurders van Optima Bank gedagvaard worden op basis van hun bestuurdersaansprakelijkheid. Als ze schuldig bevonden worden, dan kunnen ze persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. De bestuurders waren verzekerd, maar zo’n polis is in omvang geplafonneerd en dekt ook geen opzettelijke fouten.

Piqueur heeft zelf een klacht ingediend tegen de toezichthouder, de Nationale Bank. Hij vindt dat het faillissement te wijten is aan de tussenkomst van de speciaal commissaris van de Nationale Bank. Daarom heeft Lenssens ook de Nationale Bank gedagvaard. Hij wil beletten dat zijn cliënten tussen wal en schip vallen als Piqueurs thesis gevolgd zou worden.