John W. Chapman

Tsunami brengt duizenden zeewezens van Japan naar de Amerikaanse westkust

In 2011 werd Japan getroffen door een verwoestende tsunami. Nu blijkt dat de natuurramp ook de grootste maritieme migratiestroom veroorzaakte die ooit werd opgemeten.  

Op 11 maart 2011 werd het noordoosten van Japan getroffen door een verwoestende tsunami die werd veroorzaakt door een aardbeving met een kracht van 9 op de momentmagnitudeschaal. Er vielen 18.000 slachtoffers, de materiële schade was enorm en in de Fukushima Daiichi kerncentrale  vond een kernramp plaats.

Nu blijkt dat de tsunami ook de grootste maritieme migratietocht veroorzaakte die ooit werd opgemeten. De tsunami bracht bijna 300 soorten zeewezens van Japan naar de andere kant van de Stille Oceaan. Naar schatting maakten zo'n 1 miljoen beestjes, waaronder schaaldieren, zeeslakken en zeewormen, een reis van 7725 kilometer op een vloot gevormd door puin van de tsunami. De tsunami bracht in totaal zo'n vijf miljoen ton afval met zich mee. 

Wetenschappers stellen vast dat dit enkel kon gebeuren door de aanwezigheid van plastic in het puin. De beestjes slaagden erin te overleven omdat ze zich konden vasthechten aan niet-afbreekbare materialen. Het zal nog enkele jaren duren vooraleer duidelijk wordt of de zeewezens kunnen overleven aan de westkust, wat het bestaande maritieme milieu zou kunnen bedreigen. Het hele voorval herinnert ons er wel aan dat de vele tonnen plastic in zee een gevaar vormen voor het globale maritieme milieu. 

John Chapman, expert van de Oregon State University, spreekt over "een van de grootste ongeplande natuur experimenten in de marine biologie en misschien wel in de geschiedenis". Hij publiceerde een studie over de gebeurtenis eerder deze week in het bekende tijdschrift Science.