Björn Soenens in New York: je moet je weerloos voelen voor je kunt weten wat geluk is

Alles is intenser in Amerika. Ik ben correspondent. Ik leef en werk thuis, op straat, alleen in een andere en nieuwe wereld. Alleen mijn vrouw is een deel van mijn bekende, mijn oude wereld. Dat is intens. Dat is hevig. Ik lig bloot. Mijn zenuwbanen zijn overgevoelig. Het is een magische ervaring. Ik leef heviger. Ver van huis reflecteer je meer. Je voelt en je denkt meer. 

New York: je hoort vijf talen spreken als je één straat door loopt, je ruikt zes culturen, je hoort elke dag zeker zeven soorten muziek schallen, je ziet honderden verschillende soorten mensen passeren. Duizend verhalen. Allemaal New York. New York is de wereld.

In Amerika zijn nagenoeg al mijn ontmoetingen heviger en openhartiger. In Amerika is er ruimte om open te zijn, want hier leven veel nomaden. Je laat veel meer los over je leven. Anderen laten meer los over hun leven. Want voor je het weet, trek je weer verder, over de bergen, doorheen de prairie, over de Rockies. Dat is het unieke van Amerika. Ik hou daarvan, van die intensiteit.

Ik ben bijna een halve eeuw geleden in West-Vlaamse klei geboren, en daar zeggen ze ‘Oe is ‘t?’, en daar stopt het ook vaak. Die vraag die geen echt antwoord wil. De tongen en de monden gaan op slot, hoogstens wordt er ‘goed’ gemompeld. In West-Vlaanderen, in mijn geboorteland, leef je een leven met minder woorden. Het moeilijke en amper zegbare blijft soms levenslang onuitgesproken. ‘Waarover men niet kan spreken, moet men zwijgen’, beweerde filosoof Wittgenstein. Zoiets. Opgesloten zielen, gevangen gevoelens, zo ben ik opgegroeid. Zo werd ik groot, maar niet altijd even sterk.

"Everybody's got a hungry heart"

In Amerika loert de bevrijding op elke hoek van de straat. Zo sta ik op een ochtend buiten aan mijn flat een sigaret te roken. Een jonge, zwarte vrouw komt naast me staan. Ze rookt mee. Ze begint over haar liefdesleven te vertellen. Hoe ze een jongeman heeft leren kennen, en dat ze verliefd is, maar dat ze niet goed weet of hij vrij is, of hij haar ook wil. ‘Wat denk je dat ik moet doen?’, vraagt ze. Geen gêne, geen schaamte. Alleen ontwapenende openhartigheid. 

Het raakt me. Nooit eerder heeft een vreemde mij ’s ochtends vroeg om liefdesadvies gevraagd. Ook al bezit ik zelf  maar weinig echte kennis van de liefde, er volgt een heerlijk gesprek – een soort solide vriendschap van om en bij een hevig kwartier - over kwetsbaarheid, over hoe elke mens naar hetzelfde verlangt: een veilig nest, een thuis, wat warmte. 

Ik denk in een flits  aan de agressieve tweets van Donald Trump waar ik straks weer wat mee moet, en ik denk: daar gaat het echte leven toch niet over. Ik denk aan de versregels van muzikant Bruce Springsteen die op mijn lijf getatoeëerd zijn:

“Everybody’s got a hungry heart. Everybody needs a place to rest. Everybody wants a home.”

Het staat in mijn ribben gekrast. Geïmplanteerd in mijn huid. Ik kan en wil er nooit meer van af. 

AFP or licensors

Ja, we leven in de aandacht van anderen. We keren er ons naartoe als bloemen naar de zon. We verlangen eigenlijk allemaal naar een vorm van intimiteit. Je veilig voelen bij iemand die je nooit zal verraden, je nooit zal dwingen tot iets dat tegen je natuur ingaat. ‘Als we geen connectie kunnen maken met een mens, dan liggen we in ons bed als een gevangene die droomt van het leven’, schreef de Amerikaanse schrijver James Salter veertig jaar geleden al in ‘Lichtjaren’.

Een bevriende zanger, Geert Verdickt van Buurman, kwam op bezoek en mailde me diezelfde nacht nog, na een intense avond: “New York doet me lange nachten nadenken en broeden op iets wat me inspireert, als een herinnering op de subway tussen Brooklyn en Manhattan…” Mooi, toch?

Je neemt vele keren afscheid. Niemand blijft, iedereen gaat altijd weer weg. Ook dat is het leven van een Amerikacorrespondent.

Als expat krijg je veel Spoetniks op bezoek. Flitsbezoekers, blitzbezoekers. Dat is altijd fijn, en hartelijk en open. Die ontmoetingen doen deugd, ze fleuren je op, ze doorbreken een soms wat alleen-achtig leven ver over de oceaan. Zo kregen mijn vrouw en ik – als spreekwoordelijke zeilers ver van huis - maanden geleden een bekende bankier op bezoek. Hij voelde zich verschrikkelijk eenzaam, bekende hij. Hij was op lezingentournee, kende hier niemand, miste zijn vrouw en kinderen. Hij zag ons als een baken, een reddingsboei voor één dag, één avond. Ik noem hem voor het gemak Georges. 

Georges nam ons mee uit eten naar een uitstekend steak house, Gallagher’s, waar hij prompt zijn hele leven vertelde, zonder hekwerk of taboes. Het werd een heerlijke, van wijn doordrenkte, avond. Diep in de nacht slenterde hij lichtjes beschonken terug naar zijn hotelkamer in de buurt van Times Square, waar eenzaamheid aan de lakens kan blijven plakken. Mijn vrouw en ik omhelsden hem ten afscheid, en vervolgens zagen en hoorden we hem nooit meer terug.  Hij kwam en ging als een tornado die over de vlakte raast.

Zulke intense ontmoetingen hebben we hier al vaker gehad. Mensen die hun emotionele kluis even openmaken omdat ze in Amerika zijn, heel erg die intensiteit van ver weg ervaren, en hun woorden ongeremd laten vloeien als een dam tegen een miljoenenstad die je kan opslokken en vermorzelen. 

Mijn vrouw en ik blijven hier, en elke keer vertrekt er iemand. Je neemt vele keren afscheid. Niemand blijft, iedereen gaat altijd weer weg. Het zijn net sterren die even aan de hemel flikkeren, en dan weer in een zwart gat verdwijnen. Ook dat is het leven van een Amerikacorrespondent.

In New York is het leven intens, elke dag. Ik zwaai elke dag wel minstens één keer naar die vreemde man die op de hoek van onze straat - soms ook aan de overkant - staat te roepen over zijn leven. Je hoort zijn stem zelfs schallen achter zwaar dubbel glas. Hij komt uit Puerto Rico, altijd netjes gekleed. Maar hij heeft mentale problemen.

Hij praat met me over de Afro-Amerikanen die volgens hem kannibalen zijn en iedereen in stukken hakken. Ik vermoed dat hij lijdt aan paranoïde schizofrenie. Hij roept en speecht op straat, maar als hij terug naar zijn opvanghuis gaat, en je komt ‘m tegen, zegt ie heel rustig goeiedag, en hij zwaait kalm en bedaard.

Er is een connectie, ook al praat ik zelden met de man. Orlando Cruz heet hij en hij lijdt. Maar ik zie hem graag. Hij is één van de details die er elke dag zijn en die het leven adem geven. Mijn leven in New York. Herkenning, daar heeft een mens deugd van. Die blinde vertrouwdheid, daar kan ik diep gelukkig van worden. 

Afhaalliefde

Veel New Yorkers zijn gruwelijk eenzaam. Ze laten hun eten aan huis brengen. Ze bestellen hun kleren en hun boeken en soms hun eten online via Amazon. De koerierdiensten verzuipen in het werk. Ontelbaar de keren dat UPS, FedEx en DHL voor de deur staan. Zelfs de liefde wordt vaak per app besteld en is inwisselbaar en bijzonder tijdelijk.

Tinder is hier heel populair. Er wordt wat af geswiped in deze stad. Een vriend vertelt me dat hij minstens drie dates per week versiert. Naar bed gaan, gebeurt vaak al meteen bij de eerste ontmoeting. New Yorkers zijn niet al te geremd. Maak even een compliment over haar mooie pumps of sneakers en je hebt al prijs. Dat hoor ik dus van die vrienden. Want ik ben zelf gelukkig getrouwd (al zeg ik ook uiteraard heel vaak aan mijn vrouw Emma dat ze hele mooie schoenen draagt).

Belga

Afhaaleten, afhaalboeken, afhaalliefde. Een “one night stand mentality”. De eenzaamheid van veel New Yorkers is stuitend in deze miljoenenstad. Maar iedereen smacht naar hetzelfde: een maatje voor het leven. ‘Everybody needs a home, everybody’s got a hungry heart…’

Het heeft vrij lang geduurd voor mijn vrouw en ik een duurzame connectie met Amerikanen konden maken. Vriendschap sluiten met Amerikanen is verdomd moeilijk. Het is alsof ze na een leuk gesprek van tien minuten snel weg moeten, en hard weglopen van langdurigheid en diepte. Dat dachten we. Ik zie het soms bij één van mijn buurvrouwen: New Yorkers hebben soms een soort onverschilligheid voor alles en iedereen buiten de privécirkel. Voortgestuwd lijken ze soms, door een ongelooflijke haast en een onophoudelijk gewoel. 

Het duurde vier lange maanden voor het magische moment toch plaatsvond. We waren op een natrouwfeestje van onze bovenburen Grant en Katherine. Na een half uurtje small talk (ik haat small talk) stonden we wat in een hoekje te blinken. Emma en ik zagen een man met een stevige baard en al onze vooroordelen gulpten eruit: ‘Die denkt waarschijnlijk dat de wereld aan zijn voeten ligt, zo gedraagt hij zich, wild gesticulerend.’ Dat zeiden mijn vrouw en ik dus tegen mekaar.  Ik beken: net als elke mens durf ik soms te snel en te vrijpostig te oordelen op basis van totale onwetendheid. Een hatelijke trek, ik weet het, maar het is eigen aan de mens, vrees ik.  

New Yorkmoment

En toen gebeurde het. De man kwam onze richting uit. Hij excuseerde zich voor de verwaarlozing. Hij excuseerde zich na één minuut al voor zijn ongegeneerde openhartigheid. Hij stelde wel duizend vragen. Zijn zwangere vrouw kwam bij ons staan. De liefste uitstraling ter wereld, een opvallend en schattig deukje in haar neuspuntje. Nell. Nelly.

De man waar we even voordien nog schandelijk veel vooroordelen over koesterden, stelde zich voor als Nick. Nicholas eigenlijk. Opgegroeid in Washington DC. Liep school met kinderen van senatoren, en haatte de senatoren (‘Wat waren het slechte vaders, wat waren ze helemaal niet bezig met het welzijn van hun gezin, laat staan met die van het land!’). Het klikte.

Nick beweerde dat hij geen filters heeft in zijn conversatiestijl, dat alles er bij hem uitfloept. Wat waar was. Een man met ontzettend veel humor, een man met veel liefde voor zijn vrouw. Nell werkt als voedingsexpert bij het departement Publieke Gezondheid van de stad New York. Nick heeft een bedrijf dat data levert aan stinkend rijke hefboomfondsmanagers (‘You really don’t wanna know what I do’). We stonden meer dan een uur te praten. Het was vriendschap op het eerste gezicht. Ons New Yorkmoment. 

Ongeremd vertelden we Nell en Nick dat we hen als koppel wilden vasthouden, dat we ze snel en graag wilden terugzien, dat we hen zulke fijne mensen vonden. Zij vertelden over hun tijdelijke leven in Mumbai, hun tijd in Londen. Kosmopolieten. Echte. Nick heeft ook een Indiase vader. Mooie naam: Kapur. Nell en Nick wonen in een van de leukste buurten van Brooklyn – Cobble Hill – maar bekennen dat ze wel eens piekeren of New York wel de plek is waar ze willen blijven. Of New York wel de plek is om kinderen groot te brengen.

Intussen zijn Nick en Nell onze eerste echte Amerikaanse vrienden. En ze hebben dit jaar de nationale feestdag op 4 juli gevierd bij haar ouders, in Kittery Point, in het prachtige en woeste Maine.

Vriendschap is als liefde. Het mag lang duren. Als je ver weg woont, begrijp je tot in het diepste van je ziel dat je niet alleen met elkaar verbonden bent door onderlinge harmonie. Een misschien nog nauwere band wordt geschapen door je wonden. Mensen vinden banden in gedeelde pijn en vooral zwakheid. Dat wat je onzeker maakt, is eigenlijk de échte bouwsteen van liefde en vriendschap.

Yin en Yang, daar zit het leven vol van. Geen vreugde zonder diepe pijn. Je moet een beetje lijden voor je weet wat er van waarde is.

Het is ook waar ik soms het meeste bang voor ben: dat ik zo hard aan iemand gehecht raak, dat ik iemand meer dan wie ook ter wereld nodig heb, en dat die persoon dan op een dag opeens met de noorderzon vertrekt en je moederziel alleen achterlaat. Tragisch genoeg is het me al een paar keer overkomen in dit leven. Dat doet verdomd zeer, maar het heeft me nooit tegengehouden om elke keer weer die connectie te zoeken, die intensiteit. Wat wellicht bewijst dat ik nog leef.

Yin en Yang, daar zit het leven vol van. Geen vreugde zonder diepe pijn. Je moet een beetje lijden voor je weet wat er van waarde is. Je moet je weerloos voelen voor je kunt weten wat geluk is, toch? In Amerika ervaren we elke dag die intensiteit. Ook al weet je nooit alles van mekaar (dat zou ondraaglijk zijn, zo’n leven), toch zoek je voortdurend naar verwante zielen.

Ja, ik zoek ook naar nieuws en reportages en kennis over Amerika en die probeer ik elke dag met de wereld te delen. Maar die menselijke ziel van ons, die heeft naast kennis, naast weten ook ander voedsel nodig. Vriendschap en liefde. Die ziel van ons heeft naast daglicht soms ook behoefte aan wat duisternis. Bij te veel aanhoudend en fel daglicht, bij te weinig geheim, verbrandt je bijna levend. Een beetje duisternis is goed. Een beetje onbekend terrein, een beetje mysterie. Een mens moet soms solitaire momenten van afkoeling koesteren, om langer in dit leven te kunnen blijven.

Binnenkort gaan we weer eten bij Nick en Nelly. In de schemer van een Brooklyn Night. Clair-obscur. Zoals het leven zelf. Souls at Night.

AFP or licensors